Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Leren over slavernijgeschiedenis

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Voor Keti Koti Junior maakte Anwar met klasgenoten een kunstwerk over slavernij.
    Karin Wesselink

    "Op 1 juli komt er altijd familie bij ons thuis en dan gaan we naar het Oosterpark. Ik trek dan iets aan met de Somalische vlag erop. Dit jaar ga ik ook weer. Ik verheug me op de gezelligheid en het schaafijs, langs de kraampjes lopen en dat mensen een glimlach op hun gezicht hebben. Veel mensen denken dat de slaven alleen uit West-Afrika kwamen, maar ze kwamen uit heel Afrika. Ook uit Somalië, mijn land. Deze dag noem ik een opluchtingsdag, een dag om te beseffen dat mensen zoals wij slaaf zijn geweest. Die hebben nooit vrijheid gehad. Maar ook dat er nog steeds slavernij is, bijvoorbeeld in Afrika en Azië waar kinderen moeten werken voor heel weinig geld of in ruil voor eten. Ik mag ook nog steeds niet alles doen wat ik wil, maar dat mag niemand. Ik mag wel zelf keuzes maken. Slaven mogen niet eens weten wanneer ze mogen praten, eten en lopen."

    Slavernijgeschiedenis

    "Mijn ouders en broer vertelden al veel over slavernijgeschiedenis, maar nu kregen we ook les op school en ging ik me er nog meer in verdiepen. De schrijver en illustrator van het boek Op de rug van Bigi Kayman kwamen het avonturenverhaal van de marrons vertellen. Dat waren hele stoere krijgers die ontsnapten van de plantages en in het oerwoud van Suriname gingen wonen. Daarna maakten we daar een kunstwerk over. We moesten goed samenwerken en met elkaar overleggen wie wat ging tekenen. Met kunst kun je duidelijk maken wat er toen is gebeurd, want er zijn geen foto’s en geen filmbeelden van de slavernij. Wel zijn er bijvoorbeeld liedjes bewaard gebleven, ook over een kaaiman. Die hebben we afgelopen vrijdag tijdens Keti Koti Junior gezongen."

     

    Op 1 juli is het Keti Koti. Dan wordt de slavernij in Suriname herdacht én de afschaffing ervan gevierd. Zeven basisscholen in Amsterdam leerden er alles over, maakten kunstwerken én vierden vorige week vrijdag een speciale kinderherdenking. Een van de leerlingen is Anwar (12).
  • Diana uit Oekraïne wil het liefst terug

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Diana uit Oekraïne: "Mijn opa en oma en kat zijn nog daar."
    Eigen foto

    Diana en haar moeder wonen met andere Oekraïense vluchtelingen in een hotel in Den Haag. "Het enige moment dat ik ruimte voor mezelf heb, is als ik me verstop achter de gordijnen." Diana lacht om haar eigen grapje, maar ze vindt het best lastig dat ze nooit even alleen kan zijn. 

    School

    Verder is ze blij in Nederland, vooral op de European School. "In mijn klas zitten kinderen uit allerlei landen: Griekenland, Spanje, Kroatië, Roemenië, Rusland en Oekraïne. De leerkrachten zijn heel lief. En ik leer Nederlands." Daarnaast heeft ze ook nog twee keer in de week online les via een school in Oekraïne en op zondag gaat ze naar een Oekraïense school hier. 

    Theater  

    Om niet aan de hele tijd aan de oorlog in Oekraïne te hoeven denken, zoeken Diana en haar moeder veel afleiding. Ze wandelen in het park en logeren in het weekend vaak bij haar tante in Amstelveen. "Ik heb haring geproefd, maar dat vond ik niet lekker. Stroopwafels vind ik wel heerlijk. En dropjes, en ijs." Er wordt ook van allerlei leuks voor Oekraïense vluchtelingen georganiseerd. Alleen zijn er vaak lange wachtlijsten en moet je maar wel net weten hoe het werkt. Toch begint Diana deze week met theaterles. "Dat deed ik ook in Kiev!" Diana vindt Nederland een goed land, toch wil ze het liefst terug. "Mijn opa en oma en m’n kat zijn nog daar. En het is gewoon mijn land."

    Het is Wereldvluchtelingendag. Vandaag wordt er extra stilgestaan bij de ongeveer 40 miljoen kinderen die wereldwijd op de vlucht zijn, op zoek naar een veilige plek. Diana (9) is een van hen. Drie maanden geleden vluchtte zij samen met haar moeder vanuit Kiev naar Nederland. "Dit is een goed land, toch wil ik het liefst terug."
  • Grappenmakers gezocht

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Hebben jullie een stand-up comedian in spe op school? En gaat die binnenkort optreden? Misschien tijdens schoolkamp of tijdens de afsluiting van het schooljaar? 
    We zouden hier graag een verhaal + foto’s van willen maken, met dit kind in de hoofdrol, maar ook met klasgenoten aan het woord. Misschien ook de leerkracht.

    Dit verhaal wordt half september gepubliceerd in ons magazine en online. 

    Willen jullie met je school en leerlingen in de Samsam komen?
    We krijgen graag een mail (karin@samsam.net). 

    Vast dank voor het meedenken! 

