Nepal in foto's
Namasté
Terwijl ze een lichte buiging maakt en haar handen vouwt, groet Sabitri (13) met: 'Namasté'. Dat betekent: Goedendag!
Sabitri heeft traditionele kleding aangetrokken omdat ze een Nepalese dans gaat uitvoeren. Normaal draagt ze een schooluniform: een rode trui met groene broek.
Sabitri groet op z'n Nepalees
Leeftijd
In Nepal wonen 28 miljoen mensen Ze worden gemiddeld 65 jaar oud. Elk jaar sterven 10.700 Nepalese kinderen aan diarree. Vooral kinderen onder de vijf jaar zijn kwetsbaar.
Opa met zijn kleinzoon
Volksdans
Srijana, Sabitri, Rujila, Kopila en Yujina vormen de dansgroep van de Vajra Academy. Bij feesten en als er buitenlandse gasten komen, laten ze dansjes zien uit verschillende regio’s van Nepal. Net hebben ze gedanst op een liedje dat gaat over groot worden en voor het eerst verliefd zijn.
Srijana, Sabitri, Rujila, Kopila en Yujina doen aan volksdansen
Bindi
Srijana en Sabitri hebben net een bruiloftsdans laten zien. Tussen hun wenkbrauwen hebben ze een rode stip: een bindi. Het woord betekent: druppel of stip. Veel hindoevrouwen dragen het. Het is een soort derde oog. Men gelooft dat de bindi getrouwde vrouwen beschermt.
Srijana en Sabitri in oude klederdracht
Linkerhand
In Nepal eten veel mensen met hun hand. Alleen met hun rechterhand, want de linkerhand is onrein. Met links was je je billen nadat je naar de wc bent geweest. De meisjes van de Vajra Academy eten met een lepel.
Srijana, Sabitri, Rujila, Kopila en Yujina krijgen een vegetarische lunch op school
Zonnestoomkeuken
De Vajra Academy is de eerste eco-school in Nepal. De school heeft op het dak zonneschotels staan. Midden op de dag zie je stoom uit de grote liggende buis komen. Het water in de buis is dan bloedheet. Daarom is het voor kinderen streng verboden het dak op te gaan. Nu mag het voor de foto. Met de zonnekeuken kan bij zonnig weer voor zo’n 150 mensen worden gekookt. Zo leren kinderen dat je beter op zonnewarmte kunt koken dan op houtvuur.
Zonneschotels op het dak van de school
Koken op een zonneschotel
Op de 'groene' Vajra Academy staat naast de eetzaal een zonneschotel. In het midden is een pan met linzen gezet. Binnen een uur zijn de linzen gaar. De temperatuur kan wel 200 graden Celsius worden! De school is deels een internaat; veel leerlingen slapen en eten er. Ze houden van scherp gekruide rijst met linzen, uien, plus een bergje spinazie. De kruiden en een deel van de groenten komen uit de schooltuin. Elke elfde dag na wassende of volle maan krijgen de leerlingen geen kip of vlees. Dat hoort bij hun geloof: het hindoeïsme.
Koken op zonnestralen
Klas 5
In klas 5 van de Vajra Academy zitten jonge en oudere leerlingen. Ze kijken daar niet naar leeftijd, maar naar wat je al weet en kunt. Sommige kinderen zijn eerst naar een overheidsschool geweest. Daar werd niet zo goed les gegeven. Toen ze op de Vara Academy kwamen zijn ze getest en in een klas geplaatst.
Klas 5 van de Vajra Academy
Werken in groepjes
De Vajra Academy heeft 207 leerlingen. Hiervan worden 115 leerlingen via Stichting Vajra gesponsord door Nederlandse donateurs. Zestig sponsorkinderen zijn intern en verblijven het hele jaar, behalve in de vakantie, in het internaat van de school. Geen wonder dat deze kinderen willen weten waar Nederland ligt en welke vlag bij Nederland hoort.
Leerlingen van de Vajra Academy zoeken in een aardrijkskundeboek naar de vlag van Nederland
Tamang-volk
De Tamang zijn één van de volken in de noordelijke bergstreek van Nepal. Ta betekent: paard. Mang: krijger of handelaar.
De meeste Tamang zijn boeddhist. Oorspronkelijk komen ze uit Tibet. Ze zijn in aantal iets groter dan de Newar, een andere grote bevolkingsgroep in Nepal.
Srijana in Tamang klederdracht
Holi
De leerlingen van de Vajra Academy verwisselen op 1 maart hun schooluniform voor oude kleren. Want dan is het Holi.
Holi is een lentefeest. Hindoes vieren dan dat de aarde weer warmer wordt en planten gaan bloeien. Dat het Goede altijd wint van het Kwade. Mensen wensen elkaar Happy Holi (Gelukkig Holi) en gooien elkaar nat met water. Maar het allerleukste is elkaar volsmeren met rode, gele en paarse verfpoeder.
Kinderen gooien elkaar nat tijdens het Holifeest
Waterpret tijdens Holi
Tijdens Holi gooit iedereen elkaar nat, groot en klein, jong en oud. Dat hoort erbij. Niemand ontloopt de waterdoop, niemand is beledigd. Soms besprenkelen hindoes elkaar met parfum of reukwater, soms met vies afvalwater: als het maar nat is.
Behalve lentefeest is Holi ook een Nieuwjaarsfeest. De hindoejaartelling is anders dan bij ons. Holi in maart 2010 luidde voor de hindoes het jaar 2067 in.
