Overslaan en naar de inhoud gaan
  • Waqas is rapper in Pakistan

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.

    Camera: Talha Hassan

    Busta Rhymes vindt Waqas (10) uit Karachi, de hoofdstad van Pakistan, een van de beste rappers. Zelf kan hij er ook wat van. Zijn laatste nummer had 10 miljoen views op YouTube.
  • "Mijn boodschap is vrede"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Waqas rapt in het Urdu en niet in het Engels.
    Talha Hassan

     Wat is je artiestennaam?

    “Mijn broer is ook rapper. Hij bedacht de naam Thou$and. Dat was vlak nadat ik begon met rappen, zo’n twee jaar geleden. Hij had een keer een bankbiljet van 1000 Pakistaanse roepie in z’n handen en vond het woord ‘duizend’ leuk klinken. Later kwam daar het woord Kaky bij. Dat betekent ‘jongen’ in ons dialect. Sindsdien is het Kaky Thou$and. Het is een combinatie van mijn culturele achtergrond en een verwijzing naar de Amerikaanse hiphopcultuur waar het vaak over dollars gaat.”  

    Verdien je geld met rappen?  

    “Ik woon in een arme buitenwijk van Karachi en er is hier veel geweld op straat. Vaak gaat het over drugs, maar bendes verdedigen ook hun territorium. Ik voetbal wel buiten, maar er kan elk moment iets gebeuren. Als ik daaraan denk, word ik bang. Mensen zoals ik krijgen weinig kansen. Er zijn eigenlijk geen manieren om ons te ontwikkelen. Maar: we hebben sinds kort een afspraak met een producer dat we vijf nummers en videoclips mogen maken en daar krijgen we voor het eerst voor betaald. Een van die nummers is met Hi-Rez, een rapper uit Amerika. Optreden is hier moeilijk, ook al vóór corona. Dat heeft met veiligheid te maken en de kans op aanslagen. De laatste keer waren we op een soort festival met andere rappers. Wij waren al klaar met ons optreden, maar middenin het nummer van een andere rapper kwamen er gangsters met wapens. Het optreden werd gestopt en het publiek rende weg. Er is gelukkig niet geschoten.”

    Omschrijf je imago eens?

    “In de videoclips draag ik westerse kleren, want dat vind ik bij rap passen. Als ik een keer over mijn eigen volk zou rappen zou ik onze traditionele kleding dragen: een salwar kameez. Want ik ben trots op mijn cultuur. Daarom rap ik ook in het Urdu en niet in het Engels. Hoewel: als ik Engels zou spreken, zou ik dat ook wel een keer willen doen. De hiphopcultuur gaat vaak over gangsters, maar daar wil ik niets mee te maken hebben.” 

    Waar gaan jouw nummers over?

    “Al mijn teksten schrijf ik zelf. Ze gaan over mijn leven in armoede. En hoe het is om hier op te groeien. Ik wil dat mensen begrijpen hoe dat is en ik roep de regering op om er iets aan te doen. Verder vind ik het belangrijk om mensen te inspireren, dus mijn boodschap is vrede en hoop. En dankbaarheid naar god. Ik rap over dat het belangrijk is om je goed te gedragen en goede dingen voor je land te doen. Dat jongeren moeten wegblijven van geweld. Ik verspreid die boodschap ook via mijn social media kanalen.”  

    Wie zijn jouw voorbeelden?

    “Ik heb er een paar. Bijvoorbeeld Bohemia, hij is een rapper en producer uit Karachi, maar hij is naar Amerika verhuisd. Bohemia is beroemd over de hele wereld. Hij heeft bijna 2 miljoen volgers op Instagram en volgt zelf maar 19 mensen. Ik ben er een van en dat maakt me trots. Hij stuurt me soms complimenten en zegt dat ik vooral door moet gaan. Verder ben ik fan van Busta Rhymes. Ik houd van de flow in zijn muziek. En ik vind z’n stijl ook heel gaaf. Hij draagt altijd van die gouden sieraden en hij heeft tatoeages. Die vind ik echt mooi. Ik ben zelf moslim, dus ik zou geen tatoeages nemen. Dat mag niet van mijn geloof. En voor gouden sieraden zijn we te arm.”  

    Het is niet altijd makkelijk om rapper te zijn in Pakistan. Maar het laatste nummer van Waqas (10) uit Karachi had 10 miljoen views op YouTube en beroemde muzikanten uit het buitenland staan in de rij om met hem samen te werken.
  • Camera loopt... ACTIE!

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Over Wen Long werd een documentaire gemaakt.
    Still uit de documentaire

    Wen Long (10) van Texel

    Ze liep vooraan in de Pride Walk: een soort optocht om aandacht te vragen voor onder andere homo’s en transgenders. "Ik droeg de intersekse vlag en daarom sprak documentairemaker Lara me aan”, herinnert Wen Long zich nog goed, ook al is het al ruim twee jaar geleden. “Ze vertelde dat ze een  lm wilde maken over intersekse en vroeg of ik wilde meedoen. Dat wilde ik meteen, want weinig mensen weten wat het is. Toen ik het mijn juf een keer had uitgelegd zei ze daarna tegen mijn ouders dat ik het vast had verzonnen en dat het helemaal niet bestaat.” De documentaire heet 'Meisjesjongensmix' en dat is precies zoals Wen Long zich voelt. Uitleggen wat intersekse precies is, is niet zo makkelijk. Want het heeft te maken met gevoel en beleving en niet alleen met hoe je lichaam er aan de buiten- en binnenkant uitziet. “Heel veel kinderen hebben de documentaire gezien, het item bij het Jeugdjournaal of het interview in Kidsweek. Veel meer mensen weten nu wat het is. Dat merk ik doordat ze nu soms op straat naar me toe komen en zeggen ‘jij bent toch intersekse’? En dan hoef ik het niet meer uit te leggen.” Maar het meest bijzondere? “Ik hoorde van iemand die ook intersekse is dat ze het Jeugdjournaal item over de documentaire in Wen Long (10) van Texel de klas hadden gekeken. En toen durfde ze haar geheim voor het eerst tegen haar beste vriendin te vertellen.” Het filmen en alle interviews daarna, vond Wen Longaandacht wel 'apart'. "Want je krijgt ineens alle aandacht.” En nogal eens brutale vragen waar ze helemaal niet op zit te wachten. Maar het belangrijkste was te vertellen over haar missie: dat kinderen niet meer vanzelfsprekend of gedwongen geopereerd worden. Want voor Wen Long is het helemaal niet belangrijk om heel precies in het biologische hokje 'jongen' of 'meisje' te passen. De documentaire heeft haar of haar leven verder niet veranderd. “Ik ben nog steeds gelukkig. Nou... misschien een ietsepietsje gelukkiger, doordat ik nu minder vaak hoef uit te leggen wat intersekse is.”