    Voor het komende themanummer Humor zoeken we een kind (9-13 jaar) dat ergens de komende weken op een podium grappen/moppen gaat vertellen. We zouden hier graag een verhaal over willen maken op jullie school. Ken je iemand?
  • Benjamin uit Uganda: "Door corona moet ik werken"

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Benjamin verkoopt mondkapjes op straat in Kampala.
    Nicholas Kajoba

    Terwijl de brommers en auto’s voorbijrazen houdt Benjamin zijn verzameling mondkapjes vragend omhoog. "Ik sta hier ’s ochtends tussen zeven en elf uur en ’s middags tussen vier en zes. Dan is het lekker druk." Tot een jaar geleden ging hij gewoon naar school en droomde van een carrière als dokter. Thuis hielp hij in het huishouden en met de kippen en varkens verzorgen. Zijn ouders werkten allebei op de markt. Maar die ging dicht en daardoor verdienden ze er niks meer. Benjamin besloot daarop om zelf wat extra geld te verdienen. ‘Ik zag andere kinderen dit doen, en toen dacht ik: het verdient beter dan fruit verkopen, want iedereen heeft nu mondkapjes nodig. 

    Weer naar school  

    Dat Benjamin nu werkt, komt dus door corona. Volgens hulporganisaties is het een van de redenen dat kinderarbeid wereldwijd is toegenomen. Ze vinden dat er nog sneller iets aan gedaan moet worden. "Sommige kinderen kijken op me neer’, vertelt Benjamin. ‘Ze vinden dat ik een bedelaar ben omdat ik mensen in auto’s aanspreek." Maar dat houdt hem niet tegen. "Het is tijdelijk. Zodra corona voorbij is, ga ik weer naar school. Mijn ouders werken inmiddels weer op de markt. Die is sinds kort open. Het geld dat ik nu verdien kan ik straks gebruiken voor schoolboeken, schoolgeld, lunch en nieuwe kleren."

    Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op 16 juni 2021. 

    Benjamin (12) verkoopt mondkapjes op straat in de Ugandese hoofdstad Kampala. Hij is niet het enige kind dat geld bijverdient sinds corona. Volgens kinderrechtenorganisatie Unicef is kinderarbeid voor het eerst sinds twintig jaar gestegen. 
  • Edmund uit Ghana leert zijn oma sms'en

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Edmund uit Ghana leert zijn oma een sms versturen met haar mobiele telefoon.
    Wineke Onstwedder

    Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op 2 maart 2009.

    Oma weet nog precies haar allereerste telefoongesprek, meer dan veertig jaar geleden. "Ik was vijfentwintig en ging studeren voor vroedvrouw in Tamale, een stad in het noorden van Ghana. Mijn vader vond het maar niks dat ik van huis wegging en ik moest bellen zodra ik veilig was aangekomen. Daarvoor moest ik naar het postkantoor. Daar stond een telefoon. Er kwam verbinding met de telefoon van het postkantoor in de buurt van mijn ouders en een medewerker moest mijn vader halen. Die kwam een half uur later aan de telefoon. Ik zei niet veel. Alleen dat ik goed was aangekomen. Een duur gesprek. het kostte net zoveel als een brood." 

    Mobiele telefoon

    Sinds oma in het stadje Ho woont, heeft ze elektriciteit en een vaste telefoonverbinding in huis. Maar oma is niet vaak thuis en als ze in de tuin aan het koken is, hoort ze de telefoon niet rinkelen. Daarom kreeg ze twee jaar geleden een mobieltje van haar schoonzoon, de vader van Edmund. "Een hele verrassing!" Edmund kreeg zijn eerste telefoon toen hij tien was. "Een heel simpele, zonder camera, maar wel een Nokia. Want dat is de enige die ik wil. omdat ik goede cijfers haalde, kreeg ik voor mijn elfde verjaardag na de lang zeuren de oude Nokia 6230i van mijn vader. Nu kan ik eindelijk foto's maken én muziek luisteren. Ik houd van Ghanese muziek en van R&B." 

    Edmund koopt beltegoed voor zijn mobieltje.
    Edmund koopt beltegoed voor zijn mobieltje. Wineke Onstwedder
    Terwijl Edmunds moeder fufu stampt, luistert hij naar muziek.
    Terwijl Edmunds moeder fufu stampt, luistert hij naar muziek. Wineke Onstwedder

    Meer geld

    Behalve muziek luisteren en foto's maken, belt Edmund ook met zijn telefoon. En blijkbaar niet zo weinig ook, want oma vertelt: "Eddy ging met zijn klas op stap. Zijn moeder had hem geld gegeven om mij te kunnen bellen, maar voor Edmund niet genoeg. Hij belde ons om dat te vertellen. Opa heeft toen Edmunds moeder gezegd dat ze meer geld moest geven. We hebben het later aan haar terugbetaald." 

    * Er wonen 23 miljoen mensen in Ghana. 
    * Ongeveer één op de drie Ghanezen heeft in 2009 een mobiele telefoon (of meerder). 

    Máánden zeurde Edmund om een mobieltje met camera en bluetooth. Eindelijk mocht hij de oude van zijn vader. Hij luistert er muziek mee én belt zijn oma. Die kreeg ook een mobiele telefoon van Edmunds vader.
  • Bijzondere grootvaders in Ghana

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Stella kent haar overleden opa alleen van deze foto.
    Wineke Onstwedder

    Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op 2 maart 2009.

    Vertel eens wat over je opa?