Pas op, ik pak je
Geen wc
Deze kleuter moet héél nodig. Op het platteland van Nepal, ver van de grote steden, wonen veel arme boeren. Ze hebben geen wc of stromend water. Ze doen ’s ochtends hun behoefte in het veld, even buiten het dorp. Dat handen wassen, schoon drinkwater en hygiëne ervoor zorgt dat je minder snel diarree krijgt, weten de meesten niet. De laatste jaren trokken veel mensen van het platteland naar de hoofdstad Kathmandu. Ook daar zijn niet overal wc’s of kranen.
Poepen in de berm
Transport
Nepal is een bergachtig land dat niet aan zee grenst. Het meeste transport gaat over de weg. De wegen zijn vaak smal en vol kuilen. Er gebeuren veel ongelukken. De eigenaar van deze vrachtwagen heeft het schip de Titanic laten schilderen. Hopelijk leidt dit niet tot grote rampen… De echte Titanic zonk in 1912 doordat het passagiersschip op een ijsberg stuitte. Het is de bekendste scheepsramp in de geschiedenis.
Sommige chauffeurs maken van een vrachtwagen een kunstwerk
Wierook
Temba Gerzo (12) woont in een klooster. Hij is een boeddhistische monnik. Hij heeft in de keuken gloeiende kooltjes uit het houtfornuis gehaald voor zijn wierrookvat.
Tembe gaat tijdens de middagviering de tempel in, waar de monniken hun gebeden zingen en Boeddha gedenken. Het is Temba’s taak om de tempelruimte van binnen te bewieroken.
Temba Gerzo gaat de tempel een lekker geurtje geven
Tzungi
Deze jonge monniken krijgen in het klooster les in Engels en Tibetaans. Ze krijgen geen andere vakken zoals rekenen. Na de les mogen ze buiten spelen.
Op de foto spelen ze tzungi, een spel dat heel populair is in Nepal. Ze trappen een elastieken propje naar elkaar en moeten dat in de lucht zien te houden. Het propje is gemaakt van een lange reep autoband, dat tot een balletje is opgerold.
Kindmonniken voetballen met een rubberen prop
Kloosterknuffel
De boeddhistische kindmonniken in het Manangklooster komen uit verre streken in de Himalaya. Ze moeten leren leven zonder hun ouders, broertjes of zusjes. Vrienden hebben ze genoeg, want er zitten zo’n 45 jongens in het klooster. En er loopt één verwend jong katje over het terrein. Je snapt het: elke jongen wil het poesje wel aaien. Miauwwwwwwww….
Kindmonnik knuffelt het kloosterkatje
Blazen op een schelp
Vooral jonge monniken mogen tijdens een gebedsviering vaak op een ‘doengkar’ blazen. Dat is een witte schelp die een klaaglijke melodie voortbrengt. De zeldzame schelp heeft een rand die zich naar rechts oprolt; een symbool van bescherming. Terwijl de oudere monniken op de bazuinen en hoorns blazen en twee jonge jongens op zware trommels slaan, blaast deze jongen alle lucht uit zijn longen om aan de schelp een klank te ontlokken.
Jonge kindmonnik blaast op een heilige schelptoeter
Kloosteruniform
De kindmonniken lopen de hele dag in een roodpaarse pij en kanariegele bloes. Hun hoofd is kaal geschoren. Rust en mediteren is belangrijk in een klooster; elke dag verloopt volgens hetzelfde ritme. ‘s Ochtends om 5 uur en ’s middags om 3 uur bidden de kinderen. Maar eten moeten ze ook. Vandaag is het noedelsoep.
Boeddhistische monniken dragen altijd dezelfde kleur pij
Noedelsoep
Elke middag krijgen de kindmonniken van het Karma Dubgyud Chhoekhorling Manang klooster lunch in het gangetje naast de gaarkeuken. Met hun bord of kom in de aanslag staan ze in de rij voor de grote pan noedelsoep. Niet elke jongen heeft een lepel. Geen nood: dan eet je om de beurt met één lepel of je slurpt de soep gewoon van je bord.
In de rij voor noedelsoep
Boeddha
Een gouden Boeddhabeeld siert het Karma Dubgyud Chhoekhorling Manang klooster. De oprichter van het klooster is Sherab Rinpoche. Deze boeddhistische monnik wilde dat arme jongens uit de verste uithoeken van de Himalaya een opleiding tot monnik kregen.
Rinpoche heeft een speciale heilige titel omdat hij meer dan een miljard keren de heilige mantra “Om Mani Padme Hum” ('groet aan het juweel in de lotus' ofwel 'Groet aan Boeddha') heeft uitgesproken.
Gouden Boeddhabeeld
Mobieltje
De meeste kindmonniken komen uit verre streken in de Himalaya. Het zijn arme boerenjongens die door hun ouders in het klooster worden achtergelaten. Een enkele jongen heeft een mobieltje om naar huis te bellen, zoals Namgel. Maar zakgeld om een kaart met nieuw beltegoed te kopen heeft hij niet.
Namgel is dol op Pepsi en mobiel bellen
Gong
Om de gebedsdienst aan te kondigen, slaat deze boeddhistische monnik op de gong. Uit de slaapzalen, de klaslokalen en de tuinen komen de monniken van het Manang klooster naar de tempel. De muren en raamkozijnen van de tempel zijn beschilderd met figuren van lotusbloemen. De lotus is het symbool voor verlichting, een situatie die elke boeddhist probeert te bereiken. Je geeft dan niets meer om rijkdom en spullen.