    Over Mima uit Indonesië is een documentaire gemaakt.
    Over Mima uit Indonesië is een documentaire gemaakt. Mensjesrechten / Lilianefonds

    Mima (15) uit Indonesië

    “Ik heb nog steeds de pop die te zien was in de documentaire, maar ik speel er niet meer zoveel mee”, vertelt Mima. Ze woont ook nog steeds in hetzelfde huis op het Indonesische eiland Sumatra. Mima heeft het syndroom van Down en dat betekent onder andere dat leren voor haar moeilijk is. In 'Mima is Mima' is te zien dat ze veel ouder is dan haar klasgenoten. Maar ze gaat wél naar school , ze heeft vrienden en ze is ergens goed in: de vlag zwaaien tijdens Onafhankelijkheidsdag. Dat is een grote feestdag in Indonesië met optochten en muziek. Het was een grote verrassing dat een meester op school haar daarvoor vroeg. Haar moeder is nog steeds supertrots. “Het was een mooie les voor iedereen om te zien dat kinderen met een handicap de moeite waard zijn. Dat er mensen uit het buitenland kwamen om mijn kind met een beperking te filmen heeft echt diepe indruk op mij, onze vrienden en buren gemaakt. En ook op Mima zelf. Nu weet ze dat het niet uitmaakt dat je een handicap hebt. Je mag gewoon trots op jezelf zijn. En het is nergens voor nodig dat je verstopt wordt.” In Indonesië worden kinderen met een beperking nog vaak achter gesloten deuren gehouden. Het lijkt wel alsof mensen zich voor hen schamen en sommigen zien zo’n kind als een straf van de goden. Dat was een van de redenen dat  de documentaire werd gemaakt door het Liliane Fonds voor de serie Mensjesrechten op tv. De organisatie wil laten zien dat kinderen met een beperking overal ter wereld dezelfde rechten hebben. Mima zelf zegt dat ze meer zelfvertrouwen heeft gekregen door de documentaire. “Maar ik vond het aan het begin wel spannend dat de camera zo dichtbij kwam. Ik werd ook een beetje verlegen. En soms zelfs bang. Maar de aandacht vond ik heel fijn. Er was iemand van de filmploeg die heel leuk met me speelde. Ze voelde als een zus.” Haar moeder herinnert zich nog het geduld dat de filmmakers met haar dochter hadden. “En ze pasten zich heel goed aan onze cultuur aan. Alleen is het jammer dat het stukje waarin Mima de vlag draagt tijdens Onafhankelijkheidsdag zo kort duurde.”

    Zangeres Leyna uit Uganda werd beroemd na een tv-optreden.
    Zangeres Leyna uit Uganda werd beroemd na een tv-optreden. Eigen foto

    Leyna (10) uit Uganda

    “Miljoenen mensen in vier verschillende Afrikaanse landen zagen me optreden tijdens East Africa’s Got Talent. Ik kreeg een gouden buzzer van de jury: het regende confetti op het podium en ik was meteen door naar de halve finale.” Sinds de uitzending wordt Leyna overal herkend. “Vooral op straat en in winkelcentra. Dan hoor ik mensen naar me roepen. Als kinderen mijn naam schreeuwen en zeggen dat ze van me houden, word ik verlegen en verstop ik me achter m’n moeder.” Ook gebeurt het weleens dat ze van totaal onbekenden geld krijgt. Leyna zingt, omdat ze een boodschap wil overbrengen. “Bijvoorbeeld over liefde en dat je in god moet geloven en dat dan alles goed komt. Een ander liedje ging over corona. Ik merkte dat veel mensen zich niet aan de maatregelen hielden en ik hoopte dat ze wel naar mij zouden luisteren en dingen van me zouden leren. Als je een mooie stem hebt en mensen kennen je, dan nemen ze sneller iets van je aan.” Volgens haar werkt het echt zo. Dat merkt ze aan reacties van mensen en dat is best bijzonder, want in Uganda is de mening van kinderen niet altijd zo belangrijk. “Ik treed op allerlei verschillende plekken op en zet mijn liedjes ook altijd op YouTube zodat zoveel mogelijk mensen mijn boodschap kunnen horen. Eigenlijk is een radio-optreden het beste, want in de dorpen hebben mensen vaak geen tv.” Ze luisteren wel naar radio’s die werken op batterijen of zonne-energie. “Soms voel ik me behandeld als een ster en als een belangrijk iemand. Bijvoorbeeld toen ik een live show ging geven voor kinderen en de stroom uitviel. Alle kinderen bleven wachten tot de elektriciteit terugkwam en ik verder kon met mijn optreden. Het is mijn droom om een keer tijdens de opening van de Olympische Spelen te zingen."

    Waar krijgt je het grootste publiek? Op tv! De Nederlandse Wen Long, Leyna uit Uganda en de Indonesische Mima werden gefilmd en vertellen over de invloed die dat had.
  • Breakdancer Grady uit Congo danst op straat

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Voor Grady uit Congo is breakdance meer dan een hobby.
    Elodie Toto

    Het is hun vaste dansplek: een overdekte koepel naast een drukke weg, dicht bij het ziekenhuis. “Mijn broers dansen hier al jaren. Altijd als ik naar school liep, zag ik ze. En tijdens de les kon ik alleen maar denken aan wat zij ondertussen aan het doen waren”, vertelt Grady die zelf begon toen hij acht was. In Kinshasa kijkt niemand raar op van podiumkunstenaars, muzikanten of sporters die op straat oefenen. De dansers noemen de koepel hun ‘woonkamer’, maar het gebouw is van niemand en van iedereen tegelijk.