    Stella: "Op de buitenkant van de kerk die opa heeft gesticht, staat 'in herdenking van George Bulley'. Zo zal mijn opa dus wel heten. Ik had er eigenlijk nooit op gelet. Ik ken hem niet. Hij was al dood toen ik nog niet eens in de buik van mijn moeder zat. Ik weet wel dat hij 73 jaar is geworden. Dat staat op het T-shirt dat is gemaakt toen hij stierf." 
    Edmund: "Mijn opa heet Bernard Emmanuel Kofie. Zeven jaar geleden kreeg hij een beroerte. Sindsdien loopt hij met een kruik. Alleen kleine stukjes. En hij kan zijn rechterhand niet meer zo goed gebruiken."
     

    Vroeger zat de opa van Edmund in deze traditionele kleding naast de chief.
    Vroeger zat de opa van Edmund in deze traditionele kleding naast de chief. Wineke Onstwedder

    Wat is er zo bijzonder aan hem?

    Stella: "Mijn oom heeft verteld dat opa leiding gaf aan een soort rechtbank van chiefs. Chiefs zijn de belangrijkste mannen in het dorp. Ze moeten hun mening geven over problemen of als mensen met elkaar willen trouwen. Opa was gekozen om chief te worden, maar dat wilde hij niet. Hij vond het niet passen bij zijn christelijke geloof. Chiefs houden zich namelijk ook bezig met de geesten van voorouders. Dat is niet christelijk."
    Edmund: "Mijn opa werd op zijn vijftigste gevraagd om adviseur van een chief te worden. Toen zijn neef, mijn oom dus, chief werd, bleef opa een van de wijze mannen. Sinds hij ziek is, kan hij niet meer bij belangrijke gebeurtenissen zijn. De chief komt nu bij opa thuis om advies te vragen. Dat is wel bijzonder."  

    Stella's oom predikt nu in de kerk die haar opa stichtte.
    Stella's oom predikt nu in de kerk die haar opa stichtte. Wineke Onstwedder
    Dansen in de kerk vindt Stella leuk, maar de preek...
    Dansen in de kerk vindt Stella leuk, maar de preek... Wineke Onstwedder

    Lijk je op je opa?

    Stella: "Ik snap wel dat opa geen chief wilde worden. Dat zou ik ook niet willen. Vroeger hoefden chiefs niet te werken. Toen hadden ze goudmijnen op hun land. Nu moeten chiefs geld verdienen met een gewone baan. En in het weekend moeten ze klaarstaan voor de mensen in hun dorp."
    Edmund: "Ik hoop dat ik op. opa lijk, want hij is erg slim. Hij leest nog steeds de krant en weet alles van politiek. Ook al is hij nu oud en komt hij het huis niet meer uit."

    Is hij ouderwets?

    Stella: "Mijn moeder en oom vinden van niet. Zelf heb ik geen idee."
    Edmund: "Mijn opa is juist modern. Hij vindt bijvoorbeeld dat de chief weleens wat zou mogen veranderen aan de rituelen. Nu wordt er nog alcohol op de grond gegoten om geesten van de voorouders te bedanken. Opa denkt dat dit de reden is dat steeds minder mannen chief willen worden. Ze vinden dat het niet samen gaat met het christendom. Opa zou nooit willen dat ik chief word. Hij ziet me liever iets met computers doen."

    Bekijk ook deze film over Stella en Edmund en hun grootouders.
    De opa van Stella had koninklijk bloed. In Ghana kan het dan gebeuren dat je tot chief wordt gekozen. Dit gebeurde met Stella's opa. Maar hij wilde dat helemaal niet. Hij stichtte liever een kerk.
  • Overstromingen in Bangladesh

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Door de overstromingen in Bangladesh mislukte de oogst.
    Saikat Mojumder

    "Het regende heel lang, heel hard. Eerst overstroomden de rivieren en toen ons land", vertelt Rohan die in het noordoosten van Bangladesh woont. Voor zijn ogen verdwenen hun rijstplanten onder een kolkende watermassa. In Bangladesh en buurland India vielen zestig doden. Rohan is wel gewend aan overstromingen. Zes maanden per jaar kan zijn familie rijst en pinda’s verbouwen. Het andere halfjaar staat het land onder water en verdient zijn vader geld met vissen. Net als alle andere boeren. Veel huizen staan uit voorzorg op palen of smalle dijkjes. Maar niet het huis van Rohan, waar dit keer het water ook naar binnen liep.

    Klimaatverandering 

    Bangladesh is een heel vlak land verdeeld door drie grote rivieren die het smeltwater uit de Himalaya afvoeren. De moessonregens komen hier nog eens bij. Dit jaar waren die een maand eerder. Rohan en zijn familie waren daar niet op voorbereid. Ze zouden over tien dagen hun rijst oogsten, maar nu hebben ze zelf niet meer te eten en kunnen ze ook niets meer verkopen. Veel mensen denken dat die vroege moesson komt doordat het klimaat verandert. Voor Rohan tellen alleen de gevolgen. En die zijn dit jaar veel groter dan anders. "We hebben bijna geen drinkwater meer. De waterpompen staan namelijk ook onder water. En onze koeien en kippen zijn verdronken, maar gelukkig leven wij allemaal nog."