Kindmonnik slaat op de gong
Boeddhistische muziek
Tijdens de gebedsviering schalt in een boeddhistische tempel vaak muziek. Diepe trillingen uit bazuinen van twee meter lang; het lijkt wel of de aarde diep van binnen kreunt. Dan volgen de schelle tonen van de hobo’s, het schrille beng-beng op cimbalen, doffe dreunen op de trommels, helder geklingel van bellen, en daartussendoor de klagende roep van de schelp. Klanken van hemel en aarde vullen de tempel, alles volgens strenge regels.
Monniken blazen op bazuinen
Gebeden
In het boeddhisme is het gebruikelijk om teksten voor te zingen: lofzangen, wensen, gebeden, allerlei namen voor Boeddha, mantra’s, spreuken en meditatiewoorden of zinnen. De jonge monniken kunnen ze nog niet allemaal uit het hoofd opzeggen. Ze lezen het voor van een stapel papiertjes, die in een gebedsdoosje zitten; een soort ordner.
Tijdens het gebed eet deze monnik snel een beker soep
Mens-erger-je-niet
Een van de populairste bordspelletjes voor jong en oud in Nepal is Mens-erger-je-niet. Vaak zie je op straat een enorm speelbord met opstaande randen, zodat de dobbelsteen niet op de grond valt.
Buiten mens-erger-je-nieten
Marskramer
In het dorp van Sagar (11) zijn grote winkels. Daarom komt er elke zondag een marskramer langs. Die verkoopt allerlei huishoudelijke artikelen en speelgoed.
Soms koopt Sagar een ballon bij de straatventer. Om samen met z'n zusje mee te volleyballen. Maar voordat Sagar bij hun voortuin komt, is de ballon al geknapt. Pech!
Sagar koopt bij de straatventer een ballon
Schoolbus
De chauffeur van deze schoolbus wacht tot de laatste leerling in de bus is gestapt. Zodra de kinderen op straat een vreemdeling zien, vouwen ze hun handen en groeten met een knik: Namasté!
De schoolbus zit helemaal vol
Stromend water
Sonu's buren tappen allemaal water uit de slang aan het einde van de straat. Veel mensen in Nepal hebben geen eigen kraan in huis, noch gezond drinkwater in de buurt. Slechts 77% tapt min of meer veilig drinkwater uit een buurtkraan of bron.
Sonu Nepali (12) vult haar waterkan
Huiswerk
De logeerkamer van Sonu Nepali (12) is ook de kamer waar zij elke dag huiswerk maakt. Haar moeder kijkt toe, maar controleren of haar dochter alles goed spelt, kan zij niet. Sonu’s moeder is analfabeet. Slechts de helft van alle Nepalezen kan lezen of schrijven.
Sonu maakt haar huiswerk
Kleermakers
Sonu's oma is een beroemde naaister. Sonu's vader en moeder zijn, net als hun ouders en grootouders, ook kleermakers. Kleermakers behoren vaak tot de groep van de Daliths. Daliths doen meestal het vuile werk. Ze werken als smid, kleermaker, slager en leerlooier (wat een hindoe niet mag, omdat het leer van de heilige koe komt) en ze halen vuilnis op. Sommige Nepalezen noemen de Daliths onrein en vinden hen minderwaardig.
Buiten op het platte dak leert Sonu van haar moeder hoe de naaimachine werkt
Maïs
Rijst, maïs, tarwe, gierst en gerst zijn de belangrijkste landbouwproducten van Nepal. Bijna drievierde van de bevolking werkt op het land. Sonu’s ouders verdienen een inkomen als kleermaker. Ze kopen een klein deel van de maïsoogst van hun buren. De maïskolven drogen ze boven de zoldertrap.
Sonu toont hun voorraad maïs
Discriminatie
Sonu (12) behoort tot de Daliths, een bevolkingsgroep die buiten het 'kastenstelsel' valt.
Hoewel in Nepal kasten verboden zijn, worden de Dalits nog steeds gediscrimineerd. Zeker door ouderen uit een hoge kaste, die niet gewend zijn om met Daliths om te gaan. Zo zullen Brahmanen (kaste van priesters en leraren) geen kopje thee aannemen van een Dalit. Op Sonu’s school trekken ze zich niks van deze oude gewoonte aan.
Sonu’s moeder zet thee, terwijl Sonu aardappels in stukken snijdt
Drekboer
Apsara’s vader Dalbir is vuilnisman en drekboer (strontruimer). Hij verdient slechts 20 euro per maand.
Dalbir is een Dalith. Zijn voorouders waren een soort slaven: de grootgrondbezitter voor wie zij werkten, gaf maar heel weinig loon. Zo zorgde hij ervoor dat Apsara's grootouders hun schuld aan hem nooit konden afbetalen. Apsara’s ouders bezitten nu een klein huisje en een schuingelegen stukje grond. In Nepal leeft eenderde van de inwoners onder de armoedegrens. Apsara’s familie hoort daarbij.
Apsara luistert naar het gesprek tussen vader en oma
Beerputtenschepper
Dalbir daalt elke ochtend om drie uur de heuvel af om tot een uur of elf vuilnis in de stad op te halen. Hij verzamelt het afval in zijn ijzeren kar en kiepert de lading langs de rivier. Als in de winter het waterpeil stijgt, wordt de troep meegevoerd door de stroom. Dalbir krijgt zijn salaris (20 euro per maand) van de gemeente. Hij schept ook poepdozen en beerputten leeg. Soms, als hij het wc-hok van een familie moet legen, geven de mensen hem wat extra’s. Deze fooien heeft hij hard nodig.
