Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Vlammenzee in vluchtelingenkamp 

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    In het Rohingya vluchtelingenkamp zijn de huizen zelfgemaakt.
    Saikat Mojumder
    Sohana woont in een opvangkamp voor Rohingya in Bangladesh.
    Sohana woont in een opvangkamp voor Rohingya in Bangladesh. Saikat Mojumder
    In het begin dat Sohana in het Rohingya vluchtelingenkamp in Bangladesh woonde, was er niks.
    Nu zijn er allerlei voorzieningen in het vluchtelingenkamp. Saikat Mojumder

    In het kamp bij Cox’s Bazar leven een miljoen Rohingya-vluchtelingen hutjemutje op elkaar. Ze wonen in zelfgebouwde onderkomens van brandbare doeken, bamboe en riet. Het vuur kon daardoor snel om zich heen grijpen. "De lucht was donker van de rook", vertelt Sohana. "Mijn zusjes en broer moesten huilen en ik kon niet slapen." De vlammenzee bereikte hun deel van het kamp niet, maar de schrik zit er goed in. In het kamp zijn vaker branden. Veel mensen gebruiken gasbranders om eten op te koken en de huizen vatten snel vlam. Sohana’s familie is nu extra voorzichtig met vuur.  

    Niet veilig  

    Sohana vluchtte in 2017 uit Myanmar. In dit land wonen verschillende volken. De meesten zijn boeddhist, maar de Rohingya niet. Zij zijn moslim en worden al jarenlang onderdrukt. Het leger doodde duizenden Rohingya en duizenden zochten een veilige plek. "Mijn zus rent nog steeds weg als ze iemand in uniform ziet", zegt Sohana. Ze is dankbaar dat ze in het kamp beschermd wordt tegen het leger, maar het leven is er niet makkelijk. Ondanks de slechte herinneringen wil Sohana ooit terug naar Myanmar. "Maar zolang er geen nieuwe wetten komen waarin onze rechten staan, is het er niet veilig voor ons." 

    Door een enorme brand in het grootste vluchtelingenkamp ter wereld in Bangladesh zijn duizenden mensen dakloos geworden. Sohana (11) woont daar. "We waren doodsbang." 
  • Japans winkelen

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Rio gaat graag met haar moeder naar een Japanse winkel in Amstelveen.
    Anke Teunissen

    Pika Pika Japan

    Ongeveer eens in de twee weken gaan Rio en haar moeder naar deze speciale Japanse winkel. Ze kopen er spullen die nergens anders te vinden is. Speciale noedels en badzeep! Ongeveer de helft van alle spullen in de schappen komt uit Japan. De rest is 'made in China of Taiwan'.

    Rio gaat met haar broertje en moeder naar een Japanse winkel in Amstelveen.
    "We kopen hier speciale noedels en badzeep." Anke Teunissen
    Veel spullen in de Japanse winkel komen ook echt uit Japan.
    Veel spullen komen ook echt uit Japan. Anke Teunissen

    Origami

    Rio en haar broertje houden van origami. "Maar onze moeder is er nog veel beter in." Het liefst maken ze een kraanvogel. Het verhaal gaat dat je geluk krijgt als je er duizend vouwt. "Ik denk dat ik er al ongeveer dertig heb gedaan."

    Kassa

    Deze winkel opende twee jaar geleden de deuren, helemaal naar Japans voorbeeld van de zogenaamde 100 yen winkels waar alles 2,50 kost. In PikaPikaJapan zijn verschillende prijzen.

    Amstelveen

    Er wonen zo'n 1700 mensen met de Japanse nationaliteit in Amstelveen. Er zijn ook een paar grote Japanse bedrijven gevestigd en heel veel restaurants, winkels en kappers. Er kwam een pakketje van oma met de post uit Fukuoka, de stad waar Rio is geboren en tot een jaar geleden woonde. "Het is speciaal voor oudjaar. Er zit een mochi in: een soort rijstcake."

    Rio (9) woont nu een jaartje in Amstelveen, om de hoek van allemaal Japanse winkels. Zo hoeft ze niets te missen uit haar geboorteland. En anders stuurt haar familie wel wat op via de post.
  • Bentoboxen en katakana karakters op de Japanse zaterdagschool

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    Doordeweeks gaan Rei en Naomi naar een 'gewone' school en elke zaterdag naar de Japanse.
    Anke Teunissen

    Het is twaalf uur en pauze. Twee jongens lopen naar het bord en gaan met hun gezicht naar hun klasgenoten staan. Rei, Naomi en de andere leerlingen staan ook op, schuiven hun stoelen aan maar blijven achter hun tafel staan. “Hiermee sluiten we de ochtend af”, klinkt het plechtig uit de monden van de jongens. Iedereen maakt een lichte buiging, dan rennen ze naar de gang om hun handen te wassen bij een grote wasbak met vijf kranen. “Hygiëne is heel belangrijk in Japan”, vertelt Rei tijdens het handen wassen. In haar geboorteland is het gebruik om eerst te douchen voor het badderen. Uit de schooltassen komen de in gekleurde furoshiki-doeken verpakte bentoboxen met hun lunch tevoorschijn. Naomi heeft een echte randusero, een knalrode leren stevige rugtas die bijna alle schoolkinderen in Japan hebben. Naomi: “Ik neem deze tas alleen mee op zaterdag, niet naar mijn andere school. Daar heeft niemand zo’n tas! Dat zou echt raar zijn.” De traditie van de furoshiki gaat ver terug. Vroeger werden de doeken vooral gebruikt in de openbare badhuizen en aan de print en soms zelfs een familiewapen herkende je welke van jou was. Nu worden ze vooral gebruikt om de bentoboxen in te verpakken en uitgespreid op tafel is het meteen een kleedje om op te eten.

    Japanse lunch

    Naomi: “Doordeweeks neem ik gewoon boterhammen mee naar school. Maar op zaterdag staat mijn moeder om zes uur op om een Japanse lunch voor me te maken.” In verschillende bakjes zit rijst, doperwten, kleine stukjes wortel, vis en zoete omeletjes met broccoli, aardappel en tomaatjes. “In Japan krijg je eten van school, elke middag is er een groot buffet. Per week heeft een ander groepje kinderen corveedienst en moeten zij het eten opscheppen. Respect hebben voor elkaar is het allerbelangrijkste op school in Japan.”

    Naomi krijgt op zaterdag Japanse lunch mee.
    Naomi krijgt op zaterdag Japanse lunch mee. Anke Teunissen
    De Japanse lunch zit in bentoboxen.
    De Japanse lunch zit in bentoboxen. Anke Teunissen

    Tijdens het eten, leggen Naomi en Rei uit wat ze precies leren op deze zaterdagschool en waarom ze dat belangrijk vinden. Er zijn nog drie andere van deze zaterdagscholen in Nederland en de leerlingen van deze in Amsterdam komen overal vandaan, sommigen zelfs uit Groningen. Naomi: “Ik ga naar de Japanse school om goed Japans te leren. Ik ben geboren in Tokio en woonde daar tot m’n derde. Mijn vader is Nederlands en mijn moeder is Japans. Ik wil graag goed met haar en mijn familie in Japan kunnen praten en daarom wil ik Japans kunnen.”

