Overslaan en naar de inhoud gaan
  • "Door Micah vergeet ik de chemo"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Floortje leert robotdino Micah eten.
    Angeliek de Jonge

    Onderweg van haar huis naar het ziekenhuis, kon Floortje deze keer alleen maar denken aan robotdino Micah. “Drie weken geleden zag ik ‘m voor het eerst. Toen mocht ik ‘m zijn naam leren en leren eten”, glundert ze. “Onder z’n kin en op zijn buik zitten sensoren. Als je ‘m op die plekjes kriebelt, dan reageert ie daar op.”  

    Naalden 

    “Ik kan niet tegen naalden. De laatste keer dat ik een infuus kreeg, viel ik flauw. En van de medicijnen word ik heel misselijk en duizelig. Maar tijdens het inspuiten van de vorige chemo, dacht ik alleen maar aan Micah en dat ik goed voor ‘m wilde zorgen. Daardoor viel de behandeling heel erg mee.” De robotdino’s waren al langer in andere ziekenhuizen, maar sinds oktober vorig jaar ook in het Prinses Máxima Centrum waar kinderen met kanker worden behandeld. Uit onderzoek blijkt dat patiënten door deze knuffels zo zijn afgeleid dat ze minder bang zijn en minder stress hebben.  

    Gekke geluidjes 

    “Vandaag had ik zelfs zin om naar het ziekenhuis te gaan. De afgelopen drie weken heb ik elke dag aan Micah gedacht. Gelukkig heb ik thuis Dex, een mini chihuahua. Die heb ik gekregen om me te steunen tijdens de behandelingen. Maar huisdieren mogen niet mee naar het ziekenhuis, vanwege de hygiëne. Thuis troost ie me wel heel goed en als ik misselijk ben, gaat ie altijd op mijn buik liggen. Dat zie ik Micah nog niet doen. Maar van hem hoef ik dan weer geen drollen op te ruimen.”

    Deze robotdino's helpen heel goed tegen stress.
    Deze robotdino's helpen heel goed tegen stress. Angeliek de Jonge
    Floortje: "Van een robotdino hoef ik geen drollen op te ruimen."
    "Van een robotdino hoef ik geen drollen op te ruimen." Angeliek de Jonge

    Medicijn 

    “De naam Dex komt van het woord dexametason: één van de medicijnen die ik krijg en waar ik me altijd heel naar van ga voelen: mijn hoofd wordt er bol van en ik krijg er woede-buien door. Ik vond het grappig om mijn hondje daarnaar te vernoemen. Toen Dex nog een pupje was, nam ik ‘m altijd mee naar het ziekenhuis in Deventer. Maar nu is ie te groot en te druk. Hij zou alles omvergooien. Ik ga eens in de drie weken naar Utrecht voor de chemo behandeling. De andere weken krijg ik een kleinere dosis in een ziekenhuis dichterbij.”  

    Zorgrobot

    “Wat ik heel leuk vind, aan de robotdino is dat je ‘m net zo moet verzorgen als een huisdier. Maar een zorgrobot die 24 uur per dag bij me in de buurt is, daar zou ik me heel erg aan gaan irriteren. Het zou voelen alsof ie me stalkt. Ik wil ook mijn privacy. Laatst zag ik op tv een robot die met ouderen yogaoefeningen ging doen. Die zei dingen als: ‘Let op uw ademhaling. Doe nu uw linkerarm omhoog. Let op uw ademhaling’. Dat vond ik wel heel leuk. En ik kan me voorstellen bejaardenverzorgers hier geen tijd voor hebben.
    Heel af en toe zie ik hier ook wel verpleegkundigen rennen omdat ze snel ergens naartoe moeten en ze haast hebben. Maar ik denk niet dat robots hun werk helemaal kunnen overnemen. Maar het liefst zou ik willen dat iedereen hier in het ziekenhuis z’n baan kwijtraakt, want dat zou betekenen dat er geen kinderen met kanker meer zijn.”   

    Elke week krijgen zo’n tien kinderen in Nederland te horen dat ze kanker hebben. Zaterdag 15 februari is het Wereld Kinderkanker Dag om daar extra stil bij te staan. Floortje (13) uit Zutphen gaat om de drie weken naar het Prinses Máxima Centrum in Utrecht voor een chemobehandeling.
  • Hoe word je president van Amerika?

    Informatie

    Plaats als eerste een reactie

    Elizabeth Warren is één van de Democraten die de strijd met president Trump wil aangaan bij de komende verkiezingen in Amerika.
    ANP

    De Amerikanen gaan pas op 3 november naar de stembus, maar voor die tijd zijn er verkiezingen die duidelijk maken welke kandidaten gaan strijden om het presidentschap. Dat zijn altijd een Democraat en een Republikein.

    1. Republikeinen, Democraten?

    In de Verenigde Staten zijn twee grote politieke partijen: de Democratische partij en de Republikeinse partij. 
    Donald Trump is een Republikein. Zijn tegenstanders hopen dat hij in november verslagen wordt door een Democraat. Barack Obama die van 2009 tot 2017 president was, hoorde bij de Democraten.

    2. Wat zijn de verschillen?

    Republikeinen vinden het meestal belangrijk dat rijke mensen geen extra belasting betalen. Ze willen dat de regering zich niet te veel bemoeit met wat mensen doen. Ook vinden ze vaak dat elke Amerikaan het recht heeft om een wapen te bezitten. 
    Democraten willen vaak dat rijke Amerikanen meer belasting betalen. Ze vinden het goed dat de regering mensen helpt als ze het nodig hebben. De wapenwet moet volgens Democraten strenger. Niet iedereen mag zomaar een wapen kopen. 