De vuilnisophaler van Barabise
Geitenvlees
Apsara’s vader verdient als vuilnisman en drekboer héél weinig. Gelukkig heeft het gezin negen geiten en een koe. De koe gebruiken ze voor de melk, de geiten worden geslacht om het vlees.
Apsara’s zusje werkt in een papierfabriek. Apsara zelf gaat nog naar school. Vader Dalbir heeft nooit onderwijs gehad, net als Apsara’s moeder.
Apsara laat haar hond zien
Genezer
De moeder van Apsara is niet gezond. Haar man, de drekboer van Barabise, verdient te weinig om medicijnen te kopen. Apsara is wel gezond. Ze herinnert zich dat ze ooit heel erg ziek was. Ze had vreselijke hoofdpijn. Ze ging naar de traditionele genezer, maar die zei dat haar hoofdpijn niks te maken had met dolende zielen die ongeluk verspreiden. Hij kon haar dus niet helpen. Daarom ging ze naar het ziekenhuis.
Apsara en haar moeder in hurkzit
Melkboer en genezer
Janaki (11) koopt een zakje melk voor haar broertje Sushil. Soms komen in de winkel van de melkboer ook mensen die ziek zijn. De melkboer, Debendra Bhandari, is een traditionele dokter. Hij geneest met kruiden en onderzoekt of de zieke bevangen is door een kwade ziel. Die boze geest kan hij uitdrijven door in trance te raken en mantra’s (heilige spreuken) over de patiënt te blazen.
Janaki koopt melk voor haar kleine broertje
Handen wassen
Het water komt uit het Himalayagebergte en is ijs- en ijskoud.
De kinderen kunnen op school hun handen niet wassen. De waterleiding is afgesloten. Ze hebben wel geleerd dat hygiëne belangrijk is. Op het platteland weten veel mensen dat niet. Slechts eenderde van de bevolking wast regelmatig de handen met water. Handen met zeep wassen is helemaal een uitzondering: dat doet slechts 12 %.
Santosh, Surya, Nabina en Tulasha wassen hun handen en gezicht in de Sunkoshirivier
Touwtje springen
Nabina (14) en Tulasha (12) zitten op een openbare school. Het onderwijs is daar gratis. Op particuliere scholen, waar leerlingen schoolgeld betalen, is het onderwijs beter. Tijdens het speelkwartier zie je de meiden fanatiek touwtjepringen, maar vergis je niet: de jongens doen net zo vaak mee. Voetballen op het schoolplein: ja, dat doen wel alleen jongens….
Nabina en Tulasha houden van touwtje springen
Himalayarivier
De rivier de Sunkoshi is een van de grote rivieren van Nepal. Sunkoshi betekent: Goudrivier. In het rivierzand glinsteren soms kleine goudkorrels. De rivier ontspringt in Tibet. Tijdens de moesson ontstaan grote stroomversnellingen. Het water van de Sunkoshi stroomt oostwaarts en komt uiteindelijk in de Ganges, een rivier die door India stroomt.
Elke dag moeten Santosh, Surya, Nabina en Tulasha over de hangbrug naar school
Gratis onderwijs
In Nepal is het openbare onderwijs tot de vijfde klas gratis. Wel moeten de ouders pennen, schriften en boeken betalen. Soms ook een uniform en schoenen. Als je veel kinderen hebt en arm bent, sta je voor de keuze: welk kind laat je naar school gaan? In Nepal gaat meer dan een kwart van de meisjes nooit naar school. Hun broertjes wel. Ouders die zelf nooit onderwijs hebben gehad, denken dat hun dochter thuis meer leert. Bijvoorbeeld koken en wassen.
Op deze openbare basisschool zitten de jongens gescheiden van de meisjes
Toerisme
Het water zit vol algen; de plek wordt niet meer gebruikt om kleren te wassen.
Bhaktapur staat vol oude gebouwen. De stad wordt door veel toeristen bezocht. Die zijn heel belangrijk voor Nepal, want met het toerisme wordt het meeste buitenlandse geld verdiend. Ook komt veel buitenlands geld van Nepalezen die in Australië, India of de VS zijn gaan werken. Zij sturen geld naar familie thuis.
Risi en Binod schrapen met een steen het vuil van hun zolen
Godsdiensten
De belangrijkste hindoetempel in Nepal is Bhaktapur. De tempel is 30 meter hoog en heeft vijf daken. Aan weerszijden van de trappen staan olifanten en leeuwen.
Vandaag wordt de tempel bezocht door boeddhistische kindmonniken. Ze hebben een schoolreisje en leren zo dat er in Nepal ook andere godsdiensten bestaan.
Tachtig procent van de bevolking in Nepal is hindoe, tien procent is boeddhist, vier procent moslim.
Boeddhistische kindmonniken zitten op de trap van een hindoetempel
Heilige boom
Hindoes offeren veel aan hun goden. Ze bidden en strooien bijvoorbeeld rood poeder, rijst en melk op een heilige plek. Deze ficus-boom is heel geliefd om onder te offeren. De boom brengt welvaart, geluk en een lang leven. Vrouwen offeren hier graag om ongeluk en ziekte in de familie te voorkomen. De boom is zo geliefd omdat men denkt dat Boeddha onder zo’n ficus de verlichting bereikte.