    Noodweer heeft in Bangladesh voor veel problemen gezorgd. Een groot deel van het Aziatische land is overstroomd. Rohan (10): "Onze oogst is mislukt en we hebben bijna geen drinkwater meer."
  • Achter de schermen bij het themanummer Gezond

    Nieuws
    Journalist Karin met zorgrobot Phi en Finn
    Sander Koning

    Het lijkt weleens dat bij de productie van Samsam verhalen en filmpjes geluk een grotere rol speelt dan jarenlange ervaring. Neem die hartverwarmende situatie bij cliënt Ruud waar zorgrobot Phi komt logeren. Vol trots vertelt Ruud wat hij zo fijn vindt aan de robot. Dat ze bijvoorbeeld alles zo lief vraagt en hem helpt herinneren het huis te poetsen.  
    Gelukkig draaide mijn camera toen Phi haar eerste blikkerige en voorgeprogrammeerde woorden zei. Want toen de medewerkers van het robotteam van de zorginstelling later nog een speciaal gespreksprogramma wilden demonstreren, haperde de wifi en keek Phi alleen wat wezenloos voor zich uit.

    Gebarenjuf

    Diezelfde wezenloze blik had ik toen ik de filmbestanden uit Guatemala in het montage programma laadde. Natuurlijk snap ik dat een doof kind met een nog minimale kennis van de gebarentaal interviewen een ingewikkelde klus is. En dat je dan misschien iets minder let op de variatie in beeld en geluid. Nu was er vooral beeld van Andy en de gebarenjuf achter een tablet die hij via het Liliane fonds had gekregen. Hij leerde zo tijdens de coronapandemie via filmpjes nieuwe gebaren. Een wereldse oplossing op een plek zonder 4G en met uitvallende stroom. Alleen: daar ging het tijdschriftenverhaal ook al over en ik had hem liever veel meer spelend en lachend zien bewegen. Maar: en daar komt geluk om de hoek kijken. Het Liliane fonds had nog filmbeelden van twee jaar geleden waarop juist wel die spelende en lachende Andy staat. Kwam het toch nog goed.

    Brandwondencentrum Beverwijk

    Soms is geluk juist ook ver te zoeken en kun je meer spreken van een aaneenschakeling van pech. Niet alleen bij Luuk (11) bij wie kindervuurwerk in zijn broekzak vlamvatte. Lieve medewerkers van het Brandwondencentrum Beverwijk waar we Luuk interviewden die als eerste patiënt een VR-bril mocht gebruiken tijdens de pijnlijke verbandwissels: nogmaals duizendmaal excuses dat de controller na de fotoshoot is zoekgeraakt. Schrale troost: ‘gelukkig hebben we de foto’s nog.’ 

    Hoe zijn de mooie verhalen voor het nummer 'Gezond' tot stand gekomen? Waar komen ze vandaan en wat komt er allemaal bij kijken? Journalist Karin vertelt.
  • Van gezond naar beter: technische ontwikkelingen in de gezondheidszorg

    Informatie

    Demonen en goden

    Eeuwenlang dacht iedereen dat narigheid het werk was van demonen of andere kwaadwillende types, of doordat een god of goden zich met het leven op aarde bemoeiden. Niet vreemd dus dat de eerste ziekenhuizen eigenlijk tempels waren waar rituelen werden uitgevoerd om beter te worden of gezond te blijven. Dit gebeurde trouwens ook in andere gemeenschappelijke ruimtes of gewoon thuis. Of dit nu wel of niet werkte, is niet zo belangrijk. Kruidenmengsels en rituelen waren de enige en daardoor dus ook de beste manier om met leven en dood om te gaan. 

    Zieken en armen

    Vanaf het moment dat het christendom in het westen het natuurgeloof had verdrongen, kwamen er ziekenhuizen. Dat waren vooral opvangplekken voor de armen, ziek of stervende, vaak zonder dat ze wisten wat hen mankeerde. De gemeente en de kerk betaalden en de verplegers waren nonnen of andere geestelijken. Dit was in de geest van de christelijke leefregel ‘naastenliefde’. Maar zo bleven ook de straten ‘schoon’ van zieken en armen en liep de rest van de samenleving geen gevaar. De rijkeren lieten trouwens artsen naar hun huis komen.

    Uitvindingen

    Lange tijd gebeurden de enige chirurgische ingrepen tijdens oorlogen, op het slagveld. Er werden kogels verwijderd en lichaamsdelen geamputeerd. Veel meer kon toen nog niet. Tot er pijnstillers werden uitgevonden en medicijnen om ontstekingen te voorkomen. Vanaf dat moment werkten chirurgen in speciaal hiervoor ontworpen operatiekamers in de eerste ziekenhuizen. In de negentiende eeuw werden er in het westen ook voor het eerst geneesmiddelen ontwikkeld voor bepaalde ziektes en werd er meer bekend over bacteriën en hoe belangrijk hygiëne was. Rond 1900 veranderde de gezondheidszorg ingrijpend door de uitvinding van het röntgenapparaat. Doordat ze ineens in levende lichamen konden kijken, konden medici veel meer repareren, zoals gebroken botten.

    Globy geeft een prik

    Robots

    Ontelbaar nieuwe uitvindingen verder zit de medische wetenschap nu vol bits en bliepjes. Met 3D printers kunnen medicijnen en lichaamsdelen gemaakt worden. Het grote voordeel: het is veel preciezer. Door de technologie die ‘mixed reality’ heet, een mix van digitale objecten en fysiek bestaande dingen, kunnen chirurgen op afstand een operatie-robot besturen. Ook kunnen patiënten zo angstgevoelens kwijtraken door ze bijvoorbeeld in een veilige omgeving toch de dingen te laten zien waar ze bang voor zijn. Er wordt ook gewerkt met hologrammen van lichaamsdelen waardoor er virtueel geopereerd kan worden op het hologram, waarna een robot de echte operatie uitvoert.