    3. Wie kan in Amerika president worden?

    Een presidentskandidaat moet geboren zijn in Amerika. Hij of zij moet minstens 35 jaar oud zijn en minstens veertien jaar achter elkaar in Amerika wonen.  

    4. Wat heeft een kandidaat nodig?

    Heel veel geld! De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn duur. In 2016 kostten ze vijf miljard dollar (ruim vier miljard euro). Dat is een vijf met negen nullen: $ 5.000.000.000,-
    Dat geld verzamelen presidentskandidaten met heel veel praten en campagne voeren. Ze vragen bedrijven en (rijke) mensen om hen te helpen met een bijdrage. 

    5. Wie kan president Trump verslaan?

    Dat is de grote vraag. Bij de Republikeinen is Trump zelf in ieder geval de enige kandidaat die kans maakt. Voor de Democraten is het nog niet duidelijk wie het meest geschikt is om de strijd met Trump aan te gaan. 

    Is het Joe Biden? Hij ziet zichzelf als sterke man, maar anderen vinden hem met zijn 77 jaar te oud. 'Slaperige Joe', noemt Trump hem.

    Bernie Sanders dan? Hij is populair bij jongeren omdat hij vindt dat het écht anders moet. Sommigen zijn bang dat wat hij wil te extreem is. Trump maakt Sanders zwart door hem 'gekke Bernie' te noemen.

    Of Elizabeth Warren (op de foto hierboven)? Net als Sanders wil ze echt dingen veranderen. Warren zegt dat haar plannen ook voor Republikeinen interessant zijn. Donald Trump zegt dat Warren 'oneerlijk' is.

    De Amerikaanse voorverkiezingen zijn deze week begonnen. Amerikanen kiezen dan de kandidaten die het later dit jaar gaan opnemen tegen president Donald Trump. Hoe werkt dat eigenlijk? Vijf vragen én antwoorden.
  • Spelen met robots

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    Wat kan Son (11) uit Amsterdam een robot laten doen? En wat leert Christine (10) uit de hoofdstad van Tanzania over techniek? Kijk de film!
  • "Door robot Nao ben ik minder zenuwachtig"

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    Als iedereen in de klas naar haar kijkt, dan vindt Houda (11) een spreekbeurt best eng. Gelukkig is daar robot Nao die haar helpt. Om de beurt zeggen ze een zin.
  • Robots in het ziekenhuis

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Deze robotdino's helpen heel goed tegen stress.
    Angeliek de Jonge

    In steeds meer ziekenhuizen en op plekken waar ouderen of mensen met een beperking wonen, vind je robots. Deze robots heten ook wel zorgrobots en ze zijn er in alle soorten en maten. De één haalt in de apotheek medicijnen uit het magazijn. De ander helpt een handje tijdens een ingewikkelde operatie. Er zijn ook robots die mensen met een verstandelijke beperking door gezichts- en spraakherkenning helpen herinneren dat het tijd is om hun kamer op te ruimen of om op te staan.

    Robotdino's

    Sommigen zien er schattig uit, zoals de robotdino’s die sinds oktober vorig jaar ook in het Prinses Máxima Centrum in Utrecht wonen. Hier worden kinderen met kanker behandeld. Uit onderzoek blijkt dat patiënten door deze knuffels zo zijn afgeleid dat ze minder bang zijn en minder stress hebben.

    Sensoren

    Voor Floortje uit Zutphen geldt dat zeker. Zij moet elke drie weken naar het Máxima voor een chemobehandeling. Iets waar ze altijd erg tegenop ziet. Maar: “Vandaag had ik zelfs zin om naar het ziekenhuis te gaan! Drie weken geleden zag ik de robotdino voor het eerst. Toen mocht ik ‘m zijn naam leren en leren eten”, glundert ze. “Onder z’n kin en op zijn buik zitten sensoren. Als je ‘m op die plekjes kriebelt, dan reageert-ie daar op.”

    Naalden

    “Ik kan niet tegen naalden. De laatste keer dat ik een infuus kreeg, viel ik flauw. En van de medicijnen word ik heel misselijk en duizelig. Maar tijdens het inspuiten van de vorige chemo, dacht ik alleen maar aan Micah en dat ik goed voor ‘m wilde zorgen. Daardoor viel de behandeling heel erg mee.”

    Floortje leert robotdino Micah eten.
    Floortje leert robotdino Micah eten. Angeliek de Jonge
    Een verpleegkundige zet buisjes bloed in de robot.
    Een verpleegkundige zet buisjes bloed in de robot. Angeliek de Jonge

    Science fiction

    Andere zorgrobots zijn een stuk minder aaibaar. Die lijken eerder te zijn ontsnapt van een science fiction filmset, zoals robot Robin in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht. Op de derde verdieping van dit ziekenhuis is de dialyse-afdeling. Hier ligt de oma van Bart drie keer per week aan een apparaat dat haar bloed zuivert, omdat haar nieren dat niet meer kunnen. Voor een goede behandeling moeten ze haar bloed in het laboratorium zo snel mogelijk laten onderzoeken. Vroeger duurde dat wel eens een paar uur, omdat de verplegers niet de tijd hadden om voor elk buisje bloed heen en weer te lopen.

