Overslaan en naar de inhoud gaan
Interview

Amana: "Iedereen is uniek"

Hoe is het als anderen op basis van je uiterlijk al een oordeel over je hebben? Amana (13) uit Amsterdam vindt het maar stom. “Je moet mensen niet in groepen willen stoppen.”
Amana: "Ik wil een voorbeeld zijn voor andere Marokkaanse meisjes om te gaan voetballen."
Karin Wesselink

Waarom heb je je voetbalshirt meegenomen?

“Ik wil inspireren en laten zien dat je kunt bereiken wat je wilt. En ik wil een voorbeeld zijn voor andere Marokkaanse meisjes om te gaan voetballen. Anderen denken vaak dat we dat niet kunnen. Dat is een stereotypering, zowel in Marokko, als in Nederland en ook onder Marokkaanse Nederlanders. Ik denk doordat meisjes in Marokko vroeger niet mochten voetballen. Zij moesten thuisblijven en in huis werken. Ook in Nederland was voetballen lange tijd meer iets voor jongens. Maar doordat het Nederlands vrouwenelftal het zo goed doet, is dat veranderd. Vroeger deden maar driehonderd meisjes mee aan talententrainingen en nu het dubbele. Zelf zit ik in het talentenprogramma van Ajax en het jeugdplan onder veertien van de KNVB.”

Welke andere stereotyperingen ken je?

“Eigenlijk houd ik er niet van, maar ik weet wel dat ze er zijn. Zoals dat meisjes met een hoofddoek gedwongen zouden worden die te dragen of dat ze laaggeschoold zijn. Omdat ik zelf ook moslim ben, raakt me dat. Ik vind dat je mensen niet in groepen moet willen stoppen. Je kunt niet op basis van iemands uiterlijk, geloof of culturele achtergrond bij voorbaat denken dat diegene zich op een bepaalde manier zal gedragen. Je zou van mij misschien ook niet meteen denken dat ik als eerste Marokkaanse bij het Nederlands elftal wil spelen.”

Even over het Marokkaanse elftal...

“Die hebben geschiedenis geschreven op het afgelopen WK en dit is pas het begin. Over vier jaar nemen zij de beker mee naar huis. Honderd procent. Ik keek de wedstrijden met mijn hele familie. We aten couscous en tajine en ik droeg het Marokko-shirt met de naam van Ziyech op mijn rug. Na elke gewonnen wedstrijd gingen we naar buiten om met de Marokkaanse vlag buiten te lopen. Het maakte me blij en trots. Dat Marokko het zo goed deed, bracht mensen met verschillende culturele achtergronden bij elkaar. Het voelde alsof mensen het Marokko gunden om te winnen. Dat zeiden bijvoorbeeld m’n leerkrachten van het Hervormd Lyceum ook tegen me. Het Marokkaanse elftal heeft ook laten zien dat moeders voorop staan doordat Boufal met zijn moeder op het veld ging dansen nadat ze van Portugal hadden gewonnen. Onze profeet heeft gezegd dat je ouders allebei belangrijk zijn, maar je moeder staat op één. Allemaal positieve dingen wat mij betreft. En toch is het beeld van Marokkanen er niet beter op geworden en dat is jammer.”

Eigenlijk houdt Amana niet van stereotyperingen. Maar ze weet wel dat ze er zijn.
Eigenlijk houdt Amana niet van stereotyperingen. Maar ze weet wel dat ze er zijn. Karin Wesselink

Waar komt dat negatieve beeld door?

“Dat vind ik een heel moeilijke vraag. Natuurlijk zijn er mensen die dingen doen die niet mogen. Maar er zijn veel meer mensen die met een goed hart leven. Het kan komen doordat er veel negatieve berichten in de media verschijnen. Sommige mensen gaan dan geloven dat álle Marokkanen zo zijn. Ook nu bijvoorbeeld met de rellen tijdens het WK. Terwijl er ook andere hooligans zijn die dingen vernielen. Het doet wel pijn dat er negatief wordt gepraat en gedacht over Marokkanen, want ook al ben ik in Nederland geboren, voel ik me Nederlands en houd ik van drop en boterhammen met kaas... Ik ben óók Marokkaans. Mijn ouders zijn daar geboren en ik ga elke zomer naar Marokko op vakantie. Daar kom ik tot rust en ik houd van de tradities. Net zo belangrijk als het land of de cultuur waarin je opgroeit, is je gezin. Alles samen maakt je tot wie je bent. En iedereen is uniek.”

Ben je zelf weleens gediscrimineerd?

“Op de basisschool gebeurde dat om verschillende redenen. Ik denk omdat ik als meisje aan voetbal doe en ook nog als Marokkaans meisje. Ik ben met mijn neef met de ouders van de pesters gaan praten en heb uitgelegd wat het met me deed. Daarna is het gestopt. Mijn neef voelt als een broer, hij staat bij alles naast me. De steun van mijn familie is heel belangrijk. Ze zijn in alles een voorbeeld. Mijn moeder leert me hoe je het beste conflicten kunt oplossen en mijn oom staat elke wedstrijd langs de lijn. Doordat zij me steunen met het voetbal, zijn zij ook een voorbeeld voor andere ouders die misschien nog steeds vinden dat meisjes niet horen te voetballen. Maar ik zal niet snel woorden als ‘buitenlander’ naar m’n hoofd geslingerd krijgen. Ik denk dat iedereen aanvoelt dat ze dat niet moeten doen. Ik sta nu sterk in mijn schoenen en laat niet over me heen lopen. Als ik het gevoel heb dat ik, of iemand anders, oneerlijk wordt behandeld? Dan zal ik er altijd wat van zeggen. Wel op een vriendelijke manier. Daar bereik je het meeste mee.”

Plaats als eerste een reactie