Overslaan en naar de inhoud gaan
Reportage

Respect voor de koto

Het lijkt wel een verkleedfeestje in de dansstudio van buurtcentrum Kwakoe in Amsterdam Zuidoost. Maar iedereen is hier serieus aan het oefenen voor de volgende verkiezing Little Miss Kwakoe eind oktober.
Deze meisjes leren over traditionele Surinaamse kleding.
Martijn van de Griendt

Uit de grote boodschappentassen van ‘oma’ Rinia (75) komen de prachtigste traditionele Surinaamse gewaden en hoofddoeken. Alleen wel een beetje in de kreukels. De kandidaten voor de missverkiezing droe- gen de koto's en angisa's vorig weekend nog tijdens een optreden. De meisjes geven vaak shows, op aller- lei verschillende plekken en gelegenheden. Ze zingen dan Surinaamse volksliedjes, dragen gedichten voor in het Sranantongo en dansen de awasa of banamba. Elke woensdagmiddag oefenen ze. Sommigen komen al een paar jaar, voor de gezelligheid en omdat ze steeds nieuwe dingen over hun cultuur leren.

Strijken

Terwijl ‘oma’ Rinia de vouwtjes in de stof gladstrijkt, vertelt Janice (12) dat ze al vier jaar in deze groep zit. “Oma Rinia is niet echt onze oma, maar zo voelt het wel. Ze is lief voor ons, maar soms ook streng. Ze leert ons veel en we doen bijzondere din- gen met elkaar. Het leukste van het hele jaar vind ik dat we kransen leggen bij het slavernijmonument op 1 juli. Dan is het Keti Koti en herdenken we de slavernij en vieren we de vrijheid. Dit jaar droeg ik een pangi, dat is een omslagdoek die je om je schouders doet. Het is traditionele kleding van de Afro-Surinamers. Maar volgend jaar wil ik de indiaanse dracht aan die oma Rinia ook heeft. Mijn vader is indiaans, mijn moeder stamt af van tot slaaf gemaakten die vluchtten van de plantage en in het bos gingen wonen. Ze worden ook wel boslandcreolen genoemd, maar ik noem ze liever Afro-Surinamers omdat ze uit Afrika werden gehaald.”

Oma Rinia strijkt de laatste kreukels uit de koto's en angisa's.
Oma Rinia strijkt de laatste kreukels uit de koto's en angisa's. Martijn van de Griendt
Janice doet voor het derde jaar mee aan de Miss Kwakoe verkiezing.
Janice doet voor het derde jaar mee aan de Miss Kwakoe verkiezing. Martijn van de Griendt

Slavernij

In Suriname wonen verschillende bevolkingsgroepen samen. De oorspronkelijke bewoners van het land zijn de indianen. In de 17e eeuw trokken de Europeanen naar Suriname. De Engelsen maakten het land tot kolonie, daarna werd Nederland de baas. De Europeanen wilden er flink geld verdienen door katoen, suikerriet en cacao te verbouwen en voor het werk gebruikten ze slaven die ze uit Afri- kaanse landen lieten komen. Na de afschaffing van de slavernij kwamen er arbeiders uit Indonesië (toen nog Nederlands-Indië), India en China. In 1975 werd Suriname onafhankelijk, maar de officiële taal in het land is nog steeds Nederlands.

Tradities

Tijdens de woensdagmiddagen in buurtcentrum Kwakoe gaat het vooral over de tradities van de Afro- Surinamers. Maar de meisjes leren ook hoe ze een Javaanse jurk moeten dragen en een sari omwikkelen zoals Hindoestaanse vrouwen doen. Janice weet nu best veel over haar geschiedenis, maar dat geldt niet voor al haar Surinaamse leeftijdsgenootjes. “Als ik het bijvoorbeeld heb over een koto, dan kijken ze me in de klas soms raar aan. Dat snap ik wel. Want ook al zag ik vroeger mijn oma wel eens in die klederdracht: ik vroeg haar er nooit iets over. Ik heb er pas over geleerd van oma Rinia.” Voor Jalisha en de andere meisjes geldt dit ook. “Mijn oma woont in Suriname en die zie ik één keer per jaar. Dan wil ze vooral weten hoe het op school gaat.”

Elke bevolkingsgroep in Suriname heeft een eigen klederdracht.
Elke bevolkingsgroep in Suriname heeft een eigen klederdracht. Martijn van de Griendt

Oma Rinia vertelt: “Toen ik als 13-jarig meisje naar Nederland verhuisde, wist ik ook niets. Ook niet over het slavernij-verleden. Dat was taboe.” Ze vond dat dit anders moest, verdiepte zich in allerlei onderwerpen en gaf haar kennis door. Onder andere door vijftien jaar geleden met de Little Miss Kwakoe verkiezing te beginnen. “De Surinaamse jeugd moet weten wat hun roots zijn. Dat geeft zelfvertrouwen.” Dan pakt Royeleigh (9) haar map met alle teksten van de volksliedjes die ze leren. De meesten waren nieuw voor iedereen. Charencia (9): “Met mijn moeder zing ik vaak haar lievelingsliedjes, zoals ‘De volgende stap’ van Jayh.” Maar het bekende liedje ‘Ala presi’ kennen ze wel allemaal: dat klinkt op elk feestje. Alleen: waar gaat het ook alweer precies over? ‘Tante’ Olivia helpt: “Ik leg het ze vaak uit, maar ze kunnen natuurlijk niet alles onthouden. Het gaat over een keukenprinses die je in alle huizen vindt. Het liedje is ontstaan in de slaventijd.” “Luid zingen”, dirigeert Olivia.

Trommels

Op het programma staat ook nog de awasa, een traditionele dans. De vader van I-Pricia (10) heeft speciaal daarvoor zijn apinti meegenomen. Deze trommel werd vroeger in het oerwoud gebruikt om boodschappen door te geven. “Ze hadden toen natuurlijk nog geen mobieltjes”, lacht I-Pricia. Voor de spiegel oefenen ze wat dansbewegingen. “Je moet zakken en dan met je benen naar buiten.” Olivia kijkt streng toe, maar geeft geen aanwijzingen. “Niemand kan je deze dans precies leren. Je moet het ritme voelen.” Ondertussen is oma Rinia klaar met strijken en mogen de meisjes vast hun outfits passen. I-Pricia heeft op haar hoofd één van de angisa's. Deze hoofddoeken zijn op verschillende manieren gevouwen en elke vorm betekent iets anders. Zo communiceerden slaven met elkaar zonder dat de blanke overheer- sers er iets van snapten. Olivia waarschuwt nog even: “Denk eraan! Als jullie deze kleding dragen, zijn jullie dames. Dus gedraag je ook zo. Met respect.”

I-Pricia speelt op een apinti.
I-Pricia speelt op een apinti. Martijn van de Griendt
Tijdens de repetities voor Miss Kwakoe leren de meisjes ook traditionele Surinaamse dans.
Tijdens de repetities voor Miss Kwakoe leren de meisjes ook traditionele Surinaamse dans. Martijn van de Griendt

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.