Mariam wil graag weer een banaan eten

banner

Somalilandapril 2012

Mariam wil graag weer een banaan eten

Mariam (13) vluchtte in 2011 voor de  Hongersnood betekent dat 20% van de bevolking niks te eten heeft, 30% ondervoed is en meer dan 2 op de 10.000 mensen per dag daaraan sterft.hongersnood in
Somalië. “We woonden op een boerderij, vlakbij Mogadishu,”
vertelt ze. “Dat is de hoofdstad van Somalië. We hadden vee,
groente en bananen; genoeg eten voor mijn zeven broertjes en
zusjes. Op een dag roofden gewapende mannen van  Gewapende strijders die van Somalië een streng islamitisch land willen maken.Al-Shabaab
onze koeien, kippen en geiten. Ze maakten ons huis kapot.”

Hongersnood

 Hongersnood betekent dat 20% van de bevolking niks te eten heeft, 30% ondervoed is en meer dan 2 op de 10.000 mensen per dag daaraan sterft.Hongersnood kan ontstaan als het lange tijd véél te weinig regent. Het water in rivieren en putten verdampt en de gewassen op het land verdorren. Het vee geeft geen melk meer of sterft door de hitte. In de Hoorn van Afrika, het uiterste puntje van Oost-Afrika, is  Hongersnood betekent dat 20% van de bevolking niks te eten heeft, 30% ondervoed is en meer dan 2 op de 10.000 mensen per dag daaraan sterft.hongersnood óók de schuld van islamitische strijders en politieke leiders. Zij vinden hun eigen macht en geld belangrijker dan voedsel voor de bevolking.

Mariam (13) vluchtte in 2011 voor de hongersnood in Somalië. Nu woont ze in een vluchtelingenkamp in Somaliland.

Mariam moest vluchten voor de  Hongersnood betekent dat 20% van de bevolking niks te eten heeft, 30% ondervoed is en meer dan 2 op de 10.000 mensen per dag daaraan sterft.hongersnood in Somalië.

Lege marktkramen

Islamitische strijders in Somalië verhinderden dat nomaden hun kuddes bij waterbronnen konden laten drinken. Ze vernielden wegen en opslagplaatsen. Vrachtwagens met voedsel uit het buitenland hielden ze tegen. Op de markten bleven veel kraampjes leeg. De prijzen voor het eten werden steeds hoger. Veel mensen sloegen daarom op de vlucht. Mariam en haar familie ook.

Liften in de woestijn

Mariam: “De strijders dreven ons naar het dorpsplein. Daar moesten we zien hoe ze mensen ophingen. Ze waren zo wreed… daarom zijn we gevlucht. We liepen achttien dagen door de woestijn. Soms kregen we een lift op een truck. Toen we in Somaliland kwamen, kenden we niemand die ons kon helpen. Uiteindelijk konden we een kamertje in deze ruïne huren. Mijn moeder werkt op de markt. Ze geeft mijn jongere broertjes en zusjes te eten. Ik zorg zelf voor mijn maaltijden. Hoe? Door geld te verdienen natuurlijk.”

Minder melk

Koeien en schapen kunnen niet tegen héél warm weer. Ze gaan er dood van. Kamelen en geiten zijn hittebestendiger, maar als er niet genoeg gras te eten is, worden ze wel graatmager. Dieren die vermageren geven steeds minder melk.

De regering van Somaliland brengt in heel droge tijden drinkwater naar de herders. Eigenlijk moeten boeren en nomaden regenwater in het natte seizoen opvangen. Ze hebben dan een reserve voor droge tijden.

Herders vullen hier in droge tijden hun jerrycans.

Mariam uit Somalië wacht in het vluchtelingenkamp in Somaliland op haar dagelijkse bord spaghetti.

Mariam (links) wacht op haar dagelijkse bord spaghetti.

Afhaalspaghetti

Mariam: “Elke dag doe ik bij een ander gezin de was. Zij betalen het waspoeder, ik zorg voor water. Dat koop ik bij de pomp. Van de vijftig cent die ik verdien koop ik groente en rijst op de markt. Of ik eet spaghetti in het afhaalrestaurantje in het vluchtelingenkamp. Mijn vader woont nu bij een andere vrouw. Die zie ik nooit meer.”

Sloom

Veel kinderen in het vluchtelingenkamp zijn  Als je ondervoed bent, krijg je niet genoeg voedingsstoffen binnen om gezond en sterk te blijven.ondervoed. Ze krijgen wel genoeg te eten, maar hun voedsel is elke dag hetzelfde. In alléén spaghetti of rijst met tomatenpuree uit blik, zitten niet genoeg mineralen en vitaminen. Kinderen die naar school gaan hebben daarom geen energie. Ze zijn te sloom om op te letten. Mariam: “Ik zou later wel een kantoormedewerkster met een goede opleiding willen zijn, maar ik kan niet naar school omdat ik moet werken. Ik zou ook graag weer eens een banaan eten, net zoals vroeger, of geitenvlees.”

Qadan uit Somaliland krijgt elke dag twee bekers kamelenmelk. Is er te weinig, dan drinkt ze geitenmelk.

Qadan (links) krijgt elke dag twee bekers kamelenmelk.

Regenwater

Nomaden verhuizen elke drie maanden. Ze gaan dan op zoek naar nieuw grasland en water. In Somalië zijn veel waterbronnen vernietigd. In Somaliland brengt de regering in heel droge tijden water naar herders in nood. Eigenlijk moeten boeren en nomaden regenwater in het natte seizoen opvangen. Ze hebben dan een reserve voor droge tijden. Van de regen die valt, wordt maar 0,5% bewaard als drinkwater voor dieren. De rest 99, 5% (bijna alles dus) verdampt of zakt diep in de grond.

Bedorven melk

Mensen in Somaliland zijn er trots op: dankzij de vrede was er in hun land nauwelijks  Hongersnood betekent dat 20% van de bevolking niks te eten heeft, 30% ondervoed is en meer dan 2 op de 10.000 mensen per dag daaraan sterft.hongersnood. “Toch hadden stadsbewoners wel last van de droogte”, legt een schoolmeester uit. “De kuddes moesten dieper het land in, want daar op de hoogvlaktes groeide nog gras. Zo werd de afstand naar de stad te groot. Dertig of vijftig kilometer. Melk bederft tijdens zo’n voetreis in de hitte. Daarom was hier afgelopen jaar veel minder melk op de markt te koop.”

Vangnet

Ook al hebben Somalilanders geen honger, het kan toch tegenzitten. In dat geval hebben de meeste families in Somaliland een vangnet: familie in Europa, Canada of de Verenigde Staten die geld stuurt. En iedereen heeft wel een oom of neef die met kamelen en geiten rondtrekt. Voor familie bewaren zij altijd vlees of melk.