    Voorbijgangers

    De mensen met familie verderop in het ziekenhuis, laten zich hier niet storen door de dansers en slapen rustig verder op de muurtjes van de koepel. De dansers laten zich op hun beurt niet leiden door nieuwsgierige blikken van voorbijgangers. “Hier zijn altijd overal mensen. Er is nergens een plek waar niemand je ziet. Ook thuis niet. We wonen met grote families in kleine huizen.” Bovendien zijn er geen officiële dansscholen. Grady leert het dansen door filmpjes op YouTube te bekijken en z’n broer na te doen. Of eigenlijk: broers. De oudste is nu in België waar hij danst voor z’n werk. Grady verwisselt snel z’n witte shirt voor een donkerblauwe, want daar zie je de vlekken minder goed op. 

    In deze koepel in de Congolese hoofdstad Kinshasa oefenen Grady en zijn broers hun breakdance moves.
    Deze koepel is de vaste oefenplek. Elodie Toto
    In Congo zijn geen dansscholen, maar Grady leert breakdancen van zijn boers.
    Er zijn geen dansscholen in Kinshasa. Elodie Toto

    Van dansen word je vies. Vooral van het dansen dat hij doet: veel op de grond. En overal in Kinshasa ligt stof en vuil. Iemand haalt een telefoon uit z’n broekzak en zet een muzieknummer op. Binnen een paar tellen spint Grady rondjes op zijn hoofd.

    Optreden

    Hun laatste optreden is alweer een tijdje geleden. Ook in Congo gaan dit soort dingen niet door vanwege corona. Maar er is nog een andere reden: er zijn niet veel podia. Er is wel een openluchttheater in de stad en er worden bij culturele instellingen of luxe hotels ook vaak optredens georganiseerd. Maar dat is het dan ook zo'n beetje. En vaak komen hier alleen de rijkste mensen uit de stad. Grady vindt het belangrijk dat iederéén kan zien welke boodschap zij willen vertellen met hun dans. Ook al tijdens het repeteren.

    Podium

    De straat is zijn podium. “Met onze laatste dans vertelden we het verhaal van een vrouw die gedwongen werd tot seks, zwanger raakte én de ziekte aids kreeg.” Ze beeldden uit dat niemand nog wat met haar te maken wilde hebben. Iets wat vaker gebeurt. Grady ‘speelde’ haar kind. "Ik danste in mijn ondergoed. Eerst schaamde ik me wel en was ik verlegen. Maar ik wilde hoe dan ook dit verhaal vertellen. Het is belangrijk om het over aids te hebben, want veel mensen weten veel te weinig over deze ziekte waar mijn tante bijvoorbeeld aan is overleden. Het is een taboe-onderwerp. Iedereen moet hier juist over leren zodat ze mensen niet veroordelen die het hebben gekregen.”

    Boodschap

    Helemaal ongevaarlijk is het niet om het in Congo te hebben over gevoelige kwesties. Iedereen die te kritisch is volgens de machthebbers, loopt het risico in de gevangenis te belanden. Maar Grady is niet bang. “Ik houd niet alleen van dansen. Ik vind het ook onze taak om een boodschap over te brengen.”

    Straatartiesten zijn er op elke hoek in de Congolese hoofdstad Kinshasa.
    Straatartiesten zijn er op elke hoek in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Elodie Toto
    Bekijk ook het filmpje van Grady die op straat danst.
    Straatartiesten zijn er op elke hoek in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Ook breakdancer Grady (11) heeft geen andere plek om te oefenen dan in het openbaar.
  • De Olympische Spelen om de hoek in Tokio

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Vier vrienden uit de Japanse stad Tokio poseren bij de Olympische ringen.
    Yulia Skogoreva

    Tegenover het hoofdstadion woont Roku (10). Hij kan het giga gebouw vanuit z’n slaapkamer zien en kreeg alle voorbereidingen vanaf de eerste rij mee. “Maandenlang werd er gebouwd, straten werden afgezet en je moest omleidingen volgen. Dat was onhandig, maar het kon natuurlijk niet anders. Het is wel jammer dat er zoveel gebouwd is dat helemaal niet gebruikt gaat worden. Zoals hotels.”  

    Symbool

    Het was natuurlijk wel een beetje gek dat er zó lang in de stad overal het symbool van de 2020 Spelen te zien was, omdat het vorig jaar door corona niet doorging. Hayato vertelt: “Het is echt ons dagelijks leven binnengedrongen. Overal hangen posters, spandoeken en ik zie zelfs auto’s met 2020 nummerborden!”  

    Aanpassingen

    Ook al gaan de Olympische Spelen nu wel door, er zijn veel aanpassingen. Zo mogen de sporters geen contact hebben met de bevolking en ze mogen geen toeristische tripjes maken. Dat vinden de vrienden vooral jammer. “Het zou toch leuk zijn als ze wat meer van Japan en onze cultuur zouden meekrijgen.” En uitstapjes maken, brengt ook geld in het laatje voor het toerisme. Tegelijkertijd zijn ze ook wel bezorgd over eventuele toename van covid-besmettingen door de komst van buitenlanders.  

    Openingsceremonie

    Een andere maatregel is dat de openingsceremonie van de Spelen dit jaar zonder publiek is. Jammer, maar niet erg. Yugo: “Want mijn held, honkballer Yamakawa Hotaka, ga ik wel in actie zien.”  

