Overslaan en naar de inhoud gaan
Reportage

Een zondagmiddag tussen de botten

Als forensisch antropoloog weet je alles over botten.
Felix Kalkman

Botten determineren en ingewanden van slachtoffers van een misdrijf bestuderen. Medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut hebben een sterke maag. De leerlingen van de weekendschool in Den Haag ook.

Voorzichtig legt Annass (11) de mensenschedel terug op tafel. Zijn neef Sohaïb (11) pakt een onderkaak. De tanden zitten er nog in. Arts-forensisch antropoloog Reza vertelt: “Deze eeuwenoude beenderen kreeg ik van de politie. Ze waren in een kist ergens op een zolder gevonden. Ik probeer in een zaak zo nauwkeurig mogelijk in te schatten wat het geslacht, de leeftijd, lengte, etnische afkomst en medische achtergrond van de persoon was. Zo kan de politie verder met het onderzoek.”

Beschermende kleding zorgt dat er geen DNA van de onderzoeker op de stoffelijke resten belandt,? legt forensisch patholoog Pieter uit.
Beschermende kleding zorgt dat er geen DNA van de onderzoeker op de stoffelijke resten belandt,? legt forensisch patholoog Pieter uit. Felix Kalkman

Belangrijk werk

De twee neven zijn deze zondagochtend weer vroeg opgestaan om naar IMC Weekendschool te gaan. Vandaag hadden ze extra veel zin. “We kijken vaak series als CSI en Bones, maar ook programma’s op National Geographic over het menselijk lichaam en misdaden. Het is belangrijk werk wat ze hier doen. Stel: iemand is vermist en ergens wordt een lijk gevonden. Dan moet je toch weten of dat de vermiste persoon is?”

Strenge bewaking

Het Nederlands Forensisch Instituut staat op een industrieterrein. Eenmaal binnen verliezen beveiligers de kinderen geen seconde uit het oog. Overal hangen camera’s, want het onderzoek dat hier plaatsvindt is geheim. Sara (11) vindt het spannend. Ze wil eigenlijk juf worden, maar misschien brengt dit bezoek haar wel op andere ideeën. “Ik praat met mijn moeder vaak over wat ik later wil worden. Zij werkte in Egypte als dokter, maar haar diploma is hier in Nederland niet geldig. Ze mist haar baan. Daarom weet ik hoe belangrijk je werk is.”

Annass en Sara puzzelen met beenderen. Waar hoort dit bot?
Annass en Sara puzzelen met beenderen. Waar hoort dit bot? Felix Kalkman

Op de snijtfafel

Als de botten bekeken zijn, gaat het groepje van Annass, Sohaïb en Sara naar Pieter, de forensisch patholoog. “Het ruikt hier naar bloed,” roept Annass. Op tafel liggen operatiejassen, haarnetjes en handschoenen. “Trekken jullie die spullen maar aan, dan laat ik zien wat er onder het papier op de snijtafel ligt,” zegt Pieter. Als iedereen zich ingepakt heeft, trekt Pieter het papier weg. “Dit zijn organen.” Sara doet van schrik een stapje terug. “Van een schaap. Ik heb ze speciaal voor jullie bij een slager gekocht, ” stelt Pieter haar gerust.

Betere toekomst

Anderhalf uur later zit de hele groep weer in de tram terug. Sohaïb vertelt: “Mijn moeder was zeventien toen ze uit Marokko naar Nederland kwam. Zij werkt nu als telefoniste, maar ze zegt altijd dat ze wil dat ik het beter krijg.” Ook Annass praat met zijn moeder veel over zijn toekomst. “Ze heeft er vertrouwen in dat ik iets kan bereiken.”

Grote twijfels

Annass en Sohaïb vonden het bezoek aan het NFI heel interessant, maar of ze er later willen werken? “Het werk lijkt ons leuk, maar we willen ook heel graag piloot worden.” Vorig jaar gingen ze met de weekendschool naar de Martinair Flight Academy. Ze mochten toen in een vluchtsimulator. “Als piloot reis je gratis naar allerlei plekken. Maar de opleiding kost veel geld. En mensen helpen is toch ook wel heel fijn. Nou ja: eerst maar goed scoren bij de Citotoets!”

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.