Overslaan en naar de inhoud gaan
Interview

Ruzie maken doe je zo!

Zijn er weleens ruzies bij jou in de klas of op straat. Waarover? En kun je er iets aan doen? Vivienne uit de Filipijnen, Nabil uit Gaza en Nathaniel uit Meppel vertellen.
Nabil woont in Gaza en heeft drie oorlogen overleefd.
Mohamed Isbaita

Nabil (10) uit Gaza

“Ik woon in een gebied waar regelmatig raketaanvallen van Israël zijn en ik heb al drie oorlogen meegemaakt. Maar er zijn in mijn wijk ook veel gevechten van Palestijnen met elkaar. Mensen gooien bijvoorbeeld stenen, gaan met elkaar op de vuist of gebruiken wapens omdat ze ruzie hebben over water of elektriciteit. In 2006 is de elektriciteitscentrale in Gaza vernietigd en sindsdien wordt er minder dan de helft van de stroom opgewekt. Soms pakken mensen elektriciteit van elkaar af. In mijn klas is ook veel ruzie, bijvoorbeeld om de meest comfortabele stoel. Aan het begin van het schooljaar had ik er een uitgekozen en daar heb ik mijn naam opgezet. Maar die stoel wordt nu steeds afgepakt en door anderen gebruikt. Ik word vaak gepest, omdat ik de hoogste cijfers van de klas heb. Ik vertel het tegen niemand, want ik schaam me. En mijn ouders zijn druk met hun werk en hebben andere dingen aan hun hoofd. Gelukkig is het bij mij thuis altijd fijn. Met mijn ouders heb ik nog nooit ruzie gehad.”

Vivienne uit de Filipijnen vertelt hoe zij met ruzie omgaat.
Vivienne uit de Filipijnen vertelt hoe zij met ruzie omgaat. George Buid

Vivienne (11) van de Filipijnen

“Jezus Christus zei: ‘Als iemand je op de ene wang slaat, draai hem dan ook de andere wang toe.’ Dat heb ik geleerd sinds ik heel jong ben. Deze christelijke boodschap betekent dus ook dat je geen wraak mag nemen als iemand je iets aandoet. Eerlijkgezegd zou ik niet weten wat ik zou doen als iemand me écht zou slaan, misschien heb ik toch wel de neiging me te verdedigen. Dat is gelukkig nog nooit gebeurd. Ik heb ook nog nooit een gevecht of ruzie gezien. Niet thuis, niet op school en ook niet op straat. Geen idee hoe ik me zou voelen als ik dat zou meemaken. Ik denk wel verdrietig. En ik denk ook dat ik meteen naar m’n ouders of leerkrachten zou gaan om het te vertellen. Dat is wat ik geleerd heb. Dat ik altijd naar een ouder iemand met meer verantwoordelijkheid moet stappen. Zij moeten het dan maar oplossen. Om ruzie te voorkomen, ben ik altijd zo vriendelijk als maar kan. Als er iemand is die ik niet mag, dan blijf ik gewoon bij diegene uit de buurt.”

Nathaniel (links) vertelt over een grote ruzie met zijn vriend Niek.
Nathaniel (links) vertelt over een grote ruzie met zijn vriend Niek. Anke Teunissen

Nathaniel (12) uit Meppel

“Met mijn ouders heb ik gelukkig nooit ruzie en met mijn beste vriend ook niet vaak. Alleen soms over welke game we zullen gaan doen. Niek kan dan snel humeurig worden. Soms geven we elkaar dan een klap. Meestal één en dan blijven we een half uur bij elkaar uit de buurt. Als we een stukje witte chocolade eten, is onze ruzie weer over. Een keer hadden we wel een heel erge ruzie, op zeilkamp. Ik was nog nooit zo boos geweest als toen. Niek werd vrienden met een andere jongen en ik voelde me buitengesloten en wist niet goed wat ik moest doen. We sliepen ook wel heel weinig, dus waren we moe en snel geïrriteerd. Tijdens een potje stoeien werd eerst ik te hard handig, toen legde Niek mij op de grond en begon op mijn ruggengraat te stompen. Ik werd zo kwaad dat ik ben weggelopen en niks meer tegen hem wilde zeggen. Best onhandig omdat we op dezelfde kamer sliepen. Normaal kletsten we nog wat, maar nu gingen we meteen slapen. De volgende dag negeerden we elkaar nog steeds. Ik had eigenlijk wel even mijn moeder willen bellen, maar ik had toen nog geen telefoon. We hebben het ook niet tegen de leiders van het kamp gezegd. Toen gingen we een spel doen, met natte sponzen gooien. We deden dat toen heel hard naar elkaar. Eén spons kwam keihard op de borst van Niek terecht, dat werd een knalrode plek. Toen keken we elkaar aan en moesten lachen. Toen was het weer goed.”

Plaats als eerste een reactie