    Ingewikkelde taal

    Rei legt uit dat de Japanse taal erg ingewikkeld is en drie verschillende alfabetten heeft. “Het hiragana bestaat uit 46 basiskarakters, het katakana is er vooral voor het schrijven van buitenlandse woorden en dan is er nog het moeilijkste, het kanji, dat is over-genomen uit het Chinees. Er zijn meer dan 50.000 kanji tekens. Eigenlijk kun je de taal je hele leven blijven bestuderen!” Behalve Japanse taal en cultuur, krijgen ze ook wiskunde, Japanse maatschappijleer en geschiedenis. In de school hangen heel veel tekeningen en andere verwijzingen naar de (handels) band tussen Japan en Nederland. “Een voordeel is dat we ver voorlopen met wiskunde op onze gewone school”, lacht Rei. Maar de vriendinnen vinden het ook best zwaar om op zaterdag naar school te gaan. “We kunnen bijna nooit naar feestjes, want die worden meestal op zaterdag gegeven. En nu we in de brugklas zitten, krijgen we heel veel huiswerk en daar komt het huiswerk en de toetsen van deze school nog bij!”

    Tafeltennis

    De bakjes zijn leeg, de stokjes gaan weer terug in het kokertje. Uit alle lokalen stuiven leerlingen van andere klassen naar de gemeenschappelijke ruimte waar blauwe pingpongtafels uitgeklapt worden. Rei en Naomi doen een dansje en rennen rond met hun klasgenoten. Het is half één en de lessen beginnen weer. Sensei Makiko, een gepensioneerde leerkracht uit Japan die sinds vijf jaar op de zaterdagschool lesgeeft, staat al klaar met het tekstboek van het klassieke toneelstuk Kaki Yama Bushi in haar hand. De klas wordt in twee groepen verdeeld en om de beurt lezen ze hun Japanse tekst in koor lekker hard voor. Ze vinden het mooi klinken; toch pakken de meisjes thuis liever een Nederlands boek. Rei: “Ik ben fan van de Grijze Jager. Maar we houden ook van manga.”

    Doordeweeks gaan ze naar een ‘gewone’ school en elke zaterdag naar de Japanse. De vriendinnen Rei en Naomi (allebei 12) uit Amstelveen doen dit al zes jaar. Alleen op zondag zijn ze vrij.
  • Nana uit Japan is sumoworstelaar

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Als sumoworstelaar moet je lenig én sterk zijn.
    Yulia Skogoreva

    “Op school zag ik mijn zus sumoworstelen en toen wilde ik het ook. Sumo bestaat al 1500 jaar, maar vrouwen en meisjes mogen het officieel pas doen sinds 1997. Het is onze nationale sport, maar veel mensen vinden dat het alleen voor mannen is. Ik vind van niet. Het zou juist leuk zijn als er meer meisjes en vrouwen in de sport komen en dat wij ook professional kunnen worden. Nu zijn er alleen amateurwedstrijden. De coach zei meteen dat ik talent heb en ik doe vaak wedstrijden die ook worden uitgezonden door de plaatselijke tv-zender. Ik heb al wel vijftig prijzen gewonnen. Ik train een paar keer per week, als enig meisje. In Rusland en Mongolië is sumoworstelen ook heel populair. Mijn vader maakt weleens een grapje dat ik naar Rusland moet om te trainen en daar carrière te maken. Maar ik wil in mijn dorp op het platteland blijven. Iedereen hier kent me en steunt me.

    Sumo training

    Mijn vader heeft zelf een ring gemaakt in de tuin, zodat ik thuis ook kan oefenen. En hij brengt me altijd naar de training. Bij de noodleswinkel hangt een uitgescheurd krantenartikel met foto van me. De buren brengen me vaak eten. Eten is heel belangrijk voor me. Ik probeer zwaarder te worden. Want ook al gaat het bij sumo ook om techniek en lenigheid: je gewicht is vaak doorslaggevend. De sport gaat erom dat je je tegenstander uit de ring duwt. Om zwaarder te worden eet ik vooral rijst met rauw ei. Die rijst verbouwen we trouwens zelf. Dit deel van Japan is beroemd om de rijstteelt. Mijn familie gebruikt een stuk grond van familie en daar verbouwen we onze eigen rijst. Rijst speelt nog een andere rol in sumo. We strooien ermee in de ring om zo de kwade geesten weg te houden. Verder doe ik niet aan shinto-rituelen, we gaan ook nooit naar een tempel.”

    In Japan is sumoworstelen de nationale sport. Maar er doen maar weinig meisjes aan. Nana (13) vindt dat dat moet veranderen.
  • Verdedigen of vechten?

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    "Karate is bedacht door een Chinese monnik als manier om tot jezelf te komen", vertelt Imane.
    Karate-Do Bond Nederland

    Imane (13) uit Amsterdam doet aan karate

    “Het gedisciplineerde van karate past heel erg bij mij. Dat ben ik zelf ook. Ik doe nu vier jaar aan karate en heb de bruine band. Sinds twee jaar doe ik aan wedstrijden. Aan het begin was ik echt een robot, omdat ik de gedachte achter de bewegingen niet begreep en nu snap ik ze wel. Nog groter is het mentale effect. Tijdens karate leer je je hoofd leeg te maken en je ego of trots aan de kant te zetten. En dat kun je overal in je leven gebruiken, ook op school. Het gaat om concentratie en doorzettingsvermogen. Ik zit in de topsportklas van het Calandlyceum en daardoor kan ik nu het sporten veel beter combineren met school. Ik train twaalf uur per week en zit in de Nederlandse Jeugdselectie. In mijn klas zitten voetballers, honkballers en een judoka, maar ik ben de enige die aan karate doet. Eigenlijk is het karate-do: 'de weg van de lege hand’. Dus: je verdedigt jezelf zonder wapens. Het is ooit bedacht door een Chinese monnik als een manier om tot jezelf te komen. Vanuit de zen-gedachte: heel meditatief. Daarna is het overgebracht naar Japan en op het eiland Okinawa verder ontwikkeld. Toen zijn er echt technieken bedacht en verschillende grootmeesters hebben het verder over de wereld verspreid. Er zijn verschillende stijlen. Ik doe Wado Ryu en ik train bij Karateschool Fightin' Nabil waar ook Lynn Snel traint, zij werd laatst derde op het WK. We hebben dat met z’n allen gekeken via een livestream op een Turkse website. Ik versta geen Turks, maar wel de taal van karate en die is overal hetzelfde. Dus ik snapte precies wanneer de scheidsrechter een punt gaf. En we gingen ook met z’n allen ’s nachts naar Schiphol om haar op te halen. We zijn supertrots. Zij is de eerste Nederlandse vrouw op het podium na zeventien jaar! Ik wil later ook naar het WK. Zeker weten. Ik krijg eigenlijk alleen maar positieve reacties over mijn sport. Heel soms zeggen mensen: als je op karate zit, mag je dus mensen in elkaar slaan. Maar tijdens wedstrijden krijg je juist een strafpunt als je te hard slaat of schopt. En de regel is dat je de technieken alleen gebruikt in de dojo, behalve als je echt in gevaar bent. Dat geeft me wel een veilig gevoel: als ik ’s avonds laat op straat loop, weet ik dat ik me kan verdedigen.”