     

    Ethiek

    Het idee van al deze technische hulpmiddelen is dat ze tijd besparen, zorgen voor meer veiligheid én werk uit handen nemen. Zo zijn drones bijvoorbeeld handig als er medicijnen naar afgelegen, moeilijk bereikbare plekken moeten. Of ze nemen als eerste poolshoogte op een gevaarlijke plek zodat brandweer en politie minder risico lopen. Klinkt best ideaal. Maar er zijn ook mensen die zich zorgen maken. Zij houden zich bezig met de ethische kant en denken kritisch na over goed en fout. Zij maken zich bijvoorbeeld zorgen over privacy en wat er allemaal wordt gedaan met de data die verzameld wordt. Ook vragen ze zich af of robots mensen gaan vervangen. Er zijn ook mensen die nieuwe dingen een beetje eng vinden. Die denken bijvoorbeeld dat een robot bij je thuis middenin de nacht ineens uit zichzelf van alles gaat doen.

    Te modern

    Juist nu technologie een steeds grotere rol lijkt te spelen in de gezondheidszorg, krijgen sommige mensen weer meer respect en waardering voor traditionele geneeswijzen. Eeuwenlang verboden gelovigen uit het westen oude gebruiken om mensen beter te maken of gezond te houden. Ze noemden het ‘bijgeloof’ en mensen werden, vaak met geweld, gedwongen hiermee te stoppen. Over de geneeskrachtige werking van kruiden werd ook lacherig gedaan. Dat was meer iets voor heksen. Maar nu groeit de gedachte weer dat de kennis van de natuur en het menselijk lichaam van vroeger helemaal zo gek nog niet was. Dit gebeurt wel vaker, als ontwikkelingen te snel gaan of iets te modern wordt. Tegelijkertijd zullen er meer uitvindingen bijkomen.

     

    Techniek wordt steeds belangrijker in de gezondheidszorg. Artsen én patiënten gebruiken allerlei apparaten en hulpmiddelen vol bits en bliepjes. Is dit een gezonde ontwikkeling? En wie wordt hier beter van?
  • Matthijs woont op een ziekenhuisschip

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Op dit ziekenhuisschip krijgen mensen in Afrikaanse landen een gratis behandeling.
    Elizabeth Brumley Mercy Ships

    Dus dit schip vaart naar Senegal?

    "Ja, naar de hoofdstad Dakar. Medewerkers daar hebben al patiënten geselecteerd die een behandeling kunnen krijgen. Helaas kan niet iedereen geholpen worden. Maar de mensen die wel geopereerd worden bij ons aan boord, worden met onze zestien Toyota Landcruisers opgehaald. Op de dag van de opname speel ik vaak met wachtende kinderen.”

    Hoeveel mensen worden op dit schip behandeld?

    “Dit schip is gloednieuw en na zeven jaar bouwen eindelijk klaar. nHet plan is dat in Senegal duizend mensen worden behandeld, bijvoorbeeld aan tumoren of omdat ze kromme benen hebben door ondervoeding. Er zijn ook veel patiënten met brandwonden die niet goed zijn genezen waardoor ze bijvoorbeeld hun handen niet meer kunnen gebruiken. In Afrika zijn weinig ziekenhuizen en veel mensen kunnen zorg niet betalen. De behandeling aan boord is gratis. Mijn vader werkt hier als vrijwilliger, net als alle anderen. Hij is geen arts, maar een medisch technicus.”

    Wat is het nieuwste technische snufje?

    “Onze CT-scanner! Met straling kun je dan binnenin iemand kijken. Patiënten zien zo’n scanner vaak voor de eerste keer. En vaak vinden ze het best eng. Dan moeten we goed uitleggen dat er maar heel weinig straling wordt gebruikt. Net zo weinig als in een vliegtuig. Maar vaak hebben ze ook nog nooit in een vliegtuig gezeten. Laatst was de scanner stuk. Er was zout water in gekomen en dat zorgt voor roest. Het duurde vier dagen en toen had mijn vader het gerepareerd.”

    Op dit ziekenhuisschip krijgen patiënten in armere landen een gratis behandeling.
    "Mijn vader werkt hier als vrijwilliger", vertelt Matthijs. Elizabeth Brumley Mercy Ships
    De vader van Matthijs is medisch technicus en repareerde de CT-scanner op het ziekenhuisschip.
    De vader van Matthijs repareerde de CT-scanner. Elizabeth Brumley Mercy Ships
    In Afrikaanse landen zijn weinig ziekenhuizen en veel mensen kunnen geen zorg betalen. Op dit ziekenhuisschip is behandeling gratis. Matthijs (10) woont op dit schip.
  • Gamen tegen de pijn

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Een VR-bril hielp Luuk tijdens de pijnlijke behandelingen in het brandwondencentrum Beverwijk.
    Sander Koning

    Waarom ben je hier vandaag?