    De Olympische Spelen in Tokio beginnen vrijdag. Vier vrienden uit deze stad vertellen wat ze van het spektakel vinden.
  • Stilstaan bij slavernij

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Op basisschool Crescendo besteden de leerlingen veel aandacht aan slavernij.
    Karin Wesselink

    De vier leren niet alleen op school over slavernij, maar horen soms thuis verhalen van hun ouders en grootouders. Nissi: "Mijn hele familie woont in Kumasi, in het noorden van Ghana. Daar kwamen de witte mensen naar dorpjes en zij kozen wie ze maar wilden als slaaf. Mijn oma vertelde dat sommige dorpsbewoners deden alsof ze ziek en zwak waren, zodat ze niet meegenomen zouden worden. Een over-over-overgrootmoeder werd slaaf van een Engelse familie. Ze is zelfs zo’n acht of negen jaar met hen meegegaan naar Engeland. Ik weet niet in welk jaar en naar welke stad, maar ze is wel teruggekomen naar Ghana."  

    Ontsnapt van de plantage  

    Brooklyn weet niet precies waar haar verre voorouders vandaan komen, maar ze zijn als tot slaaf gemaakten op een plantage in Suriname beland. ‘Ik wil nog een keer uitzoeken op welke plantage. Ik heb wel uit verhalen begrepen dat een van mijn voorouders is ontsnapt. Maar hij werd weer gepakt en kreeg een vreselijke straf. Ze sloegen hem met een zweep op zijn rug. Ik weet niet precies uit welk land mijn voorouders kwamen. Ik denk uit West-Afrika, waarschijnlijk Ghana."

    De familie van Nissi woont in het noorden van Ghana.
    De familie van Nissi woont in het noorden van Ghana. Karin Wesselink
    Brooklyn weet niet precies waar haar voorouders vandaan komen.
    Brooklyn weet niet precies waar haar voorouders vandaan komen. Karin Wesselink

    Ghana

    De kans dat Brooklyns voorouders daarvandaan komen, is groot. In Ghana werden veel mensen tot slaaf gemaakt. De leiders van de verschillende volken in het land voerden oorlog en namen mensen gevangen. Die verkochten ze soms door aan witte mensenhandelaren. Nissi kent nog een andere reden: "Al voordat de witte mensen kwamen, was er slavernij." Net als in de tijd van de oude Egyptenaren en Romeinen. De tot slaaf gemaakten werden uit alle delen van Ghana naar de kust gebracht waar ze op slavenmarkten werden verkocht en per zeilschip naar verre landen werden gebracht. Nissi: "Ze kregen dan zo’n brandmerk op hun rug, zodat iedereen kon zien van wie ze waren." Jaël: "In Fort Elmina werden ze gevangen gehouden, in heel kleine donkere ruimtes. Daar is nu een museum. Ik zou er graag naartoe willen. Ik ben vaak op vakantie geweest in Ghana - mijn oma woont daar - maar ik weet niet of zij ooit in het museum is geweest. Ik vraag haar niet veel over slavernij, want ik wil niet dat ze verdrietig wordt." 

    Achternaam  

    Het Nederlandse slavernijverleden zie je vaak terug in iemands achternaam. Zo klinkt de familienaam van Brooklyn Nederlands. Niet zo vreemd, want de Nederlanders hielden zich veel bezig met slavenhandel en hadden in Suriname onder andere cacao- en suikerplantages. ‘Ik heet Doorson en ik denk dat mijn voorouders die naam misschien van een Nederlandse meester hebben gekregen. Of misschien hebben ze ’m zelf verzonnen na de vrijheid.’  Talulah heeft de achternaam van een Schotse voorouder. ‘Hij is met een zeilboot naar Suriname gegaan, maar ik weet niet in welk jaar. Hij kwam daar om de slaven te bevrijden, maar is toen zelf opgepakt en moest ook op een plantage werken. Hij is ontsnapt en ging in het bos wonen. Met wie hij is getrouwd, weet ik niet. Ik denk met een indiaan. Vaak zeggen mensen dat ik op een indiaan lijk. Als ik dat hoor, ben ik trots."

    Jaël vertelt over Fort Elmina aan de kust van Ghana.
    Jaël vertelt over Fort Elmina aan de kust van Ghana. Karin Wesselink
    Talulah zit vol verhalen over haar Schotse voorouder.
    Talulah zit vol verhalen over haar Schotse voorouder. Karin Wesselink

    Vrijheid 

    Veel tot slaaf gemaakten die wisten te ontkomen aan de wreedheden van hun eigenaren stichtten met een groep een nieuw dorp in het bos, of sloten zich aan bij de oorspronkelijke bewoners van het gebied. Vanuit daar probeerden ze een einde te maken aan slavernij door anderen te bevrijden. Van sommigen zijn hun namen altijd onthouden, zoals die van Baron, Boni en Joli Coeur. Zij bevrijdden tot slaaf gemaakten en vernielden plantages. Hun doel was: vrijheid. Op 1 juli 1863 was het eindelijk zo ver. Toen kwam er een einde aan de slavernij in alle Nederlandse koloniën. Twee jaar geleden vierde Talulah die dag - Keti Koti - nog in Paramaribo, waar ze toen nog woonde. "We dansten op straat. Ook toen had ik de Surinaamse vlag schuin omgeknoopt." Allemaal vinden ze het goed om bij deze dag stil te staan. Brooklyn: "Maar soms ben ik op vakantie."

    Dit artikel verscheen ook in Kidsweek 

     

    Jaël, Brooklyn, Talulah en Nissi delen verhalen van hun verre voorouders.
    Jaël, Brooklyn, Talulah en Nissi delen verhalen van hun verre voorouders. Karin Wesselink
    De slavernij herdenken en de afschaffing vieren: dat doen de leerlingen van basisschool Crescendo in Amsterdam-Zuidoost elk jaar rond 1 juli. Op die datum in 1863 kwam er officieel een einde aan eeuwen van slavernij in de Nederlandse koloniën. Brooklyn (12), Nissi (10), Talulah (8) en Jaël (10) weten veel over wat hun verre voorouders toen meemaakten.
  • Benjamin uit Uganda: "Door corona moet ik werken"

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Benjamin verkoopt mondkapjes op straat in Kampala.
    Nicholas Kajoba

    Terwijl de brommers en auto’s voorbijrazen houdt Benjamin zijn verzameling mondkapjes vragend omhoog. "Ik sta hier ’s ochtends tussen zeven en elf uur en ’s middags tussen vier en zes. Dan is het lekker druk." Tot een jaar geleden ging hij gewoon naar school en droomde van een carrière als dokter. Thuis hielp hij in het huishouden en met de kippen en varkens verzorgen. Zijn ouders werkten allebei op de markt. Maar die ging dicht en daardoor verdienden ze er niks meer. Benjamin besloot daarop om zelf wat extra geld te verdienen. ‘Ik zag andere kinderen dit doen, en toen dacht ik: het verdient beter dan fruit verkopen, want iedereen heeft nu mondkapjes nodig. 

