Overslaan en naar de inhoud gaan
Interview

Gamen tegen de pijn

In het brandwondencentrum in Beverwijk gebruikte Luuk (11) als eerste patiënt ooit een VR-bril tegen de pijn. “En zo hoefde ik mijn verbrande benen niet te zien.”
Een VR-bril hielp Luuk tijdens de pijnlijke behandelingen in het brandwondencentrum Beverwijk.
Sander Koning

Waarom ben je hier vandaag?

“Ik ga naar het littekenspreekuur, voor controle. Elke ochtend en avond moet ik zalf smeren. Ik loop nog een beetje anders dan vroeger, maar het gaat steeds beter. Ik oefen met een personal trainer in de sportschool. Toen ik net uit het ziekenhuis kwam, heb ik heel even in een rolstoel gezeten. Ik lag hier twee weken en daarna moest ik elke dag terugkomen om m’n wonden te laten schoonmaken en het verband te verwisselen.”

Wat is er gebeurd?

“Het was afgelopen Oudejaarsdag, zo rond vier uur in de middag. Voor het eerst mocht ik alleen met een paar vrienden vuurwerk afsteken. We hadden kindervuurwerk, dat wat je bij de gewone winkels koopt: knetterlint en knetterballetjes. Dat had ik van m’n ouders gekregen. Ik had iets afgestoken en ineens werd het heel warm in mijn broek en had het vuurwerk daar blijkbaar vlamgevat. Ik probeerde het uit te slaan en rolde op de grond met heel veel vuur om me heen. Ik ben springend het huis van een vriendje in gegaan en trok m’n broek uit. Zijn vader heeft me onder de douche gezet. Ik was heel erg in de war en pas toen ik naar m’n benen keek, besefte ik wat er was gebeurd. Er hingen allemaal vellen los, dat zag er eng uit. Maar door de adrenaline had ik toen nog niet zoveel pijn. Mijn ouders kwamen, en de ambulance. Eerst ging ik naar een gewoon ziekenhuis en toen naar het brandwondencentrum Beverwijk.”

Vertel eens iets over deze ruimte?

“Dit is de verbandwisselkamer. Hier spoelden ze mijn wonden, smeerden anti-bacteriële zalf en deden nieuw verband om. De eerste week ging dat onder narcose. Maar na een week legde de dokter uit dat het niet goed is om vaker in een langere periode onder narcose te gaan voor de wondbehandeling. Maar ik was heel bang voor de pijn en ik wilde het niet zien. Ik was bang dat ik er nachtmerries van zou krijgen. Ik had veel pijn, ook al kreeg ik heel sterke pijnstillers zoals morfine. De arts kwam toen op het idee dat ik de VR-bril als eerste mocht uitproberen. Die hadden ze al een tijdje maar er kwamen hier vooral jongere kinderen en die zouden misschien teveel bewegen. Ik vond het meteen een goed idee. Door zo’n bril ben je helemaal ergens anders en door die afleiding ben je je minder bewust van wat de artsen doen. Op een iPad konden de artsen en verpleegkundigen meekijken wat ik aan het doen was. Ik deed vaak spelletjes, zoals ballonnen prikken of een voetbal wegslaan met een honkbalknuppel. Een keer sloeg ik met de controller in m’n hand een arts. Niet heel hard, hoor.”

In deze verbandwisselkamer zitten allerlei technische snufjes om kinderen af te leiden van de pijn.
In deze verbandwisselkamer zitten allerlei technische snufjes om kinderen af te leiden van de pijn. Sander Koning

Welke technische snufjes zijn er hier nog meer?

“Met speciale lichtknopjes kunnen ze de lampen in het plafond verschillende kleuren geven tijdens de wondbehandeling. Kinderen kunnen zelf kiezen welke ze het fijnst vinden. En met een projector wordt er iets op de muur geprojecteerd. Ook dat mag je zelf kiezen. Bijvoorbeeld het strand waar dan steeds iets bij komt, bijvoorbeeld een zandkasteel of een hond. Ik koos altijd voor de jungle. Dan komen er steeds nieuwe dieren bij. Zoals een slang. En je kunt kiezen welke muziek je hoort: ik koos altijd voor een rustgevend geluid. Alles hier is om je af te leiden van de pijn. Daar zijn ook de verpleegsters Marleen en Anneke voor. Zij zijn medisch pedagogisch medewerkers en gingen mee met elke behandeling. Op andere momenten gingen we schilderen en knutselen.”

Nog even terug naar Oud & Nieuw...

“Mama bleef bij me, papa ging naar huis om bij m’n broers te zijn. De verpleging kwam oliebollen brengen, maar daar had ik geen zin in. Ik wilde wel naar het vuurwerk kijken, dus de gordijnen bleven open. Dat was aan het begin een beetje dubbel. Maar ik zei steeds tegen mezelf dat ik veilig was. En na een tijdje vond ik het mooi om te zien. Nu kan ik ook best goed praten over het ongeluk. Maar daar heb ik wel therapie voor gekregen, om het te verwerken. De eerste keer dat ik weer naar school ging, was er iemand van het ziekenhuis mee om te vertellen over het ongeluk. Dat was fijn, want dan hoefde ik het niet steeds opnieuw te vertellen. Kindervuurwerk is heel gevaarlijk, maar ik had gewoon pech. Ik vind niet dat het niet meer verkocht mag worden.”

Plaats als eerste een reactie