    Robin doet aan kendo en traint met een zwaard van bamboe.
    "Ons zwaard is van bamboe", vertelt Robin die aan kendo doet. Raymon Schuurink
    Door de sport kendo leert Robin ook veel over de Japanse cultuur.
    Door de sport kendo leert Robin veel over de Japanse cultuur. Raymon Schuurink

    Robin (11) uit Amersfoort doet aan kendo

    “Een ander woord voor kendoka is samoerai: dat is een Japanse strijder die met een groot gevoel van eer in het leger van de Keizer streed, zo’n duizend jaar geleden. Tijdens onze lessen bij Vereniging Mokuseikan zijn er nog regels die verwijzen naar die tijd. Zo zitten we in de dojo bijvoorbeeld in een bepaalde volgorde in de rij. De minst ervaren krijger zit het dichtst bij de ingang. Het idee is, dat als er een aanval komt, deze samoerai als eerste z’n leven zou geven. Ik snap die gedachte wel, maar ik zou eerder denken: laat de beste de mindere beschermen. Dus juist precies andersom. Dat past meer in de Nederlandse cultuur: dat je elkaar helpt. De samoerai van vroeger droegen een pantser en helm van metaal. Onze men is van dikke lagen katoen en heeft tralies voor de ogen voor de veiligheid. Verder dragen we een do en kote. Ons zwaard is gemaakt van bamboe, zodat je elkaar niet teveel pijn doet. Maar verder moeten we met de shinai omgaan alsof het een echt zwaard is. Zo mag je bijvoorbeeld niet op het achterhoofd slaan, omdat daar geen bescherming zit. En ook niet op het zwaard leunen, vanuit de gedachte dat je de punt dan bot zou maken. Ik doe het nu 2,5 jaar, voor de lol. Niet omdat ik denk dat ik het nodig heb me te kunnen verdedigen. Ik denk dat je in Nederland niet zoveel gevaar loopt om zomaar aangevallen te worden. In het vroegere Japan werden ze wel steeds aangevallen, bijvoorbeeld door China. Het is extra leuk dat je Japanse woorden en allerlei regels leert. Ook al weet ik niet precies waarom die regels er zijn. Bijvoorbeeld: je moet óver de drempel van de dojo stappen. Je mag er niet op gaan staan. En je buigt naar de shomen. Ik heb gehoord dat in Japan op een altaar een shinzen staat waarvan ze geloven dat de geest van de zaal erin zit. Zo spiritueel ben ik niet, dat ik dat geloof. Japan lijkt me een heel bijzonder land: ik wil er graag naartoe om het keizerlijk paleis te zien.”

    Luke (11) uit Rotterdam doet aan judo

    “Mijn vader deed al aan judo, toen mijn zus en daarna ook ik. Thuis doen we het ook weleens. Dan leggen we een judomat in de tuin en gaan we met elkaar oefenen. Ik hoop dat er een moment komt, dat ik van m’n vader win. Het leukste aan judo vind ik dat het niet om kracht gaat, maar om techniek, strategie en inzicht. De worpen vind ik het leukst om te doen. Die hebben Japanse namen, zoals de uki-goshi. Dat is de eerste heupworp. Het woord ‘judo’ betekent ‘zachte weg’ en het is in 1882 bedacht door Jigoro Kano, in Japan. Mijn sensei Dick van Budo Ryu Rotterdam is ook in Japan geweest om te kijken hoe ze daar trainen. We hebben zeven regels die heel belangrijk zijn: de Bushido code. Dat zijn gedragsregels die vroeger ook voor de gewapende Japanse troepen, de samoerai, golden. Daarin staat bijvoorbeeld dat je eerlijk moet zijn, compassie moet hebben, loyaal moet zijn en respect is ook heel belangrijk in deze sport. Je moet bijvoorbeeld altijd de zaal, de mat en de sensei groeten. Als je dat een keer vergeet, dan moet je teruglopen en het alsnog doen. Soms moet je je als straf extra opdrukken. Ik denk wel dat respect in de Japanse cultuur ook heel belangrijk is. En verder vind ik het leuk aan de Japanse cultuur dat ze in draken geloven. Veel verhalen en legendes gaan over draken."

    Luke legt uit dat het woord judo 'zachte weg' betekent.
    Luke legt uit dat het woord judo 'zachte weg' betekent. Budo Ryu Rotterdam
    Veel vechtsporten of zelfverdedigingstechnieken komen uit het Oosten, zoals China en Japan. Ze zijn eeuwenoud en stammen af van vechttradities uit de Middeleeuwen. Karateka Imane (13) uit Amsterdam, judoka Luke (11) uit Rotterdam, en kendoka Rodin (11) uit Amersfoort vertellen over hun passie.
  • Over de Japanse cultuur: "Je mag geen eigen mening hebben"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Ryunosuke uit Amsterdam vertelt hoe het is om Japanner in Nederland te zijn.
    Anke Teunissen

    Waar ben je geboren?

    “Tot drie jaar geleden woonde ik in Japan, om precies te zijn in Tokio, in een wolkenkrabber van 47 verdiepingen. Een van mijn eerste herinneringen is de grote aardbeving van 2011, toen ons hele gebouw heen en weer bewoog. Ik was op de kinderopvang onderin de flat en hoorde allemaal telefoonalarmen afgaan als waarschuwing. Iemand rende naar binnen en gilde dat we onze helmen op moesten zetten. Aardbevingen gebeuren zo vaak, dat je eraan gewend raakt. Maar dit was wel een heel grote. Gelukkig was ons huis stevig genoeg zodat het bleef staan.”

    Aan welke andere dingen raakte je gewend in Japan?

    “Wat ik juist altijd moeilijk vond, is dat je er eigenlijk geen eigen mening mag hebben. Je moet vinden wat iedereen om je heen vindt. Omdat mijn ouders het belangrijk vinden dat ik goed Engels leer, zat ik in Tokio op een internationale school met ook veel Japanse kinderen. Eerst hoorde ik in hun groepje, maar omdat ik niet mee wilde doen met iemand pesten, werd er over me geroddeld. Toen ik er ook nog op werd aangesproken, heb ik maar m’n eigen groepje gemaakt met jongens uit Canada, Indonesië, Zuid-Korea en Sri Lanka.”

    Hoe is het om Japans te zijn?

    “Japanners zijn heel erg van de goede manieren en beleefd zijn. Maar ik realiseer me dat ik dat niet altijd ben. Ik ontmoette een keer een heel gigantische sumo-worstelaar en hij vroeg me of ik ook aan sumo wilde gaan doen. Toen antwoordde ik heel eerlijk dat ik niet wilde, maar dat ik aan golf doe. Achteraf denk ik: dat was helemaal niet aardig van me. Ik vind het goed om rekening te houden met de gevoelens van de ander. Door de jaren heen heb ik van mijn ouders geleerd hoe ik mijn boodschap beter kan verpakken zelfs als ik iemands voorstel afwijs. We worden buiten Japan wel heel makkelijk als toerist gezien en ik denk dat we daardoor een groter risico lopen beroofd te worden. Dat is ook al een keer gebeurd, in de laatste trein van België naar Amsterdam. De politie op het station zei toen dat dit Aziaten vaak overkomt.”

    "In Japan voel ik me wel meer Japans", vertelt Ryunosuke.
    "In Japan voel ik me wel meer Japans", vertelt Ryunosuke. Anke Teunissen

    Hoe is het om Japanner in Nederland te zijn?