    Weer naar school  

    Dat Benjamin nu werkt, komt dus door corona. Volgens hulporganisaties is het een van de redenen dat kinderarbeid wereldwijd is toegenomen. Ze vinden dat er nog sneller iets aan gedaan moet worden. "Sommige kinderen kijken op me neer’, vertelt Benjamin. ‘Ze vinden dat ik een bedelaar ben omdat ik mensen in auto’s aanspreek." Maar dat houdt hem niet tegen. "Het is tijdelijk. Zodra corona voorbij is, ga ik weer naar school. Mijn ouders werken inmiddels weer op de markt. Die is sinds kort open. Het geld dat ik nu verdien kan ik straks gebruiken voor schoolboeken, schoolgeld, lunch en nieuwe kleren."

    Dit verhaal verscheen eerder in Kidsweek

    Benjamin (12) verkoopt mondkapjes op straat in de Ugandese hoofdstad Kampala. Hij is niet het enige kind dat geld bijverdient. Volgens kinderrechtenorganisatie Unicef is kinderarbeid voor het eerst sinds twintig jaar gestegen. 
  • Bestaat er nog steeds slavernij?

    Informatie

    Plaats als eerste een reactie

    Deze jongen in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, verdient geld voor zijn familie.
    Shutterstock

    Mensenhandel

    Mensenhandel bestaat nog steeds. Zo worden kinderen verkocht of ‘meegegeven’ aan vreemde mensen die hen laten werken in de landbouw, huishoudens en theehuizen. Of ze worden gebruikt als kindsoldaat. Ook in Nederland is mensenhandel. Denk aan illegale prostitutie en loverboys die meisjes misbruiken.

     

    Kinderarbeid

    Een van de kinderrechten is het recht op bescherming tegen kinderarbeid. Het aantal kinderen dat moet werken en daardoor niet naar school gaat, daalde lange tijd. Dat kwam door betere voorlichting aan ouders en doordat de wereldbevolking steeds een beetje minder arm is. Maar volgens kinderrechtenorganisatie Unicef is het aantal kinderen dat niet naar school gaat en werkt voor geld voor het eerst sinds twintig jaar nu weer gestegen. Een van de redenen is corona.

    Eerlijke handel

    Er zijn organisaties die zich bezig houden met eerlijke handel. Zij zorgen dat mensen goed betaald krijgen voor hun werk. Ze controleren ook of er geen geen kinderen werken in fabrieken of op plantages. Een goed voorbeeld is de cacao-industrie. Op veel chocoladewikkels staan nu keurmerken of woorden als ‘slaafvrij’.

    Slavernij is zo’n honderdvijftig jaar geleden afgeschaft. Maar nog steeds werken overal ter wereld mensen en kinderen onder vreselijke omstandigheden voor weinig of geen geld. Dat wordt ook wel moderne slavernij genoemd. Als het om kinderen gaat, heet het kinderarbeid.
  • "Ik heb meer tijd met mijn ouders"

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Zayne (9) uit Paramaribo vertelt over de strenge lockdown in Suriname.
    Eigen foto

    Omdat er veel coronabesmettingen waren in Suriname en de ziekenhuizen uitpuilden, is besloten dat de avondklok nu van vijf uur ‘s middags tot vijf uur ‘s ochtends duurt. Saai vindt Zayne dat niet, want zijn ouders zijn nu veel meer thuis. “We kijken nu vaak films met elkaar en doen spelletjes in de tuin. Hiervoor gingen m’n ouders veel meer werken of sporten of met vrienden afspreken. En door de avondklok rijden er veel minder auto’s door de straat. Je ziet alleen de hele tijd politie. Doordat er minder verkeer is én er minder lawaai is in de buurt, kan ik nu veel beter slapen.”  

    Dure broden

    De supermarkten mogen maar drie keer per week een paar uurtjes open. “De winkels bij ons in de buurt letten er streng op dat iedereen maar twee broden per persoon koopt en er is genoeg voor iedereen. Maar op het journaal zag ik dat mensen heel veel tegelijkertijd kochten en voor een hogere prijs doorverkopen. Zo zijn sommige mensen, die denken alleen aan geld. Maar ze moeten nu niet alleen aan zichzelf denken, maar aan het land en aan elkaar.”  Zayne vindt de strengere maatregelen wel goed, ook al vindt hij het jammer dat hij al het hele schooljaar online les krijgt. “Ik snap wel waarvoor het moet en ondertussen ben ik eraan gewend. Maar ik kan niet wachten tot het weer is zoals voor corona. En ik mis het basketballen. Dat wil ik heel graag weer gaan doen. En mijn vrienden zien. Want sinds vorige week zie ik ze helemaal niet meer. Ze mogen van hun ouders niet meer buiten afspreken.” 

    Online kerkdienst

    Zijn hele familie is ondertussen gevaccineerd en dat vindt hij wel fijn. “Een oom in Nederland en een juf op school hebben covid gekregen. Gelukkig zijn ze wel weer beter geworden. Ik ben niet echt bang, maar ik vind het wel hinderlijk als mensen zich niets van de regels aan trekken. Ik was vorige week met mijn vader mee naar Miami. En daar had echt iedereen mondkapjes op. Ook buiten. Dat is niet zo in Suriname. Misschien is het daardoor ook wel zo erg geworden.” Zijn vader heeft een reisbureau en wel veel minder werk dan vroeger. Dat is een nadeel. Maar gelukkig gaan de kerkdiensten op zondag wel gewoon door, alleen net even anders. “Mijn opa is soms pastoor van de Betlehem kerk en de diensten zijn nu live op YouTube. Dan ben ik wel trots.” 