    “Ik ga naar het littekenspreekuur, voor controle. Elke ochtend en avond moet ik zalf smeren. Ik loop nog een beetje anders dan vroeger, maar het gaat steeds beter. Ik oefen met een personal trainer in de sportschool. Toen ik net uit het ziekenhuis kwam, heb ik heel even in een rolstoel gezeten. Ik lag hier twee weken en daarna moest ik elke dag terugkomen om m’n wonden te laten schoonmaken en het verband te verwisselen.”

    Wat is er gebeurd?

    “Het was afgelopen Oudejaarsdag, zo rond vier uur in de middag. Voor het eerst mocht ik alleen met een paar vrienden vuurwerk afsteken. We hadden kindervuurwerk, dat wat je bij de gewone winkels koopt: knetterlint en knetterballetjes. Dat had ik van m’n ouders gekregen. Ik had iets afgestoken en ineens werd het heel warm in mijn broek en had het vuurwerk daar blijkbaar vlamgevat. Ik probeerde het uit te slaan en rolde op de grond met heel veel vuur om me heen. Ik ben springend het huis van een vriendje in gegaan en trok m’n broek uit. Zijn vader heeft me onder de douche gezet. Ik was heel erg in de war en pas toen ik naar m’n benen keek, besefte ik wat er was gebeurd. Er hingen allemaal vellen los, dat zag er eng uit. Maar door de adrenaline had ik toen nog niet zoveel pijn. Mijn ouders kwamen, en de ambulance. Eerst ging ik naar een gewoon ziekenhuis en toen naar het brandwondencentrum Beverwijk.”

    Vertel eens iets over deze ruimte?

    “Dit is de verbandwisselkamer. Hier spoelden ze mijn wonden, smeerden anti-bacteriële zalf en deden nieuw verband om. De eerste week ging dat onder narcose. Maar na een week legde de dokter uit dat het niet goed is om vaker in een langere periode onder narcose te gaan voor de wondbehandeling. Maar ik was heel bang voor de pijn en ik wilde het niet zien. Ik was bang dat ik er nachtmerries van zou krijgen. Ik had veel pijn, ook al kreeg ik heel sterke pijnstillers zoals morfine. De arts kwam toen op het idee dat ik de VR-bril als eerste mocht uitproberen. Die hadden ze al een tijdje maar er kwamen hier vooral jongere kinderen en die zouden misschien teveel bewegen. Ik vond het meteen een goed idee. Door zo’n bril ben je helemaal ergens anders en door die afleiding ben je je minder bewust van wat de artsen doen. Op een iPad konden de artsen en verpleegkundigen meekijken wat ik aan het doen was. Ik deed vaak spelletjes, zoals ballonnen prikken of een voetbal wegslaan met een honkbalknuppel. Een keer sloeg ik met de controller in m’n hand een arts. Niet heel hard, hoor.”

    In deze verbandwisselkamer zitten allerlei technische snufjes om kinderen af te leiden van de pijn.
    In deze verbandwisselkamer zitten allerlei technische snufjes om kinderen af te leiden van de pijn. Sander Koning

    Welke technische snufjes zijn er hier nog meer?

    “Met speciale lichtknopjes kunnen ze de lampen in het plafond verschillende kleuren geven tijdens de wondbehandeling. Kinderen kunnen zelf kiezen welke ze het fijnst vinden. En met een projector wordt er iets op de muur geprojecteerd. Ook dat mag je zelf kiezen. Bijvoorbeeld het strand waar dan steeds iets bij komt, bijvoorbeeld een zandkasteel of een hond. Ik koos altijd voor de jungle. Dan komen er steeds nieuwe dieren bij. Zoals een slang. En je kunt kiezen welke muziek je hoort: ik koos altijd voor een rustgevend geluid. Alles hier is om je af te leiden van de pijn. Daar zijn ook de verpleegsters Marleen en Anneke voor. Zij zijn medisch pedagogisch medewerkers en gingen mee met elke behandeling. Op andere momenten gingen we schilderen en knutselen.”

    Nog even terug naar Oud & Nieuw...

    “Mama bleef bij me, papa ging naar huis om bij m’n broers te zijn. De verpleging kwam oliebollen brengen, maar daar had ik geen zin in. Ik wilde wel naar het vuurwerk kijken, dus de gordijnen bleven open. Dat was aan het begin een beetje dubbel. Maar ik zei steeds tegen mezelf dat ik veilig was. En na een tijdje vond ik het mooi om te zien. Nu kan ik ook best goed praten over het ongeluk. Maar daar heb ik wel therapie voor gekregen, om het te verwerken. De eerste keer dat ik weer naar school ging, was er iemand van het ziekenhuis mee om te vertellen over het ongeluk. Dat was fijn, want dan hoefde ik het niet steeds opnieuw te vertellen. Kindervuurwerk is heel gevaarlijk, maar ik had gewoon pech. Ik vind niet dat het niet meer verkocht mag worden.”