    “Mensen denken eigenlijk nooit dat ik Japans ben. Eerder Chinees of Koreaans. Er is weleens iets shockerends gebeurd: toen trokken mensen spleetogen en zeiden iets in bedacht Aziatisch. Sinds corona er is, is het ook weleens gebeurd dat iemand tegen me zei dat het mijn schuld is dat het virus er is. Voor veel mensen zijn alle Aziaten hetzelfde, maar het is ook moeilijk om het verschil te zien. Je kunt het misschien aan onze achternaam zien of aan ons accent in het Engels horen."

    Wat vind je mooi aan je cultuur?

    “Ik ben gek op ons eten en ik vind het fijn dat familie heel belangrijk is, ook je overleden voorouders. We geloven dat ze ons vanuit de hemel op aarde beschermen. Elke zomer vieren we het festival van de doden die terugkeren naar de aarde: Obon. Dat duurt van 13 tot 16 augustus en iedereen reist dan, als het kan, naar zijn of haar geboortehuis om met de ouders, broers en zussen het graf van de de overledenen te bezoeken. Nu is het door corona moeilijk om terug te gaan naar Japan, maar we eren onze voorouders thuis.”

    Waar voel je je het meest thuis?

    “Eigenlijk overal waar ik tot nu toe heb gewoond. In Japan voel ik me wel meer Japans, omdat daar meer Japanners om me heen zijn. In mijn klas is één andere Japanner. Verder zitten er vooral veel Amerikanen in mijn klas. Ik ben blij dat ik niet naar een Japanse school ga. Uit verhalen van vrienden weet ik dat de leerkrachten daar heel streng zijn. Veel Japanse ouders zijn ook streng. Ze leggen veel druk op hun kinderen dat ze overal de beste in moeten zijn. Gelukkig zijn mijn ouders niet zo.”

    Ook al wordt Ryunosoke (12) bijna nooit als Japanner herkend, hij kan als geen ander vertellen hoe het is als Japanner in Amsterdam. Hoe kijken mensen naar hem? En wat vindt hij eigenlijk mooi en minder leuk aan de Japanse cultuur?
  • Tweeling in Tokio

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    De tweelingbroers Ayata en Haruta uit Tokio vertellen over de Japanse cultuur.
    Yulia Skogoreva

    Er wordt wel gezegd dat geen stad ter wereld zo schoon is als Tokio. Ook al wonen er zo’n 13 miljoen mensen, er ligt geen vuiltje op straat. Verder wordt er niet geschreeuwd, voetgangers botsen niet tegen elkaar en automobilisten toeteren niet. Mensen gaan respectvol en beleefd met elkaar om. In een van de straten in een rustige wijk, staat het houten huis van Ayata en Haruta. Er zijn wel meer gebouwen van hout in Japan. In het land zijn vaak aardbevingen en dan is dat bouwmateriaal veiliger dan bedolven raken onder ingestort puin van duizenden kilo’s. Toch staat Tokio ook vol met wolkenkrabbers en appartementencomplexen van beton. “Toen we zes waren zijn we hier naartoe verhuisd. De benedenburen van ons vorige appartement klaagden over ons. We maakten teveel lawaai.” Ze wonen met hun ouders, zoals de meeste families in Tokio. In sommige andere steden, dorpen en op het platteland is het nog wel de gewoonte dat opa’s en oma’s bij je in huis wonen en dat ze voor de kleinkinderen zorgen. Maar daarvoor zijn de huizen in Tokio te klein. Ook daarom is het niet de gewoonte dat mensen bij elkaar thuis op visite komen. Een van de belangrijkste regels in huis is: schoenen uit. “Dat is voor de hygiëne. We zijn niet anders gewend en we trekken gewoon warme sokken of slippers aan.”

    Ayata wijst op de plattegrond aan waar hij is in de wijk Harajuku in Tokio, de hoofdstad van Japan.
    "Hier zijn we nu, in de wijk Harajuku", wijst Ayata uit Tokio. Yulia Skogoreva

    Snoepwinkels

    Het is bijzonder dat de tweelingbroers in een oud huis wonen, van zo’n zestig jaar. Dat klinkt niet antiek, maar de meeste huizen zijn nieuwer. In de traditionele huizen wonen meestal geen mensen, maar zitten snoepwinkels waar je bijvoorbeeld wagashi kunt kopen. Deze mini-gebakjes zijn smakelijke kunstwerkjes, gemaakt van onder andere gemalen azukiboon en suiker. Ayata: “Onze moeder koopt ze en we eten ze bij de groene thee die we drinken.” Theedrinken hoort bij het dagelijks leven in Japan, maar de theeceremonie met matcha is een speciale gebeurtenis. Dan wordt er van het groene theepoeder een drankje gemaakt en geserveerd, allemaal in een vaste volgorde. De tweeling heeft zelf nooit zoiets meegemaakt. Hun moeder leerde het ritueel vroeger op de middelbare school, maar doet het niet thuis. In een stad als Tokio maakt nu lang niet iedereen meer tijd voor zo'n urenlange gebeurtenis en wordt het meer en meer iets voor toeristen.

    Unieke architectuur

    Er is iets anders dat de tweeling wel echt jammer vindt: er zijn steeds minder dagashi winkels. Dagashi is goedkoop lang houdbaar snoep in verpakkingen die al tientallen jaren hetzelfde zijn. Vaak is het zoet, maar het kan ook gedroogde inktvis zijn. Ayata: “Tegenwoordig wordt er zoveel snoep geïmporteerd uit andere landen dat dit snoep verdwijnt. Dat is jammer, maar het buitenlandse snoep is wel heel lekker. Alleen een stuk duurder.” In Tokio staan heel veel bijzondere gebouwen, vinden de broers. Dat viel ze vooral op nadat ze naar het buitenland waren geweest. Ze zijn twee keer in de Verenigde Staten, een keer in Taiwan en een keer naar de Filipijnen geweest. “We zouden wel vaker willen reizen omdat het leuk is om andere culturen en andere landschappen te zien. En door die reizen weten we nu dat onze architectuur echt heel uniek is.”

    In het shinto-heiligdom in Tokio pakken de broers een omikuji.
    In het shinto-heiligdom pakken de broers een omikuji. Yulia Skogoreva
    De tweelingbroers uit Tokio lezen een voorspelling uit het shinto-heiligdom in Tokio, de hoofdstad van Japan.
    Ze lezen de voorspelling aandacht. Yulia Skogoreva

    Shintoïsme

    In Tokio staan bijvoorbeeld boeddhistische tempels, maar ook jinja’s – heiligdommen van het shintoïsme. Veel Japanners mixen deze twee religies. Bij begrafenissen gaan mensen vaak naar een boeddhistische tempel. En op speciale verjaardagen gaan ze in een kimono, een traditioneel Japans gewaad, naar de jinja om daar te bidden. Bijvoorbeeld als je drie, vijf of zeven wordt. “En ook met nieuwjaar gaan we. Dan eten we eerst speciale noedels. Hele lange. Dat betekent dat je een lang leven zult hebben. Veel mensen kopen in de jinja een omikuji, een brie  e met een voorspelling erop. Die kun je hier het hele jaar door vinden, maar de boodschap die je met nieuwjaar krijgt, geldt voor het hele komende jaar.”