Hindoe-offerplaats
Koperen bel
Voor een hindoetempel tref je vaak een koperen belletje aan. Hier op dit plein in Bhaktapur hangt zelfs een hele grote bel. Gelovigen laten de bel klinkelen als teken aan de goden dat ze er zijn. Rond de tempels mag je gewoon spelen.
Deze jongen rolt met een stokje een oude band over de hobbelige keien. Als de band omvalt, ben je af.
Kinderarbeid
Nabin zit in de laatste klas van de basisschool. 24 % van de kinderen op het platteland maakt de basisschool niet af. In Nepal gaan vooral veel meisjes niet naar school omdat zij thuis moeten werken. Soms in de huishouding, soms op het land. De laatste jaren is bekend geworden dat veel meisjes worden geronseld om in buurland India in de prostitutie te werken. Daar worden zij gedwongen om met volwassenen seks te hebben. Zo laat de seksbaas of bazin hen geld verdienen.
Nabin (13) moet de geiten op de dierenmarkt voeren
Gebedsvlaggetjes
Op de oude handelsroute van Tibet naar Kathmandu ligt de heilige boeddhistische tempel van Podnath. De stupa is één van de grootste ter wereld. Zoals bij veel boeddhistische stupa’s hangen er lange slingers met kleurige gebedsvlaggetjes. Op de vlaggetjes zijn heilige mantra’s (spreuken) gedrukt. De wind blaast de gebeden naar de hemel.
Boven de tempel hangen slingers, gemaakt van gebedsvlaggetjes
Klusjes voor meisjes
Dit meisje lakt haar nagels met een stokje. Ze verveelt zich. Dat zal niet lang duren, want haar moeder weet wel een klusje voor haar: water halen, de winkel afstoffen, het jonge broertje verschonen. Meisjes helpen veel in het huishouden.
Meisje lakt nagels
Saddhoes
In Kathmandu, aan de oever van de Bagmati rivier, ligt de heiligste tempel van de hindoes, gewijd aan de god Shiva. De doden worden er gecremeerd (verbrand). Dat gebeurt buiten op grote brandstapels. Rond de tempel zitten saddhoes. Dat zijn heilige mannen die de hele dag aan yoga en meditatie doen. Ze worden ook wel aangesproken met "Baba"
Heilige hindoe mediteert
Hergebruik brandhout
De heilige Bagmati rivier is in de buurt van de tempel sterk vervuild. Dat komt omdat aan de oever overleden hindoes uit Kathmandu worden verbrand. De familie gooit bloemen, voedseloffers en lijkwades in het water. Half verkoolde blokken worden van de brandstapels getrokken en in de rivier gedumpt.
Vader en zoon verzamelen houtresten om te verkopen voor een crematie
Ziekenhuis
Bigwan Gharka (14) heeft tuberculose. Hij is zo zwaar ziek, dat zijn hersenen zijn aangetast. Toch heeft hij geluk. H ligt in een ziekenhuis waar de bedden gratis zijn. Medicijnen moeten wel worden betaalt. Bigwans vader helpt zijn zoon met zitten, eten en drinken en nu wordt hij langzaam beter.
Eén op de tien Nepalezen heeft een ziekenhuis in de buurt. Nou ja, dat wil zeggen op een uur rijden. De drie meest voorkomende ziektes zijn: diarree, ondervoeding en ademhalingsproblemen.
Bigwan's vader helpt zijn zieke zoon overeind
Hoogte
Soms rennen de meisjes langs de aardappelvelden over de smalle paadjes van hun dorp. Een kind uit Nederland zou zich dan de longen uit het lijf hijgen, want op 3.780 meter hoogte is de lucht heel ijl. De meiden hebben er geen last van.
Deze drie meiden zijn op weg naar school, hoog in de Himalaya
Land van hoge bergen
Een groot gedeelte van Nepal is zeer bergachtig. Van de tien hoogste bergen in de wereld liggen er acht in Nepal, waaronder de hoogste berg ter wereld: de Mount Everest.
In het zuiden van het land, langs de grens met India, zijn lager gelegen gebieden. Ongeveer 20% van het landoppervlak is bruikbaar voor de landbouw.
Herders lopen met hun jaks door de Himalaya
Hillaryschool
De man die met zijn sherpa als eerste de Mount Everest beklom, heeft in Khumjung een school opgericht: de Hillary School. Vanaf het schoolplein zie je de toppen van de Himalaya liggen. Er zitten zo’n 300 kinderen op, van klas 1 tot en met 10. Soms, in de lente, krijgen ze buiten op het speelplein les.
De school ligt bij de ingang het dorp, voor de witte stoepa (= boeddhistisch bouwwerk met gebedsrollen).
Kinderen krijgen buiten op het schoolplein les
Stoepa
Bij de ingang van het dorp Khumjung staat een witte stoepa. Dat is voor boeddhistische gelovigen een heilig bouwwerk. Lang geleden waren stoepa’s hopen stenen, waarin een haar of een botje van de grote Boeddha lag. Door het aan te raken kwamen wonderbaarlijke krachten los. Nu zijn stoepa’s vaak witte bouwwerken. De ronde vorm verwijst naar het hoofd van Boeddha. De vierkante "trappen" naar zijn troon.
Kinderen draaien aan de gebedsrollen van de stoepa
Sir Hillary
Voor de Hillary-school in Khumjung staat een bronzen beeld van Hillary, de man die samen met sherpa Tenzing als eerste de hoogste berg ter wereld beklom: de Mount Everest. Deze berg is bijna 9000 meter hoog. Sir Hillary hield erg veel van de Himalaya. Hij richtte een hulpfonds op en betaalde ziekenhuizen, scholen en wegen voor de bergbewoners in Nepal.