    Een avondklok die al om vijf uur ’s middags ingaat en niet elke dag boodschappen kunnen doen. Suriname zit sinds vorige week in een strenge lockdown. Zayne (9) woont in Paramaribo en vertelt hoe het daar nu is.
  • Lais speelt dwarsfluit bij het Leerorkest

    Filmpje

    Plaats als eerste een reactie

    Camera: NurLimonade Media

    "Als je helemaal in een liedje bent, dan voelt het als een droom." Zo omschrijft Lais (12) het als hij dwarsfluit speelt. Het instrument is van het Leerorkest, maar hij oefent er thuis op. Zo kunnen ook kinderen die van hun ouders geen muziekles kunnen krijgen, toch muziek leren maken.
  • Hoe leven de dieren in het oerbos van Polen?

    Filmpje

    Reacties: 1

    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    Arian
    10 juni 2021, 13:10
    meninjavlaaaaa
    **Bold** _italic_
    Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
    Marysia (12) woont aan de rand van het laatste oerbos van Europa, op de grens van Polen en Belarus. Ze ontmoet de Nederlandse onderzoeker Dries die alles weet van de dieren in het bos en hoe ze met elkaar samenleven.
  • Het laatste oerbos van Europa

    Reportage

    Plaats als eerste een reactie

    Marysia uit Polen woont aan de rand van het laatste oerbos van Europa.
    Malgorzata Klemens

    "Alleen in sprookjes zijn wolven gevaarlijk"

    Marysia's achtertuin is het laatste oerbos vanEuropa. Er staan twee andere huizen in de buurt, maar daar wonen alleen af en toe buren. Omdat de scholen te ver weg zijn, krijgt Marysia thuis les. Ze is gek op knutselen, haar hond, paard en de kippen. En wandelen in de natuur. In de zomer hoort ze vaak uilen roepen of edelherten brullen die zo laten horen wie de sterkste is. Tijdens wandelingen komt ze vaak wilde zwijnen of bizons tegen. Geen wolven. “Maar ik hoop dat ik die een keer kan spotten. Alleen in sprookjes zijn wolven gevaarlijk. De mens is eerder een bedreiging voor hen dan andersom. Elk gezond wild dier is juist bang voor mensen.”

    Bosbeschermers

    Haar moeder is fotograaf en hoort bij een groep bosbeschermers die protesteert tegen het kappen van bomen. “Ik kom tijdens het wandelen bomen tegen waar een houten hek omheen staat, als teken dat deze boom heel oud is en absoluut niet gekapt mag worden. Soms is het hek kapot en half vergaan en zou het eigenlijk gerepareerd moeten worden. Straks haalt iemand het in z’n hoofd om zo'n boom om te hakken.” Haar zorgen zijn terecht. Al sinds 2015 is er namelijk gedoe hierover. Er kwam toen een nieuwe partij aan de macht in Polen en die besloot dat er drie keer zoveel hout mocht worden gekapt. Deze regering vindt dat de mens de baas is over de natuur. Ze zijn voor tradities en vinden het belangrijk dat de families die al generaties lang geld verdienen aan houtkap dit werk kunnen blijven doen. De meeste Poolse boswachters denken er ook zo over. Maar ecologen en milieuactivisten zijn woest. Zij vinden dat er alleen aan euro’s wordt gedacht.

    Houtkap

    Het Europese Hof oordeelde in 2018 dat er geen hout gekapt mocht worden omdat het in strijd was met Europese milieuregels. Toch heeft het Poolse ministerie van Klimaat en Milieu begin dit jaar toestemming gegeven om in twee delen van het oerbos weer te kappen. Ze zeggen dat dit noodzakelijk is om de wegen goed begaanbaar te houden en dat de plaatselijke bevolking brandhout nodig heeft. Ze beloven de bomen van honderd jaar of ouder met rust te laten. Toch dreigt het Europese Hof met financiële straffen. Overigens gebruikt het gezin van Marysia zelf wel hout uit het bos. “We verwarmen ons huis ermee. Maar we gebruiken alleen het hout uit het stukje bos voor ons huis. Dat zijn niet de eeuwenoude bomen die verderop staan. Die moeten bewaard blijven!”

    Marysia is tegen houtkap van de oude bomen in het oerbos van Polen.
    De moeder van Marysia is bosbeschermer. Malgorzata Klemens
    Het huis van Marysia uit Polen wordt verwarmd met hout.
    "We verwarmen ons huis met hout." Malgorzata Klemens

    Wolven, bizons en kevertjes

    In het stadje Bialowieza werkt de Nederlandse professor Dries in het Zoogdieren onderzoekcentrum waar biologen onderzoeken hoe het met het Bialowieza bos en alle dieren gaat. Het Bialowieza woud is het laatste oerbos van Europa. Er groeien korstmossen en paddenstoelen die alleen nog maar hier te vinden zijn. Dries weet alles over wolven en bizons, maar ook over de letterzetter: een klein kevertje. Het beestje leeft onder de schors van sparren en maakt de bomen ziek. Bosbouwers willen hier een stokje voor steken en proberen de letterzetters te vangen. Ze zetten bekertjes neer met een speciaal geurtje dat de dieren lokt. Als ze eenmaal in de bekertjes belanden, kunnen ze geen kant meer op. De bosbouwers willen de zieke bomen kappen voordat ze doodgaan. Voor hen is het hout hun inkomstenbron en ze willen de bomen beschermen tegen de kaken van de kevers.