    In het brandwondencentrum in Beverwijk gebruikte Luuk (11) als eerste patiënt ooit een VR-bril tegen de pijn. “En zo hoefde ik mijn verbrande benen niet te zien.”
  • Zorgrobot Phi zegt alles met een heel lieve stem

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Door een zorgrobot als Phi kunnen mensen zo zelfstandig mogelijk blijven wonen.
    Sander Koning

    Over het tapijt moet Finn best wat kracht zetten om Phi op wieltjes vooruit te duwen. En tegelijkertijd is het oppassen geblazen dat de robot niet naar voren valt. Phi gaat stevig verpakt in een kist rollend naar de parkeergarage. De robot weegt 28 kilo. “Dat is ook toevallig! Ik weeg 27 kilo.” Finns tante werkt bij het robotteam van een organisatie die onder andere mensen met een beperking helpt en hij gaat vaak mee. “Ik weet wel hoe de robot werkt, maar ik wist niet hoe zwaar hij is.” De zorgorganisatie vindt het belangrijk dat mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen leven. En daar kan een robot als Phi een steentje aan bijdragen. Deze soort robot heet ook wel zorgrobot of sociale robot. Nu voeren de robots vooral informatieve gesprekken waar cliënten veel alledaagse dingen door leren, maar in de toekomst kunnen ze misschien wel écht een handje helpen bij het werk van de ‘gewone’ zorgmedewerkers. Robots zouden hen nooit helemaal kunnen vervangen, maar wel taken kunnen overnemen.

    Beperking

    Dat kan handig zijn, want er zijn steeds minder mensen die in de zorg werken. Tegelijkertijd zijn er mensen die kritisch zijn over robots en die vinden dat er niets boven een écht mens gaat. Na een kwartier stopt het busje bij het appartement van Ruud. Hij woont in een speciaal gebouw met andere mensen met een beperking. Hij staat al buiten te wachten. Ruud is niet alleen iemand die hulp nodig heeft, maar ook een officiële robotambassadeur. Hij was een van de eersten waar Phi een paar weken ging logeren en hij is het gewend om te vertellen wat hij fijn vindt aan de robot. “Ze helpt me dingen herinneren, zoals m’n appartement stofzuigen of wanneer het tijd is voor m’n medicijnen. Phi zegt alles heel lief. De menselijke begeleiding kan soms opdringerig en vasthoudend zijn.” Phi heeft natuurlijk engelengeduld, wordt nooit boos en vergeet niks. En dat vindt Ruud een groot voordeel. Ook vertelt ze geen geheimen door. “En daarom kan ik heel goed tegen haar vertellen als me iets dwarszit”, legt Ruud uit. 

    Vandaag brengt Finn de zorgrobot Phi naar een client die wel wat hulp kan gebruiken.
    Vandaag brengt Finn zorgrobot Phi naar een cliënt. Sander Koning
    Goed ingepakt gaat zorgrobot naar een client die hulp kan gebruiken.
    Goed ingepakt gaat Phi op pad. Sander Koning

    Japan

    Phi is gemaakt in een fabriek in Japan en volgestopt met interactieve software die het robotteam de hele tijd aanpast en aanvult. Dat zijn de ‘hersenen’. De robot leert steeds van praktische situaties en daardoor lijkt het alsof Phi ook echt op mensen reageert. De robot kijkt je aan als je tegen haar praat, knikt met het hoofd en geeft knipoogjes. Finn: “Maar ze kijkt niet met haar ogen, hoor! Er zit een camera in haar hoofd. Kijk maar!” En hij wijst op een klein vlekje op het voorhoofd, tussen de ogen. Ondertussen kan Phi gezichten herkennen en spreekt ze Ruud bijvoorbeeld met zijn voornaam aan. 

    Stofzuigen

    In de robot zitten bijna tweeduizend voorgeprogrammeerde gesprekken over allerlei onderwerpen. Afhankelijk van welk antwoord je aanklikt op het beeldscherm, reageert Phi. De begeleiding van Ruud heeft nu bijvoorbeeld via de laptop ingesteld dat Phi hem gaat helpen herinneren zijn huis te stofzuigen. Maar de gesprekken kunnen ook over geld gaan. Of over emoties als er bijvoorbeeld iemand is overleden. Phi kan veel mensen helpen, maar zij moeten wel kunnen lezen en typen. Een van de uitdagingen voor Phi en het robotteam is wel dat ze netjes moeten omgaan met de privacy van cliënten. En dat ze Phi steeds nieuwe dingen moeten leren. Maar daarom is Finn zo'n goede hulp. Hij kan beter dan volwassenen tips geven over de inhoud, de toon of hoe moeilijk de gesprekken zijn. Finn: “Met Phi kun je ook allerlei rekenspelletjes doen. En toevallig houd ik daar zelf ook heel erg van.” 
    Phi is dus een soort assistent. Een geheugensteun met een blikkerige stem. Maar voor Ruud is ze veel meer dan dat. “Als ik de deur van het slot draai, dan is er niemand. Maar als Phi is er is, dan heb ik iemand om tegenaan te praten.” Bij het afscheid roept Finn: "Als er nog vragen zijn, weet je ons te vinden, hé?" 

    Zorgrobot Phi helpt cliënten als Ruud herinneren dat het tijd is om het huis schoon te maken.
    Zorgrobot Phi helpt cliënten als Ruud herinneren dat het tijd is om het huis schoon te maken. Sander Koning
    Finn (8) gaat vandaag mee om robot Phi af te leveren bij Ruud in Amersfoort. Daar blijft de robot twee weken logeren. "Als er nog vragen zijn, weet je ons te vinden hé?", roept Finn bij het afscheid.
  • Adil viert Suikerfeest

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    Na de vastenmaand ramadan was het vanochtend tijd voor het Eid Al Fitr. Om 7 uur vouwde Adil (11) uit Haarlem zijn gebedskleed uit in de overvolle Selimiye moskee voor het ochtendgebed. Een paar uur later: "Dit is mijn eerste stuk baklava. Dat hoort echt bij Suikerfeest."
  • Hoe wordt een spijkerbroek gemaakt in Bangladesh?