    Discipline

    Iets anders dat ze extra opviel tijdens hun reizen, is dat het openbaar vervoer in Japan heel goed is geregeld. Treinen in Japan vertrekken namelijk altijd precies op tijd. Vertrektijden worden niet in minuten aangegeven, maar in seconden. “Wij wandelen of fietsen naar school. De trein nemen we misschien eens per maand. Het is wel typisch Japans dat alles zo op tijd gaat, want in onze cultuur is discipline heel belangrijk. En respect: dus je laat anderen niet wachten.”

    Hoe is het leven in de Japanse hoofdstad Tokio? Klopt het dat alle treinen en metro’s stipt op tijd rijden? De tweelingbroers Ayata en Haruta (12) vertellen.
  • Melvin verhuisde van El Salvador naar Spanje

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    Van een gevaarlijke stad in El Salvador met 280.000 inwoners, verhuisde Melvin (10) een half jaar geleden naar het Spaanse dorpje Torre d'en Doménec. In veel Spaanse dorpen wordt het steeds leger omdat mensen naar de stad trekken, op zoek naar werk. De burgemeester van Torre d'en Doménec bedacht een plan om nieuwe inwoners te lokken.
  • Dak boven je hoofd

    Informatie

    Plaats als eerste een reactie

    Overal ter wereld trekken mensen van het platteland naar de stad. Dat heet ook wel urbanisatie.
    Shutterstock

    Nieuwe plek

    Er zijn verschillende redenen om te verhuizen. Bijvoorbeeld omdat je ouders een nieuwe baan hebben. Of willen jullie een huis met een tuin of in een leukere stad? Het kan ook zijn dat je ouders gewoon zin hebben in avontuur. Er zijn mensen die van verhuizen houden. Die vinden het een uitdaging om een oud huis op te knappen of leuk om een nieuwe omgeving te leren kennen. Maar er zijn ook mensen die het vreselijk stressvol vinden. Er komen een heleboel regeldingen bij kijken. En je moet afscheid nemen van alles dat bekend is. In het ideale geval betekent verhuizen een verbetering van je leefsituatie. Je krijgt bijvoorbeeld een eigen slaapkamer of de nieuwe buurt is veiliger of gezelliger. De afgelopen jaren zijn in Nederland veel mensen uit de stad naar het platteland getrokken. Op zoek naar meer rust, ruimte en goedkopere huizen.

    Onderzoek

    In het ene land verhuizen mensen veel vaker dan in het andere. Onderzoekers wilden weten waar dat mee te maken zou kunnen hebben. Ze vergeleken informatie uit zestig verschillende landen. En wat bleek? Er wordt meer verhuisd in landen met meer rijkdom, waar meer mensen kunnen lezen en schrijven en meer mensen in de steden wonen. Binnen je eigen land verhuizen, is vaak makkelijker dan naar een ander land vertrekken. Elk land heeft namelijk andere regels voor nieuwe inwoners en die zijn vaak best streng. Er bestaat namelijk een angst dat nieuwkomers banen en woningen inpikken en de cultuur in het land beïnvloeden door hun eigen tradities te houden.

    Veel vluchtelingen worden opgevangen in een buurland van het land waar ze geboren zijn.
    De meeste vluchtelingen worden opgevangen in een buurland van het land waar ze geboren zijn. ANP

    Migranten

    Als je verhuist naar een ander land, heet dat ook wel migreren. Je bent dan een migrant. Er zijn verschillende soorten migranten. Sommigen gaan ergens naartoe omdat ze weer samen willen zijn met de rest van hun familie. Dat heet gezinshereniging. De meesten komen voor een studie, of voor een baan. Degenen die voor werk komen, worden arbeidsmigranten genoemd. De meesten in Nederland kwamen vorig jaar uit Polen en Duitsland. Deze immigranten blijven vaak niet de rest van hun leven in het nieuwe land. Bijna de helft is na drie jaar weer uit Nederland vertrokken. En na tien jaar woont zo’n 70% niet meer hier. Die gaan dan emigreren. Er is dus een verschil tussen emigreren en immigreren. Hoe onthoud je dat? De -i is van in. De -e van eruit.

    Profiteren

    Niet elke regering ziet de inwoners graag het land verlaten. Het zijn namelijk vaak de bollebozen die juist kunnen helpen de economische situatie in het land te verbeteren. Maar er zijn niet altijd goedbetaalde banen voor deze theoretisch opgeleiden. En, aan de andere kant, als zij in het buitenland goed verdienen dan profi teert het thuisland daar ook van mee. Vaak sturen de arbeidsmigranten een deel van hun salaris naar de achterblijvers. En dat is ook weer goed voor de economie omdat het geld dan daar wordt uitgegeven.

    Naar de stad

    In Afrika en Azië trekken veel mensen van het platteland naar de stad voor werk en voorzieningen als ziekenhuizen en (beter) onderwijs. Met een moeilijk woord heet dat ook wel urbanisatie, oftewel verstedelijking. In 2007 woonde meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Zo’n verhuizing pakt niet voor iedereen goed uit. Het lukt bijvoorbeeld niet altijd om werk of een betaalbaar huis te vinden. En in de stad kun je ook nog eens niet je eigen groente of fruit verbouwen. In veel steden zie je daardoor vaak een rijker centrum met hoge fl ats en met daarnaast krottenwijken zonder stromend (drink)water, riolering of elektriciteit. Hier wonen de nieuwkomers.

    Klimaat

    Verwacht wordt dat in de toekomst klimaatverandering een van de belangrijkste redenen zal zijn dat mensen gaan verhuizen. Omdat ze geen gewassen meer kunnen verbouwen of omdat hun huis onder water komt te staan, moeten ze wel vertrekken.

    Vluchtelingen

    Wereldwijd waren er in 2020 ruim 82 miljoen mensen op de vlucht voor oorlog, geweld of een andere onveilige situatie. 9 Van de 10 vluchtelingen wonen in een buurland van het land waar ze geboren zijn. Slechts een klein deel besluit om verder weg te gaan. Zij betalen veel geld voor een vaak gevaarlijke reis naar een land waar het helemaal niet zeker is dat ze er mogen blijven. In 2020 kwamen 19.000 asielzoekers naar Nederland.

    Verhuisdozen inpakken én daarna voor alles een nieuw plekje vinden. De zin van verhuizen? Je leven wordt er meestal beter van. Stom aan verhuizen? Afscheid nemen. Gemiddeld verhuizen mensen in Nederland 7 keer in hun leven.
  • Ibrahim uit Nigeria werd ontvoerd

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Ibrahim uit Nigeria werd ontvoerd door een criminele bende.
    Michael Dibie

    De zondag in het dorp Tegina begint als een heel gewone. Zijn vader maakt hem om 7.00 uur wakker, ze ontbijten en Ibrahim wandelt naar school voor lessen Engels, rekenen en geschiedenis. Weer thuis, verruilt hij z’n schooluniform voor een djellaba en klimt bij z’n vader op de motor. Rond 14.40 uur komen ze aan bij de koranschool. Net als altijd, lekker op tijd. Zijn vader is hier namelijk een van de leerkrachten. Ibrahim kletst wat met Hussiena en Sunaka op het plein. Het is nog vroeg en dus rustig: slechts negentig van de driehonderd leerlingen zijn al aanwezig.