    App

    Voor robot Robin is dat zijn enige taak. De verplegers kunnen 'm via een app op hun telefoon ‘roepen’ en op pad sturen. Hij leert steeds nieuwe dingen. Sinds kort kan hij bijvoorbeeld zelfs in z’n eentje de lift nemen! Een andere afdeling gebruikt hem nu ook. Per dag gaat hij wel twintig keer heen en weer.

    Waarschuwen

    Bart vertelt dat hij en z’n oma aan het begin wel moesten wennen. “Hij ziet er niet echt uit als een robot, met een gezicht en armen. Meer als een prullenbak waar je van alles in kunt stoppen.” Er zijn wel meer zorgrobots die nóg minder herkenbaar zijn als robot. Bijvoorbeeld de matjes voor op het matras die ’s nachts een signaal naar hulpverleners sturen als er langer dan een half uur lang niemand in bed ligt. Er zijn ook medicijnvoorraadkastjes voor thuis die de wijkverpleegkundige waarschuwen als een pil niet uit het bakje wordt gepakt. En er zijn ook robotzeehonden of robotkatten die bij eenzame ouderen zorgen voor wat gezelligheid. Allemaal zorgrobots met veel voordelen: ze nemen werk uit handen van verplegers en ze kunnen je troosten.

    Nauwkeurig

    Maar er zijn ook robots die juist zo handig zijn, omdat ze heel nauwkeurig werken. Zoals de twee andere robots in het Prinses Máxima Centrum die super secuur injectiespuiten en infuuszakken maken met de speciale lage hoeveelheden medicatie voor kinderen.

    Hygiëne

    Ondertussen lijkt Micah zich prima thuis te voelen in de armen van Floortje. “De afgelopen drie weken heb ik elke dag aan hem gedacht. Gelukkig heb ik thuis Dex, een mini chihuahua. Die heb ik gekregen om me te steunen tijdens de behandelingen. Maar huisdieren mogen niet mee naar het ziekenhuis, vanwege de hygiëne. Thuis troost-ie me wel heel goed en als ik misselijk ben, gaat-ie altijd op mijn buik liggen. Dat zie ik Micah nog niet doen. Maar van hem hoef ik dan weer geen drollen op te ruimen.”

    Bart volgt robot Robin naar het laboratorium.
    Bart volgt robot Robin naar het laboratorium. Angeliek de Jonge
    Bliepend zoeft robot Robin door de ziekenhuisgangen met buisjes bloed zodat de verplegers bij hun patiënten kunnen blijven. Eén van die buisjes is van de oma van Bart (13). Robotdino Micah is zo schattig dat Floortje (ook 13) bijna vergeet dat ze een chemobehandeling krijgt.
  • Drones in Tanzania

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    In Tanzania worden drones voor allerlei goede doelen gebruikt.
    Joost Bastmeijer

    Wat vind je zo leuk aan techniek?

    “Het helpt de mensen verder en het maakt dat de wereld een dorp wordt. Als je technische apparaten in je leven hebt, kun je bijvoorbeeld informatie opzoeken over hoe anderen leven en denken. En robots in fabrieken maken het leven van mensen makkelijker. Ze kunnen zwaar werk overnemen en veel sneller werken. Eens in de twee maanden heb ik techniekles na schooltijd. Dan leren we van alles: een auto met afstandsbediening maken, een robot in en uit elkaar zetten en draadjes met elkaar verbinden zodat er een lampje gaat branden. We zijn nog niet bezig met kunstmatige intelligentie en zelf robots programmeren. Dat zou ik wel willen.”

    Waar kom jij robots tegen?

    “Toen ik acht was, kochten mijn ouders een smartphone. Dat is ook een robot, net als voorgeprogrammeerde verkeerslichten. Verder kom ik niet veel hightech apparaten tegen. Wij hebben alleen een tv thuis. Mijn ouders doen hun werk met de hand. Mijn vader bouwt huizen en mijn moeder is kok. Een robot zou nooit zulke lekkere dingen kunnen maken als zij. Maar er zijn genoeg voorbeelden van robots die superhandig zijn.”

    Na schooltijd krijgt Christine les in techniek.
    Na schooltijd krijgt Christine les in techniek. Joost Bastmeijer

    Hoe bedoel je?

    “Er zijn boeren in Tanzania die drones gebruiken om hun gewassen in de gaten te houden. Deze drones sturen hun camerabeelden naar een computerprogramma die de boeren informatie geeft over hoe het gaat met hun planten. Vroeger mislukten er wel eens oogsten doordat de boeren niet konden zien dat hun gewassen ziek waren. De landbouwvelden zijn namelijk heel groot.”

    En verder?

    “Drones brengen ook medicijnen naar afgelegen dorpen. Niet overal zijn ziekenhuizen, dus sommige mensen moeten wel een dag lopen voor ze bij de dokter zijn. En die dokter heeft niet altijd alle medicijnen op voorraad. Drones kunnen dus levens redden. Ze worden ook gebruikt om onderzoek te doen naar wilde dieren, zoals olifanten, leeuwen en zebra’s. Onderzoekers kijken dan van bovenaf naar de dieren, waardoor ze leren over hun gedrag.”

    Je bent wel heel enthousiast…

    “Nou: er zitten ook nadelen aan drones. Ze zijn bijvoorbeeld heel duur en niet iedereen kan ze betalen. En als toeristen met een drone te dicht bij wilde dieren vliegen, raken ze daarvan in paniek. Zo denken sommige dieren dat een drone een roofvogel is. Dan vallen ze de drone aan en raken ze gewond.”