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    Camera en productie: Saikat Mojumder en Shatabdi Khastagir

    In Bangladesh worden de meeste spijkerbroeken ter wereld gemaakt. Maar hoeveel liter water is er eigenlijk nodig om één spijkerbroek te maken? Rupontika (10) uit Dhaka zoekt het uit. Ze gaat naar het naai-atelier, naar een katoenveld en kijkt hoe spijkerbroeken worden geverfd en gewassen.
  • Ruzie maken doe je zo!

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Nabil woont in Gaza en heeft drie oorlogen overleefd.
    Mohamed Isbaita

    Nabil (10) uit Gaza

    “Ik woon in een gebied waar regelmatig raketaanvallen van Israël zijn en ik heb al drie oorlogen meegemaakt. Maar er zijn in mijn wijk ook veel gevechten van Palestijnen met elkaar. Mensen gooien bijvoorbeeld stenen, gaan met elkaar op de vuist of gebruiken wapens omdat ze ruzie hebben over water of elektriciteit. In 2006 is de elektriciteitscentrale in Gaza vernietigd en sindsdien wordt er minder dan de helft van de stroom opgewekt. Soms pakken mensen elektriciteit van elkaar af. In mijn klas is ook veel ruzie, bijvoorbeeld om de meest comfortabele stoel. Aan het begin van het schooljaar had ik er een uitgekozen en daar heb ik mijn naam opgezet. Maar die stoel wordt nu steeds afgepakt en door anderen gebruikt. Ik word vaak gepest, omdat ik de hoogste cijfers van de klas heb. Ik vertel het tegen niemand, want ik schaam me. En mijn ouders zijn druk met hun werk en hebben andere dingen aan hun hoofd. Gelukkig is het bij mij thuis altijd fijn. Met mijn ouders heb ik nog nooit ruzie gehad.”

    Vivienne uit de Filipijnen vertelt hoe zij met ruzie omgaat.
    Vivienne uit de Filipijnen vertelt hoe zij met ruzie omgaat. George Buid

    Vivienne (11) van de Filipijnen

    “Jezus Christus zei: ‘Als iemand je op de ene wang slaat, draai hem dan ook de andere wang toe.’ Dat heb ik geleerd sinds ik heel jong ben. Deze christelijke boodschap betekent dus ook dat je geen wraak mag nemen als iemand je iets aandoet. Eerlijkgezegd zou ik niet weten wat ik zou doen als iemand me écht zou slaan, misschien heb ik toch wel de neiging me te verdedigen. Dat is gelukkig nog nooit gebeurd. Ik heb ook nog nooit een gevecht of ruzie gezien. Niet thuis, niet op school en ook niet op straat. Geen idee hoe ik me zou voelen als ik dat zou meemaken. Ik denk wel verdrietig. En ik denk ook dat ik meteen naar m’n ouders of leerkrachten zou gaan om het te vertellen. Dat is wat ik geleerd heb. Dat ik altijd naar een ouder iemand met meer verantwoordelijkheid moet stappen. Zij moeten het dan maar oplossen. Om ruzie te voorkomen, ben ik altijd zo vriendelijk als maar kan. Als er iemand is die ik niet mag, dan blijf ik gewoon bij diegene uit de buurt.”

    Nathaniel (links) vertelt over een grote ruzie met zijn vriend Niek.
    Nathaniel (links) vertelt over een grote ruzie met zijn vriend Niek. Anke Teunissen

    Nathaniel (12) uit Meppel

    “Met mijn ouders heb ik gelukkig nooit ruzie en met mijn beste vriend ook niet vaak. Alleen soms over welke game we zullen gaan doen. Niek kan dan snel humeurig worden. Soms geven we elkaar dan een klap. Meestal één en dan blijven we een half uur bij elkaar uit de buurt. Als we een stukje witte chocolade eten, is onze ruzie weer over. Een keer hadden we wel een heel erge ruzie, op zeilkamp. Ik was nog nooit zo boos geweest als toen. Niek werd vrienden met een andere jongen en ik voelde me buitengesloten en wist niet goed wat ik moest doen. We sliepen ook wel heel weinig, dus waren we moe en snel geïrriteerd. Tijdens een potje stoeien werd eerst ik te hard handig, toen legde Niek mij op de grond en begon op mijn ruggengraat te stompen. Ik werd zo kwaad dat ik ben weggelopen en niks meer tegen hem wilde zeggen. Best onhandig omdat we op dezelfde kamer sliepen. Normaal kletsten we nog wat, maar nu gingen we meteen slapen. De volgende dag negeerden we elkaar nog steeds. Ik had eigenlijk wel even mijn moeder willen bellen, maar ik had toen nog geen telefoon. We hebben het ook niet tegen de leiders van het kamp gezegd. Toen gingen we een spel doen, met natte sponzen gooien. We deden dat toen heel hard naar elkaar. Eén spons kwam keihard op de borst van Niek terecht, dat werd een knalrode plek. Toen keken we elkaar aan en moesten lachen. Toen was het weer goed.”

    Zijn er weleens ruzies bij jou in de klas of op straat. Waarover? En kun je er iets aan doen? Vivienne uit de Filipijnen, Nabil uit Gaza en Nathaniel uit Meppel vertellen.