Standbeeld van Hillary, de eerste westerling die de Mount Everest beklom
Sherpa-kinderen
Het is koud in de klas; de school ligt in de bergen op 3.780 meter hoogte. Daar is het altijd koud.
De vaders van Dorjee en Kugatembe zijn afstammelingen van sherpa’s. Zo worden de bergbewoners genoemd die zo’n 500 jaar geleden uit Tibet het Himalaya-gebergte doortrokken. Tegenwoordig wordt de naam sherpa gebruikt voor sjouwers: mensen die op hun rug vrachten van het ene bergdorp naar het andere brengen.
De leerlingen van de 7e klas van de Hillary school krijgen Engelse les
Sherpa-mand
Passang is de zoon van een sherpa. Zijn vader laat zijn jaks hoog op de berghellingen grazen. Passang gaat zelden mee naar het vee. Hij is nog te jong om de sterke jaks te verzorgen. Hij blijft in het dorp en helpt met de aardappels, het sjouwen van poep en het water halen bij de dorpspomp. Op zaterdag brengt hij spullen naar de markt. De band om zijn hoofd is handig; dan gaat je rug niet zo'n pijn doen als je mand gevuld is met zware jerrycans.
Passang Rinjeen Sherpa (13) gaat zijn mand vullen met koopwaar
Sherpa-drankje
De voorraadkamer in het huis van Passang Rinjeen Sherpa (13) is ook een gastenkamer. De wanden zijn bedekt met voorraadpotten, pannen, dekens, rugzakken en matten. Jakboter en zakken aardappelen worden er bewaard. Passangs vader stookt elk jaar jenever. Die bewaren ze in een houten pot met koperen ringen. "Hier pa, laat maar zien."
Passang geeft de pot met jenever aan zijn vader
Jak als lastdier
"In de winter komen onze jaks naar beneden. In de zomer lopen ze hoog in de bergen," zegt Passang (13). "Dan is de sneeuw gesmolten en kunnen ze zo hoog grazen. Onze jaks geven melk in de zomer, als de jonkies zijn geboren. Mijn ouders vinden me nog te jong om te melken. De jak kan gevaarlijk met haar poten trappen. Getemde jaks worden niet zo groot en zwaar als wilde jaks. Deze weegt zo’n 300 kilo, schat ik. Wilde jakstieren kunnen wel 1000 kilo zwaar zijn, zegt mijn vader. Nou, dan blijf je wel uit de buurt!"
Passang is een beetje bang voor de jak
Schrale wangen
Passang en zijn broertje wonen in een dorpje dat op 3.780 meter hoogte in de Himalaya ligt. Ze hebben rode wangen van de schrale, koude wind die over de bergkammen waait. Hoewel het nu lente is en een groot deel van de sneeuw al is gesmolten, dragen ze binnen altijd een jas. De kachel brandt alleen als er gekookt wordt. ’s Avond, na het eten, gaan de jongens meteen slapen. Ze gaan dan naast de kachel liggen om nog de warmte te voelen van het nagloeiende gietijzer.
Passang en zijn kleine broertje voor de keukenkachel
Jakboter
Als in de zomer de jaks weer melk geven, is het tijd voor Passang (13) om jakboter te maken. De melk gaat in een smalle hoge houten pot waarin een lange houten stamper zit. Door die stamper op en neer te bewegen, wordt de melk dikker en dikker tot het boter is geworden. De mensen in de Himalaya houden van jakthee: daarin gaat thee, melk en ... een klont zoute boter. Jak-kie…?
Passang laat zien hoe je jakboter maakt
Verschrikkelijke sneeuwman
Ken je het stripboek van Kuifje en de Verschrikkelijke Sneeuwman? De jeti, zoals de sneeuwman ook wordt genoemd, is geen verzinsel van striptekenaar Hergé. Hoog in de Himalaya zijn de bergbewoners bang voor de reusachtige, behaarde aapmens met het puntige hoofd: hij zou jaks en kinderen roven. Voetstappen in de sneeuw zouden bewijzen dat er nog minstens één jeti leeft. De huid met een stuk van het hoofd van een oude jeti wordt bewaard in een glazen kastje in de tempel van Khumjung.
Het bewijs dat jeti's bestaan
Sherpa's
De sjouwers in het marktplaatsje Namche Bazar worden sherpa’s genoemd. Omdat er in de Himalaya geen wegen zijn waarover auto’s of brommers kunnen rijden moeten alle vrachten op de rug van een lastdier of een mens worden vervoerd. De sherpa’s zijn heel sterk. Zelfs kinderen sjouwen zware vrachten. Puur kinderarbeid; op zaterdag worden ze door hun ouders vaak naar de markt gestuurd.
Ook kinderen sjouwen zware lasten
Dundibiyo
Een typisch Nepalees spel is dundibiyo. Het lijkt op een simpele vorm van cricket. Je slaat met een slaghoutje (= dundi) op een stokje of een lege fles. Het stokje of de fles vliegt de lucht in en moet gevangen worden door een tegenstander. Zelf ren je naar een afgesproken honk. Dit kun je makkelijk nadoen. Biyo betekent trouwens: spel. Zo ken je ook nog een Nepalees woord!