     

    Christine uit Tanzania is gefascineerd door techniek.
    Christine is gefascineerd door techniek. Joost Bastmeijer
    Draadjes aan elkaar verbinden en robots leren programmeren. Dat is de grote fascinatie van Christine (10) uit Tanzania.
  • Een passie voor programmeren

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Son is gek op programmeren.
    Ernie Buts

    Klinkt uitdagend...

    “Iedereen kan leren programmeren. Je moet het vooral snappen, net als met wiskunde. En iemand moet het je een keer voordoen. Ik ging op mijn 7e voor het eerst naar een robotkamp en ben ondertussen al wel acht keer geweest. Door programmeren heb ik geleerd geduld te hebben en niet op te geven. Elke keer kom ik een stapje verder. En programmeren vind ik echt leuk, dus dat frustreert niet.”

    Welke robots ken je allemaal?

    "Er zijn veel meer robots dan je denkt. Zeker niet alleen in een fabriek. Je rekenmachine is ook een robot: die geef je opdracht een rekensom te maken. En je telefoon ook. Die kun je bijvoorbeeld zo instellen dat-ie elke zondag op hetzelfde tijdstip een alarm laat afgaan. Elk apparaat dat je kunt zeggen: doe dit. Of als dit, doe dan dat... dat is een robot.”

    Waarom zijn robots zo leuk?

    “Het lijkt me vooral heel handig als ze de afwas voor je kunnen doen en het lijkt me ook heel leuk als er robots achter de bar of in het restaurant staan. Dan kan er altijd iets fout gaan en dat is spannend. Een ander voordeel is dat het bedrijf dan geen personeel hoeft te betalen. Aan de andere kant zijn robots ook heel duur. Daarom heb ik zelf thuis alleen een micro:bit, een kleine programmeerbare computer.”

    Is het prijskaartje het enige nadeel?

    “Er zijn mensen die denken dat robots de aarde gaan overnemen en dat ze zich tegen ons zullen keren. Maar dat denk ik niet. Dan moeten we eerst robots kunnen ontwikkelen met een heel sterke kunstmatige intelligentie, zodat ze op het idee komen om iets tegen ons te beginnen. En dan moeten er ook nog eens heel veel van die robots zijn. Ik denk dat die kans klein is. Wel een nadeel is dat de batterij van robots of drones snel leeg kunnen gaan, juist als je er net lekker mee bezig bent. Of dat ze stuk gaan. Vooral drones zijn kwetsbaar.”

    Over drones gesproken....

    “Die zijn gaaf, he? Daar kun je zoveel mee: militairen gebruiken ‘m om bijvoorbeeld vijandelijk gebied te doorzoeken, je kunt er spullen mee vervoeren en prachtige filmbeelden mee maken. Maar: er zijn ook mensen die het niet fijn vinden dat je met een drone heel makkelijk iemands tuin in komt. Dat is toch privé; er staat niet voor niks een schutting. Mij lijkt het wel heel cool als er ineens een drone mijn slaapkamer in vliegt.”

    Al vanaf zijn zevende gaat Son (11) uit Amsterdam naar robotkampen. Hij leert daar programmeren.
  • Techniek in Tokio

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Eén groot voordeel van zelf sushi bestellen: de ober kijkt niet op je vingers.
    Yulia Skogoreva
    Deze robot serveert warme dranken en Mion uit Tokio probeert 'm graag uit.
    Mion probeert graag deze robot uit. Yulia Skogoreva
    Mion uit Tokio speelt met een robothondje.
    Spelen met een robothondje: hier is niemand allergisch voor! Yulia Skogoreva
    In Japan staan overal van dit soort drankautomaten.
    In Japan staan overal van dit soort drankautomaten. Yulia Skogoreva
    In haar nieuwe huis heeft Mion (12) een koelkast die bijhoudt wat er nog op voorraad is en een hypermoderne wc vol technische snufjes. Maar de fotograaf kon daar geen foto’s van maken. Het huis was nog niet klaar voor bezoek en bij veel Japanse families is ‘thuis’ privé. Gelukkig zijn er genoeg slimme apparaten in de openbare ruimte.
  • Nemen robots de wereld over?

    Informatie

    Plaats als eerste een reactie

    Werk

    Het woord robot werd voor het eerst gebruikt in 1921 door een schrijver in een toneelstuk. Het is afgeleid van het Tsjechische woord robota dat ‘werk’ betekent. En dat is precies wat robots doen: ze nemen werk over. Of uit handen. In Zuid-Korea zijn de meeste robots per 10.000 werknemers.

    Fabriek

    Op het moment dat de elektriciteit werd uitgevonden, kwamen er steeds krachtiger machines die bijvoorbeeld zwaar en eentonig werk in fabrieken overnamen. Een van de grootste voordelen: ze hebben geen pauze nodig en maken geen fouten. Deze robots werden slimmer en slimmer. Sommigen hebben een zogenaamde ‘kunstmatige intelligentie’. Dat betekent dat ze zelfstandig problemen kunnen oplossen. Ze imiteren zo het denkvermogen van de mens. Nu zie je overal robots: in scholen, ziekenhuizen, bij de politie, in het leger en soms zelfs gewoon thuis.

    Slim

    Kunstmatige intelligentie (artificial intelligence) is dat een computer taken kan uitvoeren waarbij normaal gesproken een menselijk brein nodig is. Voorbeelden zijn: zoekmachines, spamfilters, robotstofzuigers en gezichts- of spraakherkenning. En natuurlijk de zelfrijdende auto. In de toekomst kan er zelfs een tandenborstel komen die niet alleen gegevens verzamelt over hoe je poetst, maar die je ook vertelt hoe je beter kunt poetsen.

