Noor heeft altijd honger

banner

Land vol geweldSeptember 2013

Noor heeft altijd honger

Noor Mohammed (11) woont in een vluchtelingenkamp in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Hij heeft altijd honger. Een paar jaar geleden was dat wel anders. “Toen hadden we genoeg te eten,” vertelt hij. “Op het land van mijn vader groeide van alles. Door de oorlog werd het in ons dorp veel te gevaarlijk. Daarom zijn we gevlucht.”

Veilig

Noor’s gezicht betrekt als hij aan vroeger denkt. “Mijn broer en zusje waren aan het spelen toen ze geraakt werden door rondvliegende kogels van Amerikaanse militairen en de Taliban. Ze overleefden het niet. “We vluchtten naar de hoofdstad. In dit vluchtelingenkamp zijn we veilig, maar het leven is moeilijker,” vertelt Noor terwijl hij door een modderig steegje naar zijn huis loopt. “Mijn vader heeft vaak geen werk en daarom hebben we niet genoeg geld om eten te kopen. Soms eten we maar één keer per dag.”

"Noor Mohammed staat in een heel smal steegje
"Zo smal zijn de steegjes tussen onze huizen!"

Chips en koekjes

In de winkeltjes liggen meer dingen die te duur zijn voor Noor’s familie: blikjes vis, ketchup, flesjes limonade en chips uit het buitenland. In Afghanistan zijn nauwelijks fabrieken die dat soort eten maken. Ook voor machines en medicijnen is Afghanistan afhankelijk van andere landen. “Maar dát komt allemaal wel hier vandaan!” zegt Noor terwijl hij naar een uitstalling van meloenen, appels, tomaten en aubergines wijst. Bij een kraampje met bergen rozijnen en noten staat hij stil. “Bij mijn oude huis stonden amandelbomen. Afghaanse amandelen zijn heel lekker.”

Noor roert in een hele grote pan soep
Als Noor helpt koken, krijgt hij ook een bord eten.

In het kort:

• Door de oorlog zijn veel Afghanen gevlucht.
• Veel kinderen krijgen te weinig of vaak hetzelfde te eten.
• Afghanistan is voor voedsel, medicijnen en machines afhankelijk van het buitenland.

Een kraam met heerlijke groente en fruit.
Groente en fruit zijn voor Noor en zijn broertje een luxe. 

Meisjes de dupe

In gebieden waar de Taliban veel macht hebben, moeten meisjes vanaf het moment dat ze ongesteld worden een boerka aan. Volgens de Afghaanse traditie zijn ze dan volwassen en oud genoeg om te trouwen. Op het platteland houden veel Afghanen zich aan tradities die slecht zijn voor kinderen, vooral voor meisjes: kindhuwelijken, uithuwelijken van meisjes aan volwassen mannen en het weggeven van meisjes aan andere families om ruzies op te lossen.

Dekens

In het kamp wonen vijfduizend vluchtelingen. In de zelfgebouwde lemen huizen met daken van stukken plastic is het koud in de winter. “We hebben niet genoeg dekens voor iedereen,” vertelt Noor. “Het dak lekt en als het sneeuwt kruipen we ’s nachts dicht tegen elkaar aan, maar het blijft koud!” Om het erf van elk huis staat een hoge muur. Vrouwen moeten binnen die muur blijven. Ze mogen niet gezien worden door vreemden. Op straat dragen veel vrouwen daarom een boerka over hun kleren. Dat is een doek met kijkgaatjes die iemand van top tot teen bedekt.

Alleen brood

“Hier in het vluchtelingenkamp zijn wel winkeltjes, maar meestal ga ik alleen naar de bakker voor een paar broden”, vertelt Noor. “Dat is het eten voor de hele dag voor ons allemaal: mijn vader, moeder, vijf broertjes en één zusje. Daarom heb ik altijd honger. Soms als mijn vader een baan heeft, als bouwvakker of schoonmaker, mag ik ook wat groente of een zak rijst halen. Vlees is te duur. Dat kopen we alleen op feestdagen. Van een koeienpoot of een kip, rijst en een paar eieren maakt mijn moeder dan iets heel lekkers!”

Noor deelt eten uit aan zijn familie
Op school krijgt Noor eten, dat deelt hij thuis uit.

Bruiloft

Noor wijst naar een grote tent. “Dat is mijn school. We krijgen alleen godsdienst. Geen taal of rekenen. Best saai. Maar we krijgen wel soep met brood. Dat neem ik altijd mee naar huis om te delen met mijn broertjes en zusje. Zij gaan niet naar school.” “Hé kijk!” roept Noor, terwijl hij sneller gaat lopen. “Daar koken ze voor een feest!” Hij staat stil bij een man die met een grote lepel in een enorme pan roert. “Dit is het eten voor gasten van een bruiloft. Ik vraag altijd of ik kan helpen. Dan krijg ik zelf ook een bord! Jammer genoeg zijn hier in het kamp niet vaak bruiloften, maar één of twee keer per jaar.”

Er lopen vrouwen met en zonder boerka op straat in Kabul
In de hoofdstad Kabul dragen niet alle vrouwen een boerka.

Land vol geweld

De strijdende partijen in Afghanistan zijn:

• Afghaans regeringsleger en buitenlandse militairen. Ze vechten tegen terroristen en de Taliban.
• Extremistische gewapende groepen (terroristen) zoals Taliban die willen dat Afghanistan streng islamitisch wordt: vrouwen moeten een boerka dragen, mannen moeten een baard laten staan, meisjes mogen niet naar school, televisie en muziek zijn verboden.

• Verschillende bevolkingsgroepen (stammen) die elkaar bedreigen. Als er burgeroorlog komt, kunnen ze gaan vechten.
• Krijgsheren (een soort bendeleiders) met hun priveleger.