Kinderen spelen dundibiyo met een leeg flesje
Nak en jak
Deze jak is eigenlijk een nak: een vrouwelijke jak. Jaks zijn in de Himalaya geliefde last- en ploegdieren, maar ze worden ook gehouden vanwege hun melk, vlees, haren (touw) en poep (brandstof). Voor de plaatselijke handelaren en boeren dragen de diern zware lasten over de ijskoude bergpassen naar de lager gelegen dorpjes. Voor de bergbeklimmers slepen ze tenten en voedselvoorraden naar hooggelegen campementen.
Jaks zijn een soort runderen, maar ze loeien niet als een koe. Ze grommen.
Markt
Vroeger was het stadje Namche Bazar een handelspost waar melk en jakboter te koop was en groenten uit de lager gelegen valleien. Tegenwoordig komen er veel wandelaars die op weg zijn naar het basiskamp van de Mount Everest.
Door het toerisme is Namche één van de welvarendste districten van het land geworden. De bewoners verdienen er met hun hotelletjes, restaurants en winkeltjes wel zeven keer zoveel als in andere regio’s.
Elke zaterdag is er markt in Namche Bazar
Sneeuwplaats
Himalaya betekent: sneeuwplaats. Het Himalayagebergte is het hoogste gebergte ter wereld en ook nog het op een na grootste gebergte van onze planeet. De sneeuwgrens begint op 5.000 m. Namche Bazar ligt op 3.440 meter hoogte. Omdat de lente is begonnen en de dooi al is ingetreden, zie je alleen nog witte sneeuw op de hooggelegen bergtoppen achter hen.
Deze jongens staan op de markt in Namche Bazar, een stadje in de Himalaya
Tibetanen
Op de doordeweekse markt in Namche Bazar liggen goedkope kleren en spullen uit China. Het dorp ligt in de Himalaya, vlakbij de grens met Tibet. Tibet is nu een provincie van China. Veel Tibetanen vinden dat China hun land bezet heeft. Vroeger kwamen veel Tibetanen naar Namche om er hun goederen te verkopen. Tegenwoordig mogen Tibetanen van de Chinese regering niet meer de grens over. Chinese goederen wel.
De meisjes hebben net een nieuw sjaaltje gekocht: ‘Made in China’ staat op het labeltje
Openlucht-kapper
De drijver van dit lastdier heeft net zijn vrachtje naar de markt gebracht. Nu laat hij zich even buiten het dorp door de kapper in de openlucht knippen.
Even een knipbeurt langs de weg
Zonneboodschap
"Zie je mijn signalen?" lijkt Soham (9) te zeggen.
In de bergen van de Himalaya, waar kinderen soms op grote afstand van hun buren leven, is het een geliefd spelletje om met een spiegel zonnestralen te vangen. Daarmee sein je naar een ander kind: "Ik ben thuis. Kom je?"
Soham gebruikt een spiegel om te seinen
Dragers
Op de bergpaden in de Himalaya worden vrachten en winkelvoorraden door mensen en lastdieren vervoerd. De menselijke dragers heten sherpa’s. Net als de berggidsen. Ze hebben voorrang als ze op een smal bergweggetje willen passeren. De lage T-stok geeft steun en dient als stoeltje als ze na een steile klim even uitrusten. De hoofdband zorgt dat het gewicht niet alleen op hun schouders rust.
De dragers verdienen geld door spullen van het ene dorp naar het andere te dragen
Mount Everest
Laksmi (15) staat te wachten op haar moeder, die een theehuisje runt langs het wandelpad naar Namche Bazar. Op de plek zie je de Mount Everest op de achtergrond.
Nepal verdient veel aan deze hoge berg (8.848 meter). De regering vraagt de bergbeklimmers die naar de top willen zo’n 30.000 euro neer te tellen.
Bergen die hoger zijn dan 8.000 meter zijn heel moeilijk te beklimmen omdat er weinig zuurstof in de lucht zit. Veel klimmers worden er gek of sterven door gebrek aan zuurstof en extreme kou.
Laksmi voor de Mount Everest
IJle lucht
Hoeveel kilo zou deze sherpa dragen? Hij moet zo krom lopen, dat hij amper voor zich uit kan kijken. Geen nood: de sherpa kent de weg uit zijn hoofd. En iedereen geeft hem voorrang. Men denkt dat de Nepalezen uit de Himalaya zulke goede dragers zijn omdat hun hart en longen zich hebben aangepast aan de extreme hoogte. Ze kunnen met weinig zuurstof toch goed doorlopen.
Zo loopt een ervaren sherpa door de Himalaya
Toegangspoort
Namche Bazar is de toegangspoort naar de hoge Himalaya. Hier zie je de Mount Everest en andere bergpieken. Bergbeklimmers en wandelaars wennen hier aan de grote hoogte en ijle lucht, voordat ze verder de bergen ingaan. Het dorpje heeft veel pensionnetjes en verdient goed aan de toeristen.
Namche Bazar, verzamelplaats voor bergbeklimmers
Jak-parkeerplaats
Aan de rand van het marktplaatsje Namche Bazar is een "parkeerterrein" voor jaks en andere lastdieren. Op vrijdag komen van heinde en verre de lastdieren en dragers met spullen die op de zaterdagmarkt worden verkocht. Als de kooplui hun vrachtjes hebben uitgeladen, kunnen de jaks een etmaal uitrusten voor ze weer zwaarbeladen huiswaarts keren.