    Saai

    Als robots zwaar en saai werk van mensen overnemen, dan zullen de meesten niet klagen. Behalve de arbeiders die hun baan verliezen. Als het gaat om robots die werken met bejaarden of zieken, komt er al meer kritiek. Niet iedereen vindt het fijn om verzorgd te worden door een apparaat. Zij vinden écht menselijk contact het belangrijkst. Ze willen dat iemand zich kan inleven. En dat kunnen robots (nog) niet. Robots zijn trouwens ook (nog) niet creatief.

    De nieuwe klaar-over heeft wel een goed overzicht.
    De nieuwe klaar-over heeft wel een goed overzicht. Junior D. Kannah

    Thuis

    Stel je voor: nooit meer helpen met de vaat of stofzuigen. Dat doet een robot voor je. Maar: hoe veilig zou je je voelen als een robot met een keukenmes gaat zwaaien? Of de stofzuiger niet op de grond richt maar op jou? En de vraag is of een robot afval kan onderscheiden van LEGO. Wat nu als de robot je blokjes in de prullenbak gooit terwijl jij er nog mee wilt bouwen? Hoe leer je een robot dat onderscheid maken Dat is nog iets waar flink aan gesleuteld moet worden.

    Huisdier

    Robots nemen niet alleen taken van mensen over, maar kunnen zelfs huisdieren vervangen. Hier zitten flink wat voordelen aan: robothuisdieren eten bijvoorbeeld geen vlees en dat is minder slecht voor het milieu. En ze poepen ook niet. Dat scheelt hondendrollen op de stoep of in de speeltuin. Nog een voordeel: ze verharen niet. En je kunt er niet allergisch voor zijn. Je moet ze alleen wel op tijd opladen of hun accu vervangen. De belangrijkste vraag is alleen: zijn ze net zo grappig en aaibaar?

    Mion uit Tokio speelt met een robothondje.
    Spelen met een robothondje: hier is niemand allergisch voor! Yulia Skogoreva
    Overal vind je robots. Handig: ze kunnen veel werk uit handen nemen. Maar de vraag is of ze mensen ooit helemaal overbodig maken.
  • Houda houdt haar spreekbeurt met een robot

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Als Houda op het hoofd van de robot drukt, zegt hij iets.
    Johannes Abeling

    Hoe gaat het?

    “Goed! Mijn spreekbeurt zit er op en het ging veel beter dan de vorige keer. Ik was wel zenuwachtig. Ik word onzeker en nerveus als de hele klas naar me kijkt. Maar doordat Nao en ik elkaar afwisselden met stukjes tekst, had ik het gevoel dat de kinderen ook naar de robot keken. Dat hielp!"

    Deed de robot alles wat je wilde?

    “Ja, dat ging heel goed. Je typt op de laptop wat Nao moet zeggen en wanneer. Dan hoef je tijdens de spreekbeurt alleen op z’n hoofd te drukken en hij doet het. Supersimpel!”

    Mag iedereen een spreekbeurt doen met Nao?

    “Het is bedacht voor kinderen die nog niet zo goed Nederlands spreken. Maar dat was voor mij niet de reden. Het was meer voor mijn zelfvertrouwen en tegen de zenuwen. En nu wil iedereen in de klas het wel. Ik mag het ze van de juf gaan leren.”

    Houda houdt een spreekbeurt met robot Nao.
    Houda houdt een spreekbeurt met robot Nao. Johannes Abeling
    Op de laptop laat Houda zien hoe ze robot Nao programmeert.
    Op de laptop laat Houda zien hoe ze robot Nao programmeert. Johannes Abeling
    Voor kinderen die een spreekbeurt eng vinden omdat ze nog niet zo goed Nederlands kunnen, is er een robot die ze helpt. Houda (11) en Nao laten zien hoe dat gaat.
  • Milieuvriendelijk eten. Hoe doe je dat?

    Informatie

    Plaats als eerste een reactie

    Kaas

    Een tosti kun je voor het milieu maar beter óp je buik schrijven. Voor kaas is namelijk heel veel melk en water nodig. Om een koe 1 liter melk te laten produceren, is 500 liter water nodig. En in 1 kilo kaas gaat 10 liter melk en 5000(!) liter water. Zuivel blijkt dus net zo belastend voor het milieu te zijn als een hamburger. Sterker nog: ongezouten boter heeft zelfs een hogere impact op het milieu dan kip en varkensvlees. Gelukkig is er ook plantaardige ‘kaas’, gemaakt van cashewnoten, kokosolie of soja. Kokosolie smaakt trouwens ook prima op je boterham.

    Vleesvervangers

    Bonenburgers, kipstuckjes of plantaardige balletjes. Er liggen steeds meer vleesvervangers in de supermarkt. Maar die zijn niet automatisch beter voor het milieu. In veel ervan zit namelijk kaas. Je kunt het beste kiezen voor vervangers die honderd procent plantaardig zijn. Maar ook die zijn niet altijd heel klimaatvriendelijk. Er wordt vaak eiwit uit soja of tarwe gebruikt en dat wordt bewerkt. Daar zijn weer fabrieken voor nodig. Je kunt beter leren koken met peulvruchten, zoals bonen, linzen en kikkererwten. Daar zit ook veel eiwit in en die worden niet bewerkt. Ze gaan zo van het land het potje in. Tofu of tempeh is trouwens ook goed.