    Dries vindt het juist goed dat er bomen sterven. “Dood hout is heel belangrijk voor veel vogels zoals spechten, die er voedsel vinden. Uilen en vleermuizen vinden er schuilplaatsen en holen en de bijzondere paddenstoelen komen hier alleen maar voor omdat er zoveel dood hout is. Bovendien krijgen jonge bomen zo de kans om te gaan groeien op de open plekken die ontstaan.” Volgens Dries is het een natuurlijk proces waar de mens niet in moet ingrijpen. “De letterzetter is niks raars. Die komt al eeuwen voor in het bos van Bialowieza. Om de 50-70 jaar vinden er grote uitbraken plaats. Dat is iets heel natuurlijks. Als je dit tegengaat, krijg je een saai donker bos met weinig verschillende planten en dieren.” Er zijn dus twee manieren om naar het oerbos te kijken en dat zorgt voor conflicten.

    Marysia houdt van wandelen met haar hond in het oerbos van Polen.
    Tijdens wandelingen in het oerbos komt Marysia vaak wilde zwijnen of bizons tegen. Malgorzata Klemens

    Beschermd bos

    De Europese Unie wil biodiversiteit behouden en herstellen en zo zorgen voor een grote variatie aan bomen, planten, dieren en vogels. Daarom zijn bepaalde natuurgebieden in de verschillende landen die lid zijn beschermd. Dit netwerk van beschermde natuurgebieden heet Natura 2000. In Nederland zijn zo’n 160 van dit soort beschermde gebieden, zoals de Veluwe. Het Bialowieza woud in Polen hoort ook bij Natura 2000. Dit bos staat ook op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Er gelden dus allemaal strenge regels over wat er wel en niet mag in het bos.

    Op de grens van Polen en Belarus staat het unieke Bialowieza woud. Hier leven wolven, bizons en edelherten tussen eeuwenoude bomen die je nergens anders in Europa nog vindt. In een van de dorpen aan het rand van het bos woont Marysia (12). Haar moeder voert actie tegen het kappen van de woudreuzen.
  • "Ik wil graag de hoogste boom ter wereld zien"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Tirsa deed mee met een cursus boomslepen met paarden.
    Karin Wesselink

    Wat is het leukste om te doen in het bos?

    "Het liefst ben ik met paarden bezig. Soms maken we een buitenrit met de manege. Dat vind ik echt heerlijk. En laatst deed ik mee aan een cursus boomslepen in een bos bij Huizen met twee grote werkpaarden. Geweldig!"

    Welk bos ken je op je duimpje? 

    "Op vijf minuten lopen van ons huis is Landgoed Kernhem. Daar ga ik elke week wel een keer naartoe. Ik ga trouwens nooit alleen, want dat vind ik eng. Het is er donker en dichtbegroeid. En ik denk ook dat er wilde zwijnen zijn."

    Met wie wandel je het liefst?

    "Meestal met een vriendin. Onze hond neem ik nooit mee, want die gaat achter alles aan wat beweegt en dan ben ik ‘m kwijt."

    Welke bomen vind je daar?

    "In elk geval eiken, want vorig jaar waren veel wandelpaden afgezet vanwege de eikenprocessierups. Ik heb die haartjes ook op mijn lijf gehad. Wat een jeuk! Een oplossing zou zijn om die beestjes van de bomen te halen. Niet om de bomen zelf om te hakken." 

    Tirsa sleept met werkpaarden dood hout uit het bos.

    Welke boom zou je graag willen zien?

    "De hoogste ter wereld! Die staat volgens mij in Canada of Amerika. Het lijkt me heel indrukwekkend om daar dan onder te staan. Dat je helemaal verdwijnt in de schaduw ervan."

    Als je een boom zou planten, dan... 

    "Zeker een dennenboom! Want als het kerst is, kun je er leuke lichtjes in hangen. Wij doen thuis niet aan kerstbomen, want onze hond zou die takken eten. Ik had wel een neppe op mijn kamer staan.”

    Bomen kappen of altijd laten staan?

    "Toen we hier vijf jaar geleden kwamen wonen, stonden er een heleboel oude bomen op het erf. Die waren gevaarlijk, omdat ze elk moment konden omvallen op een van onze schuren. Er kwam een hele ploeg met kettingzagen en al en het hout is naar de ouders van een oud-klasgenootje gegaan die er meubels van maken. En een deel hebben we gehouden, voor in de open haard."

    Wat is er in huis allemaal van hout?

    "Onze vloer, tafel en ook mijn bureau. Maar mijn ouders letten er wel op van wat voor hout het is gemaakt. Voor het bed van mijn broer hebben we bijvoorbeeld oude pallets gebruikt. En snoeihout van onze bomen gebruiken we ook. Daar hebben we een soort omheining van gemaakt voor de paarden."

    Wandelen, paardrijden en dood hout uit het bos slepen. Tirsa (14) uit Ede is graag in het bos.
  • "In een bos kun je lekker verdwijnen"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Ronja (12) uit Arnhem is nergens liever dan in het bos.
    Karin Wesselink

    Waar is het bos goed voor?

    "We moeten niet de hele wereld willen volbouwen. In een bos kun je lekker verdwijnen en onzichtbaar voor de wereld zijn. Je kunt je er terugtrekken. Als ik in de stad ben, dan wil ik eigenlijk meteen weer weg. De rust in."

    Welk bos staat op je bucketlist?

    "Ik droom erover om een keer naar de sparrenbossen in het hoge noorden te gaan, als er sneeuw ligt. Het liefst te paard. Dat lijkt me echt magisch!"

    Welke boom herken je het makkelijkst?

    "De berk, want die heeft een opvallend witte stam. En een beuk kun je herkennen aan de bladeren die haartjes aan de randen hebben. Naaldbomen vind ik het lastigst uit elkaar te houden. Alleen de douglas is niet zo moeilijk: die herken je aan een dikke bast met een opvallend patroontje erin."

    Hoe weet je dit allemaal?

    "Mijn moeder leert me dit soort dingen. Zij werkt bij Staatsbosbeheer."

    Welke boom wil je nog in de tuin? 

    "Er staat al een esdoorn van zo’n vijftien meter waar je goed in kunt klimmen. De esdoorn heeft grote, wijde takken. Als er nog een andere boom bij zou komen, dan zitten ze elkaar in de weg."

    Wat is je mooiste avontuur met een boom?