    Bivakmutsen

    Ineens stormen er mannen het plein op. Sommigen dragen camouflagekleding, net als soldaten. Ze hebben bivakmutsen op hun hoofd en zwaaien met pistolen en grote messen. “Ze roepen in het Hausa wat we moeten doen, dus ik versta ze. Het is ook mijn taal.” Ibrahim heeft een vermoeden van wat er gebeurt. In februari was iets soortgelijks aan de hand, ongeveer twintig kilometer van school. Ouders en leraren waarschuwen de kinderen sinds die tijd voor kidnappers en verbieden hen met vreemden te praten. In de chaos die ontstaat, verliest Ibrahim zijn vader uit het oog. Die blijkt, net als de andere leerkrachten, opgesloten in een van de klaslokalen. Ondertussen vernielen de kidnappers het kantoor van het school-hoofd, als boodschap dat er met hen niet te sollen valt.

    Onbekende bestemming

    Alle negentig kinderen worden richting de twintig motoren geduwd die klaarstaan voor de school. Dicht tegen elkaar aangedrukt rijden ze wel twee uur, naar onbekende bestemming. “Ik huil de hele weg, net als de andere kinderen.” Ze komen aan in een verlaten vluchtelingenkamp, ver buiten de stad in de middle of nowhere. In plaats van vluchtelingen, zijn er nu gemaskerde mannen en hier en daar een vrouw. Ibrahim weet niet precies met hoeveel ze zijn. “Ik zie ook nooit hun gezichten. Ze dragen altijd die bivakmutsen. Heel eng.” De ontvoerders zetten de kinderen water en brood voor, maar Ibrahim krijgt geen hap door z’n keel. Hij is te bang. “De eerste nacht is vreselijk. We liggen op de grond en ik val maar niet in slaap. Thuis ben ik een bed met een matras gewend. De ontvoerders verliezen ons geen seconde uit het oog en zijn de hele tijd gewapend.”

    Over deze weg werden de leerlingen van de koranschool in Nigeria op motoren ontvoerd.
    Over deze weg namen de kidnappers de leerlingen mee. Michael Dibie
    Tijdens de ontvoering ging Ibrahim's vader elke dag naar de koranschool in de hoop nieuws te horen.
    Ibrahim's vader is blij dat de leerlingen weer vrij zijn. Michael Dibie

    Vergissing

    De volgende ochtend mogen de kinderen zich wassen, met een paar handen water. "Sommige kidnappers zijn wel aardig tegen ons. En ze vertellen dat de ontvoering een vergissing is.” Of dat waar is of een manier om de kinderen voor de gek te houden: dat weet niemand. “Soms mogen we wat spelen of verzen uit de Koran opzeggen. Maar meestal ben ik aan het bidden dat ze ons loslaten.”

    Vrijgelaten

    De kinderen worden zo’n drie maanden gevangen gehouden. En al die tijd is zijn bezorgde vader zoveel mogelijk tijd op school in afwachting van nieuws. Elke dag bellen de ontvoerders met het schoolhoofd. Soms wel twee of drie keer. Ze vragen om losgeld en dreigen dat ze de kinderen iets zullen aandoen. Uiteindelijk geven ze de criminelen een ingezameld bedrag. Hoeveel precies blijft geheim. Ze willen andere criminelen niet op een idee brengen. “Eén jongen overleeft de ontvoering niet. Hij wordt ziek, maar krijgt geen medicijnen. Sommige kinderen proberen te ontsnappen, maar ze komen niet ver." Dan... toch nog vrij plotseling, krijgen de kinderen te horen dat ze naar huis mogen. De ontvoerders overhandigen de kinderen aan een voor Ibrahim onbekend persoon. Hij ziet niemand in een uniform, geen politie of soldaat. Op motoren worden ze naar huis gebracht en het weerzien is één groot feest. Alle ouders van de leerlingen van de koranschool en de leerkrachten hebben zich verzameld op een plein, niet ver van de school. Lang duurt het feest niet, want alle kinderen moeten voor medische onderzoeken naar het meest dichtstbijzijnde ziekenhuis, twee uur verderop. De volgende dag komt Ibrahim’s moeder. Ze woont en werkt in een ander deel van het land. “We zien elkaar niet zo vaak, maar nu was ik zó blij haar te zien.”

    Bescherming

    De school is gesloten sinds de ontvoering, maar het schoolhoofd probeert alle leerlingen weer in de klas te krijgen. Ibrahim gaat voor geen goud terug. Ook al is er nu een nieuw hek en een poort om de leerlingen te beschermen. In sommige wijken van de stad en in andere dorpen en steden rond Tegina lopen ouders de wacht om kidnappers geen kans te geven. Maar in deze wijk van Tegina gebeurt dat niet. Ibrahim: “Ik wil naar m’n opa die driehonderd kilometer verderop woont, in een grotere stad.” Zijn vader zou graag blijven. “Tot nu toe vond ik het hier fijn om te wonen. Het weer is lekker en ik houd van m’n baan. Maar als mijn zoon wil verhuizen, dan gaan we. Ik verkoop m’n motor en verder hebben we niet veel spullen. We nemen een bus en gaan bij m’n vader in ons grote familiehuis wonen." Ibrahim verheugt zich op een nieuw begin, in een nieuwe omgeving. “Mijn opa houdt schapen en die verkoopt hij voor het Offerfeest. Ik vind het altijd heel leuk om met de lammetjes te spelen. Ze zijn zo schattig en ondeugend.”

    Ontvoeringen

    In het noorden van Nigeria zijn criminele bendes actief die kinderen ontvoeren voor losgeld. Met dat geld kopen ze wapens, zorgen ze voor hun familie of betalen ze boodschappen en andere dagelijkse dingen. Het lijkt bijna alsof ze het kidnappen hebben afgekeken van de extreem islamitische terreurorganisatie Boko Haram die ook kinderen ontvoerde en ze vaak gebruikte als slaaf of kindsoldaat. Door Boko Haram sloegen bijna 2 miljoen mensen op de vlucht. Sinds de leider afgelopen zomer overleed, lijkt de organisatie uit elkaar te vallen.

    Drie maanden lang werd Ibrahim (9) in het noorden van Nigeria vast gehouden door ontvoerders, samen met nog negentig andere kinderen. Eind augustus kwam hij vrij. “Ik wil hier weg, ik wil bij mijn opa gaan wonen.”
  • "Israël is ons beloofde land"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    In deze synagoge in Bussum is Chaya's opa de rabbijn.
    Karin Wesselink

    Joodse geloof

    "Verhuizen is gewoon leuk, je ontmoet nieuwe mensen en leert een nieuwe omgeving kennen. Ik kan bijna niet bijhouden hoe vaak ik al verhuisd ben. Ik ben geboren in Bussum, toen woonden we in Amstelveen, daarna een tijd in Antwerpen en nu alweer naar het derde huis in Naharia, in Israël. In de tuin van ons nieuwe huis staat een citroenboom, granaatappelboom en een mandarijnenboom. Mijn moeder had het al jaren over teruggaan naar Israël, zij is hier geboren. Mijn vader is niet-joods en mijn ouders zijn gescheiden. Hij woont nog in Bussum. Israël is ons beloofde land. Joden geloven dat god het land aan ons heeft gegeven. Vanaf het begin woonden hier ook al joden. Sommige mensen zie ik de grond kussen als ze uit het vliegtuig komen. Dat vind ik een beetje overdreven. Maar ik voel me hier wel het fijnst, het meest op mijn gemak. Dit is mijn thuis, hier horen wij echt. Niemand kan hier zeggen: je hebt een joodse neus, dus oprotten. Want dat wordt in Nederland wel eens gedacht of gezegd. Dat hoor ik tenminste, het is nooit tegen mij persoonlijk gezegd. Maar er zijn genoeg voorbeelden van discriminatie alleen maar omdat je het joodse geloof hebt.