    Soja

    Het regenwoud in Brazilië gaat in vlammen op om plek te maken voor sojaplantages. Daar wil je je vingers als milieufreak natuurlijk niet aan branden. Maar: 90% van die soja uit de Amazone schijnt in veevoer te belanden. De soja voor menselijke consumptie is vaker soja uit China en Europa. Hier vindt geen ontbossing plaats voor de teelt van soja. Dat geldt ook voor soja uit de VS en Canada. Vooral als je kiest voor biologische vleesvervangers is de kans klein dat er bomen zijn gesneuveld voor jouw soja. Je kunt weer afkoelen.

    Ei

    Kippen poepen helaas niet alleen eieren uit. En juist de flatsen van kippen die vrij rondlopen (wel leuker voor de kip) komen in het milieu terecht. Om wat preciezer te zijn: hun dampen. Toch is de bijdrage van kippen aan het mestoverschot veel kleiner dan dat van koeien en varkens. In Limburg staat zelfs een CO2-neutrale kippenboerderij waar witte kippen wel heel milieuvriendelijke eieren leggen. Dat komt doordat witte kippen lichter zijn en minder eten dan bruine kippen. Dat scheelt dus grondstoffen. En: de kippen eten restjes brood en beschuit van de bakker restjes van het land van boeren in de buurt. 

    Vlees is slecht voor het milieu. Maar wat kun je nog wel eten als je goed voor de wereld wilt zorgen?
  • "Gelukkig zijn er lekkere vleesvervangers"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Jinke is is sinds deze zomer vegetariër.
    Eigen foto

    Gehaktballetjes

    ‘De gehaktballetjes van mijn oma op Texel kan ik nog niet laten staan, hoor. Die zijn zo lekker. Ze doet er allerlei kruiden in en paprika en een uitje. En gisteren had m’n moeder pasta gemaakt met stukjes ham. Dat eet ik dan ook gewoon. Ze had wel gevraagd of ze iets aparts moest maken voor mij, maar dat vind ik dan ook zo’n gedoe. Alleen: toen we het aten, dachten we toch een beetje: die ham voegt eigenlijk niets toe. Dus dat laten we de volgende keer gewoon weg. 

    Mc Donald's

    Ik merk wel dat als je minder vlees gaat eten, je het ook steeds minder wil. Ik noem mezelf sinds de zomer vegetariër, maar ik vind het best moeilijk. Laatst was ik bij de McDonald’s en toen heb ik toch een hamburger genomen omdat verder iedereen dat ook deed. Soms moet je ook niet te streng voor jezelf zijn, want ook als je minder vlees gaat eten, doe je al iets goeds. Maar ik heb me wel voorgenomen om de volgende keer écht iets vegetarisch te kiezen. Het is alleen dan wel fijn als de rest me daar een beetje bij helpt. Mijn ouders vinden het door mij nu ook steeds belangrijker om minder vlees te eten. Vis aten we al nooit, omdat mijn broer heel erg allergisch is. 

    Vleesvervangers

    Ik ging steeds meer nadenken over stoppen met vlees doordat het de laatste tijd veel in het nieuws is dat vlees slecht is voor het milieu. Gelukkig is het nu wel veel makkelijker is om vegetarisch te eten, want er zijn heel veel lekkere vleesvervangers met kaas erin bijvoorbeeld. En ik eet wat extra noten. Ei at ik al best vaak. We eten nu wel veel vaker nieuwe dingen, zoals falafel. Dat is gemaakt van kikkererwten en daar zitten heel veel eiwitten in. Maar ik dacht eerst dat het gemaakt was van kikkers. We aten eerst om de week wel een kroketje uit de frituurpan, die vervangen we nu maar door een kaassoufflé. Die vind ik ook lekker. En we hadden laatst voor het eerst vegetarisch gebarbecued, maar alle groenten waren verbrand. Dus dat doen we maar niet meer. Een barbecue is trouwens ook best slecht voor het milieu. 

    Gelatine

    Ik wist nooit dat er gelatine in dropjes en andere lekkere snoepjes zit. Dat zijn gemalen botten van dieren: slachtafval. Dat wil ik nu dus eigenlijk ook niet meer eten. Ook moeilijk. Maar ik doe het stapje voor stapje. Dat zou ik iedereen aanraden. Het hoeft niet in één keer helemaal goed. Soms mag je ook wel denken: het dier is toch al dood." 

    De gehaktballetjes van oma op Texel kan Jinke (10) uit Schagen nog niet laten staan. Maar ze wil wel graag vegetariër zijn. Hoe doet ze dat?
  • "Van mijn ouders moet ik wel vis eten"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Louis is al vanaf z'n achtste vegetariër.
    Eigen foto

    Schuldig

    "Spare ribs, bitterballen en draadjesvlees. Dat vond ik écht heel lekker. Maar ik ging me steeds meer schuldig voelen als ik vlees at. Ik vind het zielig voor de dieren. Want wist je dat een varken net zo slim is als een 3-jarig kind? En dan wordt ie opgesloten en zo slecht behandeld. Dat vind ik echt vreselijk. Ik ben op mijn achtste begonnen met eerst geen varkensvlees meer te eten en geen jonge dieren, zoals lam. Maar na een week wilde ik helemaal geen vlees meer.