    "Een paar jaar geleden was er een storm. Toen waaide de enorme naaldboom van de buren op ons huis. Gelukkig stortte er niets in, maar we mochten niet in de keuken komen omdat het gevaarlijk was. Een hijskraan kwam de boom wegtillen. Er is nog geen nieuwe boom gekomen."

    Houd je van hout?

    "Onze tafel heeft van die hele mooie nerven. Soms sta je er niet eens bij stil dat bijvoorbeeld je keukenkastje eerst een levende boom was. Er is niets mis met meubels van hout, want die bomen zijn dan toch al dood. Je kunt wel voor elk product van hout dat je koopt een nieuwe boom planten."

    Ronja praat met een boswachter van Staatsbosbeheer hoe zij voor het bos zorgt.
    Klimmen, wandelen of dieren spotten. Ronja (12) uit Arnhem wordt graag het bos ingestuurd.
  • "Bomen zijn om van te genieten"

    Interview

    Plaats als eerste een reactie

    Agnes klimt graag in bomen in het bos waar haar moeder boswachter is.
    Karin Wesselink

    Lievelingsbos?

    "De Mookerheide dichtbij Nijmegen. Daar staan veel verschillende bomen, er is heide en er zijn heuvels. En er staat ook een heel mooi jachtslot."

    Leukste om te doen in een bos?

    "Ravotten: in bomen klimmen, over stammen springen en als het geregend heeft in de plassen springen en lekker onder de modder komen te zitten."

    En in welk seizoen?

    "Als ik moet kiezen, de herfst omdat de bladeren zo mooi kleuren en op de grond vallen. Je kunt er lekker mee gooien. En het geluid van daar doorheen lopen, is zo mooi!"

    Waar zijn bomen goed voor?

    "Dat is heel simpel. Om van te genieten!"

    Wat is je favoriete boom?

    "De treurwilg. Je kunt er leuk in slingeren en ik vind die laaghangende takken heel mooi."

    Agnes interviewt haar moeder die boswachter is voor Natuurmonumenten.

    Staan er bomen in je tuin?

    "Appelbomen, coniferen en berken. Als die in bloei staan, kan m’n vriendin echt niet op bezoek komen. Ze krijgt er enorme hooikoorts van. Onder een van die coniferen heeft mijn vader een hut gebouwd."

    Welke zou je willen planten?

    "Een kersenboom! Die bloesem ruikt zo lekker en ze zijn ook heel goed voor insecten en vogels eten die insecten weer. We hebben best veel vogels in de tuin: pimpelmezen, merels, duiven, mussen. En soms zie ik een roodborstje en een grote bonte specht."

    Welke boom staat nog op je tosee lijstje?

    "De kokosnotenboom!"

    Bomen kappen of altijd laten staan?

    "Soms worden bomen om onzinnige redenen weggehaald, zoals laatst oude bomen langs een  etspad. Ik geloof dat het was omdat het water er niet goed zou weglopen en dat was slecht voor het asfalt. Maar ik snap dat niet. Want bomen zuigen toch juist regenwater op?"

    Wat zou je zelf van hout willen maken? 

    "Een pijl en boog! Die zijn er ook van plastic, maar een van hout is veel echter. Ik heb trouwens niet veel van hout. Ik speel vooral veel met Lego."

    In de plassen springen als het geregend heeft en lekker onder de modder komen te zitten. Dat vindt Agnes (10) het leukst om te doen in het bos.
  • Waar gaat het Songfestivallied echt over?

    Nieuws

    Plaats als eerste een reactie

    Jeangu Macrooy zingt Sranantongo in zijn Songfestivallied.
    Shutterstock

    Het gaat allemaal om de zin in het Sranantongo ‘Yu no man broko mi, mi na afu sensi’. Als je deze taal nooit hoort, dan versta je misschien ‘broccoli’. Maar als je weet waar deze zin over gaat en dat het verwijst naar het slavernijverleden in Suriname, dan is het niet zo raar dat niet iedereen blij is met grapjes hierover. De grappen zorgen ervoor dat het niet meer over de inhoud van het lied gaat en dat vinden mensen jammer.

    Slavernij

    Het is namelijk een bekende uitdrukking en betekent: ‘je kan me niet wisselen, ik ben een halve cent’. Die halve cent was in de tijd van de slavernij in Suriname de kleinste munt. Bijna waardeloos, dus. Net zoals zwarte mensen in die tijd werden gezien. Maar je kunt het ook vertalen als: je kunt me niet raken of breken, ik ben wie ik ben.'

    Sranantongo

    Een heleboel andere woorden uit het Sranantongo zijn nu wel bekend in straattaal, zoals doekoe, mattie, wagi en patta. Maar niet veel mensen weten dat Sranantongo als taal ontstond tussen Afrikaanse volkeren op slavenschepen. In die tijd noemde de Nederlandse kolonisator die taal ook wel ‘negerengels’ en ze verboden de taal. Na de afschaffing van de slavernij en de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 bleef Sranantongo een taal die als niet ‘netjes’ en soms zelfs als ‘onbeschaafd’ werd gezien. Dat hadden de Nederlanders immers honderden jaren verkondigd. Nog steeds is het onderwijs in Suriname in het Nederlands, maar tegelijkertijd groeit de trots op het Sranantongo. Dat kan te maken hebben met een wereldwijde emancipatiebeweging, zoals Black Lives Matter. Steeds meer mensen strijden tegen onderdrukking en racisme.

    Trots

    In Suriname en ook veel Surinaamse Nederlanders zijn dus juist heel trots op Jeangu die in het Sranantongo zingt tijdens een internationale tv-show die wel door 180 miljoen mensen wordt bekeken. Ze zien het als een eerbetoon aan de geschiedenis, de cultuur en het Sranantongo zelf.

    Op sociale media wordt lollig gedaan over een zin uit het nummer Birth of A New Age van Jeangu Macrooy. En ook Albert Heijn maakte een grapje met hun advertentie voor broccoli met de tekst ‘Ook zo’n trek gekregen na het horen van ons Songfestivalliedje?’