    In mijn klas ben ik het enige blonde meisje. En ik was gewend om alles op de  fiets te doen. Dankzij mij komen nu veel meer kinderen op de fiets naar school in plaats van met de auto. Dat is veel beter voor het milieu en daar houd ik me nogal mee bezig, dus ik ben er best trots op dat ik dat bereikt heb."

    Voor Chaya is Israël het beloofde land.
    Voor Chaya is Israël het beloofde land. Karin Wesselink

    Hebreeuws

    "Ik sprak al Hebreeuws voordat ik hier naartoe kwam. Thuis praatten we altijd al Hebreeuws en Nederlands. De taal Israëlisch bestaat niet, veel mensen in Nederland vragen dat aan me. Het is fijn dat je hier in elke winkel koosjer eten kunt kopen, ook in de Arabische winkels. In onze stad wonen veel verschillende mensen, bijvoorbeeld Ethiopiërs die joods zijn. Maar er wonen ook Arabieren. Sommigen zijn moslim, sommigen christen, sommigen joods. En op straat zie je overal mensen met een hoofddoek: moslims en joden. Op mijn school zitten ook kinderen die niet koosjer eten en de joodse feestdagen niet meevieren. Maar de meeste mensen zijn joods. Daardoor voel ik me hier ook het veiligst."

    Oorlog

    "Afgelopen zomer waren er weer raketaanvallen op Israël, maar niet waar ik woon. Wel hoorde ik vliegtuigen en bommen, maar die waren aan het oefenen boven zee. Ik was niet bang, ik had alleen maar medelijden met de vissen. Als er oorlog komt, ja... die komt er dan gewoon. Ik kan er niks tegen doen. Maar ik woon dicht bij de grens met Libanon en dat land gaat ons echt niet nog een keer aanvallen. Tijdens de vorige oorlog hebben we ze helemaal ingemaakt, dus zij weten dat ze niet met ons moeten spotten. Als ik achttien ben, ga ik ook bij het leger. Iedereen doet dat: jongens drie jaar, meisjes anderhalf jaar. Het lijkt me niet perse leuk, maar ik wil ook gewoon het land beschermen en mijn bijdrage leveren."

    Een paar jaar geleden verhuisde Chaya (10) naar Naharia, een stad aan de kust van Israël.
  • Wonen in een tentenkamp voor Rohingya

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Sohana woont in een opvangkamp voor Rohingya in Bangladesh.
    Saikat Mojumder

    Discriminatie

    Vroeger woonden we in een groot huis, naast de rivier Mayu. Mijn drie zussen, m’n broer en ik: we hadden allemaal een eigen kamer, we hadden koeien en kippen en ik had veel vrienden met wie ik knikkerde”, herinnert Sohana zich nog goed. In haar dorp leefde iedereen samen: de Chakma, de Rakhine en zij als Rohingya. “We gingen naar dezelfde school en dezelfde winkels. Alleen ons eten was anders.”
    In Myanmar leven veel verschillende volken. De meesten zijn boeddhist, maar de Rohingya niet. Zij zijn moslim en worden al jarenlang onderdrukt. “Ze zien ons als indringers en ze willen ons land aan anderen geven.” Rohingya zijn zelfs geen officiële inwoners van het land en hebben geen rechten. Die discriminatie merkte Sohana op verschillende manieren. Zo mochten de meisjes en vrouwen bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen en jongens en mannen mochten niet naar de moskee.

    Moordpartij

    In de zomer van 2017 kwam de haat tegen hen tot een grote uitbarsting. Een groep Rohingya- activisten had aanslagen gepleegd op politie-posten en militaire doelwitten. Hun eis: gelijke rechten. Sommigen zien hen als vrijheidsstrijders, anderen als terroristen, maar duidelijk is dat het leven van Sohana daarna drastisch verandert. “We mochten niet meer bij de Rakhine- kinderen spelen na school en er werden zelfs kippen van ons gestolen.” Voor het leger van Myanmar waren de aanslagen reden voor een grote moordpartij op duizenden Rohingya. Ze sloegen het dorp van Sohana niet over. Sohana was pas zeven, maar ze weet nog precies wat de soldaten van het leger deden. De vrouwen moesten allemaal naar binnen en hun sieraden en andere kostbaarheden verzamelen en afgeven. De mannen werden vastgebonden en neergeschoten. “Alleen mijn vader wist te ontkomen. De tuin was veranderd in één grote poel van bloed. Mijn zus rent nog steeds weg als ze iemand in uniform ziet.”

    In het begin dat Sohana in het Rohingya vluchtelingenkamp in Bangladesh woonde, was er niks.
    Nu zijn er allerlei voorzieningen in het vluchtelingenkamp. Saikat Mojumder
    In het Rohingya vluchtelingenkamp zijn de huizen zelfgemaakt.
    In het Rohingya vluchtelingenkamp zijn de huizen zelfgemaakt. Saikat Mojumder
    In het Rohingya vluchtelingenkamp in Bangladesh wonen alle vluchtelingen dicht op elkaar.
    In het vluchtelingenkamp wonen alle Rohingya dicht op elkaar. Saikat Mojumder

    Tentenkamp

    Hun huis werd platgebrand en de familie sloeg op de vlucht. Ze waren niet de enigen: zo’n half miljoen mensen zocht een veiligere plek. “We liepen vijftien lange dagen door de heuvels tot we bij de grens met Bangladesh kwamen. Onderweg leefden we van wat we toegestopt kregen.” Na een paar dagen wachten bij de grens mochten ze het land in en belandden op de heuvel waar nu een gigantisch tentenkamp is. “Aan het begin was er niets. Geen wc’s, geen trappen, geen wegen. Niets.” De familie bouwde zelf hun huis van zeildoek, riet en bamboe. En nu wonen er zo’n 50.000 vluchtelingen, hutje mutje op elkaar. Er zijn scholen, ziekenhuizen en verschillende hulporganisaties die bijvoorbeeld zorgen dat kinderen worden ingeënt tegen besmettelijke ziektes en dat er schoon drinkwater is. “We kregen ook hulp van ‘oom’ Hossain uit een dorpje hier twaalf kilometer verderop. We hadden hem daar leren kennen en hij hield van ons als van zijn eigen kinderen. Toen er nog geen hulpverleners waren, bracht hij melk, kip en vis.”