    Hamburgers

    Mijn ouders vonden het meteen goed dat ik vegetariër zou worden. Zij zijn het niet, maar ze eten nu ook niet meer elke dag vlees. Dat komt door mij. Mijn broer eet wel graag vlees. Toen we op vakantie waren in Amerika heeft hij in 21 dagen 19 hamburgers gegeten. Ik kom wel eens in de verleiding als anderen vlees in mijn buurt eten. Soms ga ik dan met mijn bord ergens anders zitten eten. Wat het ook soms lastig maakt, is dat er in restaurants niet altijd iets vegetarisch op de kaart staat. Soms vraag ik dan gewoon om een ei. Van mijn ouders moet ik nu wel meer groente eten dan vroeger, maar eigenlijk lust ik dat alleen rauw. Als het gekookt is, vind ik het een stuk minder. Maar ik merk wel dat mijn smaak is veranderd. Ik lust nu bijvoorbeeld ineens wel broccoli.

    Gezondheid

    Ik moet van mijn ouders wel vis eten: haring en kabeljauw. En soms garnalen. Het liefst zou ik dat ook niet doen, maar ik snap wel waarom ze dat willen. Ze zijn bang dat ik anders te weinig vitamine B12 binnenkrijg en dat is slecht voor m’n gezondheid. Ik zou liever vitamine B12 pilletjes slikken, maar als ik vijftien ben mag ik het hopelijk allemaal zelf weten. Dan hoop ik dat ik ook heel goed vegetarisch voor mezelf kan koken. De laatste keer dat ik vlees at, was dat per ongeluk. Mijn moeder had een boterham voor mijn broer verwisseld met die van mij. Ik dacht dat er eiersalade op zat, maar het bleek kipsalade. Alleen: als je lang geen kip hebt gegeten, dan vergeet je een beetje hoe dat smaakt. Ik dacht wel ineens: het ruikt eigenlijk helemaal niet naar ei. Ik voelde me toen heel erg schuldig" 

    Louis (10) uit Amsterdam is al vanaf z'n achtste vegetariër. Hij ging zich steeds meer schuldig voelen als hij vlees at.
  • Stelling over Suriname

  • Lejayni interviewt Surinamers over hun herkomst

  • Suriname Quiz

  • "Ik scheld niet tegen mijn ouders"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    Julian en Lashawne vertellen over hun Surinaamse opvoeding.
    Maarten Kools

    De oma van Lashawne werkte als juf en voedde niet alleen haar eigen kinderen op, maar ook drie kleinkinderen. De vader van Julian schreef het boek ‘Waarom? Daarom! Opvoeden op z’n Surinaams’. Zij zijn dus echte deskundigen. Maar bestaat dé Surinaamse opvoeding eigenlijk wel? En wat houdt die in?

    LASHAWNE: “Ik zie heel grote verschillen tussen hoe ik word opgevoed en mijn klasgenoten of kinderen in de buurt. Er kwam bijvoorbeeld een keer een vriendin bij me spelen en die zei ‘hoi’ tegen m’n oma en ‘je en jij’. Ik schrok er echt van.”
    OMA REGINA: “Tegen dat meisje zeg ik dan niks. Maar ik laat Lashawne wel weten dat ze tegen haar vriendinnen moet zeggen dat dat zo bij ons thuis niet gaat. Ik wil dat kinderen ‘u’ tegen me zeggen. Zij zegt zelf ook ‘u’ tegen me. Dat heeft met respect voor oudere mensen te maken. We zijn geen vrienden.” 
    JULIAN: “Ik hoef thuis geen ‘u’ tegen mijn ouders te zeggen, maar ik zal het niet in m’n hoofd halen om tegen ze te schelden. Ik hoor vriendjes aan de telefoon wel eens tegen hun ouders zeggen: ‘Houd je bek’. Dat vind ik zo onbeschoft!”
    VADER ROUÉ: “Ik noemde het in mijn boek ‘opvoeden op z’n Surinaams’, omdat ik het zo van mijn Surinaamse ouders heb meegekregen, maar het zou kunnen dat het meer traditioneel is. Mis- schien zelfs een beetje ouderwets. Want ik heb sindsdien van veel Nederlanders gehoord dat zij vroeger ook werden opgevoed met meer respect naar ouderen en ‘u’ moesten zeggen. Het is vast modern om dat niet meer te doen.”

    Ouderwets

    LASHAWNE: “Ik denk dat mijn oma inderdaad wel een beetje ouderwets is. Ze vindt dat mijn korte broeken te kort zijn, ook al komen ze tot mijn bovenbenen. Ik vind dat echt onzin. Ik heb ze, m’n vriendinnen dragen ze. Waarom mag ik ze dan niet aan naar school?”
    OMA REGINA: “Nee, ze zijn veel korter dan wat jij nu aanwijst. Ze komen tot net onder je bil. Ik vind een blote buik naar school ook niet goed. Die kleding mag wel in je vrije tijd, maar gewoon niet naar school.”
    VADER ROUÉ: “Mijn vrouw en ik hebben onze hele jeugd in Suriname doorgebracht. We waren twintig toen we in Nederland kwamen. Ik denk dat onze manier van opvoeden Surinaamser is dan die van Surinamers die in Nederland zijn geboren. Maar ik maak de Surinaamse manier van opvoeden niet heilig, hoor. Want vroeger werd er door ouders vaak geslagen, ze praatten niet met hun kinderen en legden beslissingen niet uit. Ik heb mijn kinderen nog nooit geslagen.”
    OMA REGINA: “Ik ook niet. Want ik werd er vroeger wel eens verdrietig van dat mijn oma zo streng was.”