Lastdieren rusten uit
Stoepa
Langs de weggetjes door de Himalaya kom je langs stoepa’s, ook wel 'chorten' genoemd. Dat zijn boeddhistische gebouwtjes of een stapel keien, waarop boeddhistische mantra’s staan geschilderd. Daar moet je zo langs lopen dat je "met de klok meegaat". De meest voorkomende mantra is: Ohm, mani padme hum (= Groet aan het juweel in de lotus). Dat is een gewijde groet aan Boeddha.
Gebouwtjes met heilige 'graffiti'
Aardappelveldjes
Dal, een verzamelnaam voor linzen met groenten en rijst, is het meest populaire gerecht in Nepal. Op grote hoogte zijn aardappels erg geliefd. Ze groeien goed in vrij koude streken. Zodra de sneeuw is weggetrokken worden de aardappels gepoot.
In het dorpje Khumjung heeft vrijwel elk huis een aardappelveldje, omringd door een wal van keien
Tika
Met rode rijst en rode bloemblaadjes wenst moeder haar kinderen geluk.
De rode rijstplak op het voorhoofd heet ook wel tika. Hindoe-gelovigen krijgen een tika (zonder rijstkorrels) meestal van de priester, als ze gebeden hebben of uit de tempel komen. Niet getrouwde mensen krijgen vaker een gele of oranje kleur.
Moeder plakt haar drie kinderen een dot rood geverfde rijst op het voorhoofd
Kiosk
Elke ochtend gaat Bishnu naar de kiosk om thee met melk te drinken en om huiswerk te maken. In de kiosk worden snacks, frisdrank en fruit verkocht. Soms past Bishnu op de winkel, maar echt werken doet hij niet. Hij leert liever Engels uit zijn schoolboek. Hij wil later dokter worden en geen olifantenrijder, zoals zijn vader.
Bishnu zit op de toonbank van de kiosk van zijn moeder
Olifantenkoek
Bishnu brengt de olifant van de buurman een olifantenlekkernij: rijst met bruine melasse (suikerresten) gewikkeld in gedroogd gras. Ook olifanten hebben af en toe extra vitaminen nodig!
Bishnu laat een olifantenlekkernij zien
Muurschilderingen
Het Tharu-volk leefde vroeger in moerassen waar malariamuggen vrij spel hadden. Andere volken meden het gebied. De Tharu behielden zo hun eigen oorspronkelijke cultuur. De vrouwen beschilderen nog steeds de buitenmuren van hun huizen op een bijzondere manier. Met gekleurde hand- en duimafdrukken.
Sierrand langs de deurpost van een Tharu-huis
Koekjes
Sagar Tamang (10) kent de stallen van de olifanten uit het Chitwan Breeding Center.
In het centrum worden olifanten gekweekt voor het leger. In het natuurreservaat in de buurt rijden soldaten op een olifant door het hoge gras om stropers te weren en de grens te bewaken.
Als de oppasser even niet kijkt, geeft Sagar zijn lievelingsolifant een handvol koekjes
Wasbeurt
De oppassers gebruiken geen zeep, maar harde stenen voor de olifanten waarop toeristen door het Chitwan Nationaal rijden. Elke avond, na een uitstapje door het hoge gras van de jungle, worden ze schoongeschrobt. De olifanten hebben geen slagtanden meer, het zijn getemde wilde dieren uit India.
Bisma kijkt hoe de olifantenoppassers hun dieren in de rivier wassen
Zwemmen
De Budirapti rivier stroomt langs het Chitwan Nationaal Park. Het natuurreservaat werd in 1983 door Unesco tot Cultureel Erfgoed uitgeroepen. Dat betekent dat er een zeldzame hoeveelheid bloemen en dieren, bossen en grasland te vinden is, waarmee iedereen zuinig moet omspringen. Maar dollen met tamme olifanten en met elkaar is niet verboden.
Kinderen badderen met de olifanten
Rijstebrood met suiker
In de olifantenfokkerij van Chitwan mogen Sagar, Sunil en Bisma de olifanten voeren met speciale olifantenbollen: rijst, gemengd met brokken suikerzoete melasse ingepakt in gras. Twee keer per week krijgt elke olifant een paar van die lekkere voedselbollen. Om aan te sterken. De kinderen mogen de reuzekoeken alleen naar de stal brengen, want de olifant accepteert alleen voedsel van zijn eigen bereider. En de jongens willen echt geen mep van een olifantenslurf krijgen!
Sagar, Sunil en Bisma met een oliebol. Pardon.....een olifantenbol
Brug
Soms lopen de jongens door het water, want de rivier is niet diep en het water is niet koud.
Nepal heeft veel rivieren. De grote rivieren, die gevoed worden door het ijskoude smeltwater van de Himalaya, stromen door diepe bergkloven. Daar kun je niet met blote voeten door het water waden. Er zijn hoge hangbruggen die je van de ene oever naar de andere brengen.
Over een bruggetje met zandzakken rennen Sunil, Bisma en Sagar naar de overkant
Hoeveel eet een olifant?
Een olifantenrijder maakt het voedsel voor zijn olifant klaar: hij verpakt rijst, wat zout en brokken suikermelasse in een bundel gras. De jongens Sunil, Sagar en Bisma willen het ook leren. Thuis hebben ze alleen een buffel, een geit en een hond. Die krijgen gewoon gras of etensrestjes. Maar wat eet een olifant? En is dit bergje rijst wel genoeg? Ze hadden gehoord dat een olifant wel 300 kg voedsel per dag eet…
Maak je hiervan olifantenkoek, willen Sunil, Bisma en Sagar weten


