Overslaan en naar de inhoud gaan
Reportage

Maurice ontmoet Romary-Ann

Een wandeling over plantage Peperpot is een sprong terug in de tijd.
Foto: Rob Keeris

Met twee stoelen en twee stippen reist Maurice Lede door Suriname. Hij is op zoek naar kinderen op bijzondere plekken.
Vandaag ontmoet hij Romary-Ann (12) op een vroegere cacaoplantage, net buiten Paramaribo.

Houten huizen

Mijmerend kijkt Maurice om zich heen. Zou de plantage waar zijn Surinaamse voorouders als slaaf werkten er ook zo uit hebben gezien?
Dan komt Romary-Ann uit haar houten huis gerend. “Welkom!” roept ze.

 

Op deze kalender zie je hoe Peperpot er vroeger uitzag.
Op deze kalender zie je hoe Peperpot er vroeger uitzag. Foto: Rob Keeris

Zwaar werk

“De ouders van mijn oma en opa komen uit Indonesië. Zij namen na de afschaffing van de slavernij het werk van de slaven over. Ze moesten hard werken en kregen maar weinig loon.  
Op Peperpot werd toen cacao verbouwd, maar in de tijd dat oma zelf ging werken, moest ze mango’s oogsten. Als er één was gevallen, mocht ze die niet eten. Zo streng was de baas.”

Dit was het huis van de plantagebaas meneer Janssen.
Dit was het huis van de plantagebaas meneer Janssen. Foto: Rob Keeris
Romary-Anns opa regelde vroeger de irrigatie met sluizen.
Romary-Anns opa regelde vroeger de irrigatie met sluizen. Foto: Rob Keeris

Geesten

Maurice: “Er zijn hier tijdens de slavernij vreselijke dingen gebeurd. Wat weet je daarvan?” 
Romary-Ann griezelt. “Mijn opa heeft wel eens geesten gezien en soms ben ik daar ook bang voor. Maar voor mij is het een fijne plek om te wonen. Ik ken iedereen en ik vind de geschiedenis interessant. Er komen hier vaak toeristen en die vertel ik dan over de slavernij.”

 

Op het terrein staat ook nog een oude ketel waarin de slaven vroeger suikerriet kookten.
Op het terrein staat ook nog een oude ketel waarin de slaven vroeger suikerriet kookten. Foto: Rob Keeris

Vreselijke straf

Even later wandelen ze langs een grote ketel, helemaal verroest. Maurice wijst ernaar: “Wat is dat?” 
Romary-Ann weet het wel. “De slaven kookten daar suikerriet in. Soms moesten ze voor straf stoppen met roeren en dan spatte de gloeiendhete stroop op hun huid. Dat deed natuurlijk ongelooflijk veel pijn.” 
Maurice rilt, ook al brandt de hete zon vol op zijn hoofd. Romary-Ann wil dit nare beeld uit het verleden graag laten verdwijnen. “Kom! Ergens staat nog een verdwaalde cacaoboom. Ik weet waar ‘ie is!”

Plaats als eerste een reactie