    Regels

    LASHAWNE: “Ik mag van mijn oma wel veel meer dan vriendinnen van hun ouders mogen. Die mogen bijvoorbeeld niet verder dan het pleintje in ons dorp Akersloot. Ik mag met de trein naar Zaandam om te winkelen. Ik denk dat dat komt doordat ik heel goed weet wat haar regels zijn en mijn oma vertrouwt me dat ik me daaraan houd. Iets waar ik wel moeite mee heb, is dat mijn vriendinnen niet mee mogen naar mijn slaapkamer.”
    OMA REGINA: “Boven is privé. Misschien volgend jaar als ze wat ouder is.”
    VADER ROUÉ: “Die regel hebben wij ook. Dat heeft er vast mee te maken hoe de huizen in Suriname zijn gebouwd. Alle ruimtes zijn open en iedereen is welkom, ook altijd om mee te eten. Maar de grens ligt bij de slaapkamers. Mijn beste vriend in Suriname heeft mijn slaapkamer misschien twee keer gezien in onze hele vriendschap. Spelen deden we buiten.”
    JULIAN: “Ik heb geen moeite met hoe het bij ons thuis gaat. Ik bewaar graag de vrede, want als je ouders een week chagrijnig tegen je doen, is dat niet fijn. Bovendien ben ik afhankelijk van mijn ouders. Zij zorgen voor eten op m’n bord en daar ben ik dankbaar voor. Ik vind dat veel Nederlandse kinderen met hun brutale of onbeschofte gedrag niet laten merken dat ze hun ouders dank- baar zijn.”
    LASHAWNE: “Wij hebben het gezellig en er zijn vaak feestjes. Oma zorgt dan voor roti, nasi en bami.”
    OMA REGINA: “Wat dat betreft ben ik echt een feestbeest. Maar ik ga niet weg, ik laat de kinderen niet alleen in huis. Dat heeft niets met streng zijn te maken, maar met bezorgdheid.”

    De slaapkamer van Lashawne (12) is verboden voor vriendinnen en net als Julian (ook 12) zegt ze altijd ‘u’ tegen oudere mensen. Is hun Surinaamse opvoeding streng? “Helemaal niet. Wij mogen heel veel en Nederlandse kinderen zijn vaak brutaal en niet zo dankbaar.”
  • Praat Surinaams met me

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Lejayni spreekt Sranantongo.
    Noraly Beyer

    Wat is Sranantongo?

    "Dat is de taal van Surinamers. Het is ontstaan tijdens de slavernij en er zitten woorden Engels en Nederlands in. Ik vind het een leuke taal, het klinkt al snel grappig en als iemand bijvoorbeeld ‘Mi lobi joe’ zegt, dan voel ik dat veel meer dan wanneer diezelfde persoon ‘Ik houd van je’ zou zeggen. Ik weet niet waardoor, maar zo voelt het.”

    Met wie praat je Surinaams?

    "Soms met mijn vader en moeder, maar eigenlijk vooral met mijn vriendinnen op school, in de pauze. Mijn juffrouw is ook Surinaams, maar ik heb haar nooit écht Surinaams horen praten. Ze zegt weleens een paar woordjes, bijvoorbeeld: ‘Waarom doen jullie ogri boi dingen?’ Dan bedoelt ze dat we ondeugend zijn. En ze noemt ons vaak ‘goedoe’,dat betekent ‘schatje’. Maar dat Nederlandse woord gebruikt ze nooit.”

    Spreken alle Surinamers het?

    "Helemaal niet! Er zitten Surinaamse kinderen in mijn klas die bijvoorbeeld alleen ‘fawaka’ kennen. Dat betekent ‘Hoe gaat het’. Mijn moeder heeft weleens verteld dat vroeger in Suriname kinderen geen Surinaams mochten praten omdat het als onbeschoft werd gezien, een beetje zoals straattaal nu. Maar ik vind dat echt nonsens. Iedereen mag zelf weten welke taal hij spreekt. Ik gebruik ook weleens Marokkaanse woorden, zoals ‘ewa’ dat betekent 'Hoe gaat het' en ‘kifesh’.Wat dat betekent, weet ik niet precies.”

    Hoe leerde jij Sranantongo?

    "Ik woonde twee jaar in Suriname, van m’n zevende tot m’n negende. Toen heb ik heel veel nieuwe woorden geleerd. Dat ging vanzelf. Op school daar leer je alleen Nederlands, geen Surinaams. In Nederland kun je wel cursussen volgen. Later wil ik dat wel, want ik kan nu niet in het Surinaams schrijven. Mijn oma heeft wel een woordenboek Sranantongo, maar daar mag ik niet aankomen. Ze kan heel lief zijn, maar ze is serieus met haar spullen.”

    Is het een moeilijke taal?

    "Als je oefent, kun je alles. Ik denk dat iedereen het kan leren en ik vind het ook leuk als niet-Surinamers wat woordjes spreken. Laatst zei een klasgenootje: ‘Ik ben jarig en ik krijg een heel groot oso feestje’. Ze is zelf Marokkaans en had helemaal niet in de gaten dat ze een woord Surinaams gebruikte. Ze dacht dat ‘oso’ ook gewoon Nederlands is. Volgens mijn moeder zeg ik ook weleens Surinaamse woorden, zoals ‘torie’ in een zin, maar dat heb ik dan zelf helemaal niet door. Nu ik goed Surinaams kan, heb ik het gevoel dat ik erbij hoor.”

    Woordenlijst

    torie: verhaal mattie: vriend doekoe: geld oso: huis fatoe: grapje goedoe: schatje no span: maak je niet druk patta: schoen wagi: auto

    Iedereen kent wel woordjes Surinaams. Gehoord van rappers, op straat of in je klas. Lejayni (10): "Maar niet iedereen weet dat het Sranantongo is.”