    Bewaking

    Sohana is niet ondankbaar, maar haar leven in het kamp is niet makkelijk. De vluchtelingen worden bewaakt en zijn niet vrij om te gaan en staan waar ze willen. Aan de ene kant is dat bescherming tegen het leger van Myanmar, aan de andere kant wil de regering van Bangladesh ook niet dat de vluchtelingen ergens anders in het land gaan wonen. Sommige vluchtelingen lukt het om wat geld te verdienen als hulpverlener, zoals de moeder van Sohana. En haar vader verkoopt thee. Maar verder zijn ze vooral afankelijk van wat ze krijgen, bijvoorbeeld van de Wereldvoedselorganisatie die elke maand grote zakken rijst uitdeelt. Zelf kiezen wat ze willen eten, is er niet bij. Voor Sohana als pubermeisje is het nu nog moeilijker geworden. In haar cultuur worden meisjes vanaf die leeftijd vooral binnengehouden. Als haar familie dat niet zou doen, zou er flink geroddeld worden en zou het bijvoorbeeld moeilijker voor haar worden om later te trouwen. “Ik ga nog wel naar school en dat is maar goed ook, want ik wil lerares worden.” Of dat gaat lukken, is maar zeer de vraag. Er is geen middelbaar onderwijs in het kamp en dan zijn er nog de culturele regels waar ze zich aan moet houden. Ondanks de discriminatie en de slechte herinneringen wil Sohana terug naar Myanmar. “In ons dorp was het fijner! Maar zolang er geen nieuwe wetten komen waarin onze rechten staan, is het er niet veilig voor ons.”

    In het Rohingya opvangkamp in Bangladesh gaat Sohana naar school.
    Sohana gaat naar school in het vluchtelingenkamp. Saikat Mojumder

    Met dank aan: Shatabdi Khastagir

    Na vijftien dagen lopen door de heuvels vond Sohana (11) uit Myanmar onderdak in een vluchtelingenkamp met zo'n 50.000 andere Rohingya. "In ons dorp was het fijner."
  • Vrienden aan de andere kant van de wereld

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Ook sinds de verhuizing zijn Yair en Liam beste vrienden.
    Karin Wesselink

    Hoe ver wonen jullie van elkaar vandaan?

    Liam: “Eerst vijf minuten fietsen, maar nu ruim 20 uur vliegen.”
    Yair: “Voor het werk van mijn vader, ben ik verhuisd naar Nieuw-Zeeland, maar afgelopen zomer was ik drie weken in Nederland. Ik moest wel wat familiedingen doen, maar verder was ik samen met Liam.”

    Wat vinden jullie van het leven zonder elkaar?

    Yair: “Door het tijdsverschil is het moeilijk contact houden, want als ik naar bed ga moet Liam op school zijn. In de weekenden zouden we elkaar wel kunnen spreken, maar dan vergeten we het vaak. We appen wel veel. Verder vind ik de natuur in Nieuw-Zeeland wel heel mooi en overal zijn heuvels, maar het leven is een beetje saai. Ik kan bijvoorbeeld nergens in m’n eentje naartoe. In Amsterdam sprong ik op de fiets naar vrienden. Nu moet alles met de auto. Gelukkig heb ik wel heel grappige vrienden op school. Maar we spreken na schooltijd dus nooit af. Als ik ga studeren, wil ik dat in Nederland doen.”

    Liam woont in Amsterdam en zijn beste vriend verhuisde naar Nieuw-Zeeland.
    Eindelijk kunnen de beste vrienden weer samen voetballen. Karin Wesselink

    Zijn jullie nog steeds beste vrienden?

    Liam: “Zo voelt het wel! Je hebt niet elke dag contact nodig om vrienden te zijn. En omdat hij ver woont en we elkaar niet vaak zien, wil je juist dat het leuk is als je elkaar ziet. Dan doe je meer je best. En je doet extra aardig. Dat maakt dat het juist makkelijker is om vrienden te blijven. Je maakt minder snel ruzie over kleine dingen.”

    Yair en Liam (allebei 12) kennen elkaar al vanaf het begin van de basisschool. In het begin konden ze elkaar niet uitstaan, maar net toen ze toch beste vrienden waren geworden en elke dag samen voetbalden, ging Yair verhuizen.
  • Boksdroom komt uit voor Fazil uit Uganda

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Bokser Fazil Juma uit Uganda in 2011 en in 2021.
    Wineke Onstwedder (links) en Bertina Slager (rechts)

    ‘Boksen voor je toekomst’ was de titel van een Samsam-documentaire en thema-tijdschrift uit 2011 over de toen 12-jarige Fazil Juma uit Uganda. Komende zaterdag maakt Fazil zijn debuut als profbokser tijdens een vechtsportgala van Next Generation Warriors in Utrecht.  

    Sport

    Boksen zit in Fazil’s dna. Zijn ooms runnen nog steeds de East Coast Boxing Club in de wijk Naguru van Kampala waar ook hij werd geboren. Jongeren die hier trainen, doen dat uit liefde voor de sport. Maar het is voor velen ook een kans om aan armoede te ontsnappen. In 2011 zei Fazil hierover: “Ik zie boksen niet als een sport, het is een manier om geld te verdienen voor mijn familie. Mijn vader heeft van het prijzengeld dat hij met boksen won, een huis kunnen bouwen. Mijn oom bokste vroeger in Duitsland. Hij verdiende zoveel dat hij de hele familie kon steunen. Als ik later geld genoeg verdien met boksen, laat ik een nieuw huis bouwen voor mijn familie.”

    Fazil uit Uganda traint met zijn vader die ook profbokser was.
    Fazil uit Uganda traint met zijn vader die ook profbokser was. Wineke Onstwedder
    Fazil traint elke dag in de boksschool van zijn ooms in de hoofdstad van Uganda.
    Elke dag trainen in de boksschool van zijn ooms. Wineke Onstwedder

    Wereldkampioenschappen 

    Een jaar nadat Samsam hem portretteerde voor de documentaire en het thema-tijdschrift over boksende kinderen in Uganda kwalificeerde Fazil zich voor de jeugd wereldkampioenschappen in Armenië. Via een trainingskamp in Zweden waar hij zich probeerde te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro kwam hij uiteindelijk in Nederland terecht waar hij nu traint bij Rodney Owen Ernst van Fitboyz010 in Rotterdam.  

    Bokstrainer

    Ondertussen is Fazil zelf ook bokstrainer in zijn woonplaats Utrecht. Zaterdag wordt zijn debuut dus een thuiswedstrijd. Zijn tegenstander in de bantamgewichtsklasse is de Hongaarse Laszlo Szoke. Geld verdienen met boksen, is nog steeds een drijfveer. Maar hij is het ook aan zijn familie verplicht. “Ik wil mijn familie in Uganda eren. Ik vind het fantastisch dat ik nu ga debuteren als profbokser en ik ben er meer dan 100% klaar voor.”

    Tien jaar geleden interviewde Samsam de toen 12-jarige Fazil uit Uganda. Hij wilde een carrière als bokser in Europa. Zaterdag komt zijn droom uit en maakt hij zijn debuut in de ring als prof.
  • Waqas is rapper in Pakistan

    Filmpje

    Reacties: 3

    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    Een kind
    21 september 2021, 13:46
    Deze kind heeft skills
    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    Een kind
    21 september 2021, 13:46
    Deze kind heeft skills
    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    suze
    28 oktober 2021, 14:18
    cool
    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.

    Camera: Talha Hassan

    Busta Rhymes vindt Waqas (10) uit Karachi, de hoofdstad van Pakistan, een van de beste rappers. Zelf kan hij er ook wat van. Zijn laatste nummer had 10 miljoen views op YouTube.