Kiki heeft een pleegbroer

banner

Kinderrechtenseptember 2014

Download de handleiding en opdrachten Nieuwsbegrip (begrijpend lezen) en de opdrachten Wereldburgerschap.

Nieuwsbegrip, handleiding Nieuwsbegrip, opdrachten Wereldburgerschap, opdrachten

Kiki heeft een pleegbroer

Elk kind heeft recht op zorg, aandacht en een plek om veilig op te groeien. Als je ouders niet goed voor je kunnen zorgen of als er thuis steeds ruzie is, kun je tijdelijk in een ander gezin wonen. Soms bij familie of vrienden, soms bij pleegouders. Kiki (11) uit Den Dolder was zes toen ze een pleegbroertje kreeg: “Ik vond het echt superleuk!”

Ik ben wit en mijn broer is zwart

Kiki’s broertje heeft een andere huidskleur dan zij. Als mensen vragen hoe dat kan, vertelt ze meestal geduldig dat Marillio haar pleegbroer is. De andere keer vindt ze dat mensen zelf maar moeten nadenken. “Ik ben het wel eens zat om het steeds te moeten uitleggen. Mensen vragen ook vaak waar Marillio vandaan komt. Maar hij is in Nederland geboren, net als heel veel andere pleegkinderen.”

Traumatisch

“Marillio voelt voor mij als een écht broertje: mama zegt nooit dat hij haar pleegzoon is. Ze noemt hem bonbonnetje omdat ze hem om op te vreten vindt.” Kiki lacht en verklapt dan ook haar bijnaam: Kiekelewiekskie. Nu gaat het goed met Marillio, maar als kleuter heeft hij iets verschrikkelijks meegemaakt: zijn moeder Pascale is vermoord, vlak voor zijn ogen. Kiki: “Ik praat er nooit over met Marillio. Dat vindt hij moeilijk, want als hij erover praat komen de herinneringen weer naar boven. Soms vertel ik het aan vriendinnen, die vinden dat dan wel heel heftig. Ik ben er al aan gewend.”

Opvang bij bekenden

Marillio is één van de vele kinderen die via Bureau Jeugdzorg in een ander gezin opgroeien. Via bemiddeling van pleegzorg gaan de kinderen naar een veilige plek. Pleegzorg is een instelling die hulp geeft aan kinderen en jongeren die thuis problemen hebben.
In 2012 vingen ruim 16.330 pleeg­gezinnen in totaal 20.949 pleeg­kinderen op, zowel voor korte tijd als voor een langere periode. Bijna de helft van de pleegkinderen komt terecht bij bekenden, bijvoorbeeld groot­ouders, tantes en ooms, maar ook bij leerkrachten of buren. Ook Marillio woonde de eerste maanden na de dood van zijn moeder bij een bekende: oma Janneke, de pleegmoeder van moeder Pascale. De moord op Pascale was bij oma Janneke thuis gepleegd. Die gebeurtenis heeft oma Janneke getraumatiseerd. Ze was eigenlijk ook al wat te oud om goed voor een kleuter met driftbuien te kunnen zorgen.

Kiki met pleegbroertje en moeder op de bank

Kiki voelt voor haar pleegbroer hetzelfde als voor een echte broer. Ze heeft een (h)echte band met hem, en met haar moeder en vader, die in een ander huis woont.

Kiki en Marillio zitten achter de piano

Kiki en Marillio doen veel samen. Kiki gaat wel mee naar voetbalwedstrijden van haar broer. "Ik kijk wel naar het voetbal, maar ik eet liever tosti's in de kantine."

Pleegouders

In diezelfde tijd wachtten de ouders van Kiki op een zusje of broertje voor haar. “Eigenlijk wilden mijn ouders een kind adopteren,” vertelt Kiki. “Maar toen dat heel lang duurde, gingen ze andere mogelijkheden onderzoeken.” Een voordeel van pleegzorg vonden Kiki’s ouders dat je weet wat er in het verleden van het kind is gebeurd. Bovendien zijn pleegkinderen meestal niet geboren in een land aan de andere kant van de wereld waardoor het makkelijker is om contact te houden met hun biologische familie. Kiki vindt het belangrijk dat pleegzorg het contact tussen kinderen en hun  echte ouders stimuleert, als het kan tenminste. “Je wilt toch weten waar je vandaan komt. Oma Janneke komt soms bij ons op bezoek en Marillio heeft een fotoalbum met foto’s van zijn echte moeder.”

Ik weet zeker dat ik later kinderen wil.

marillio laat een fotoalbum zien

In dit album staan baby-foto's van Marillio. Er zit ook een foto in van een man. Marillio denkt dat de man zijn biologische vader is, maar hij weet het niet zeker.

Niet jaloers

“Ik herinner me nog goed dat ik in groep drie in de kring op school vertelde dat Marillio bij ons zou komen wonen. Ik vond het écht superleuk. Natuurlijk kreeg hij aan het begin heel veel aandacht. Maar ik was niet jaloers; ik vierde het feestje gewoon mee. Hij was alleen wel lastig: hij lustte niks, wilde alleen snoep en ijs eten en hij kon alleen in slaap vallen met de radio of televisie aan. Verder kreeg hij regelmatig woede­aanvallen waarbij hij krijsend op de grond lag. Bij zijn echte moeder moest hij dan met z’n kleren aan onder de koude douche om af te koelen. Mama probeerde die driftbuien voor te zijn, omdat hij moest leren dat hij niet op die manier zijn zin kon krijgen.”

Hechten

Kinderen worden niet zomaar bij hun ouders weggehaald en uit huis geplaatst. Daar gaan allerlei afwegingen en gesprekken met de ouders aan vooraf. Het is niet zo dat hun eigen ouders hen niet meer willen, zij kunnen alleen door financiële of psychische problemen onmogelijk zelf voor hun kind zorgen. Soms zijn ze agressief of verslaafd aan alcohol of drugs. In een onveilige omgeving is het moeilijk om op te groeien. Kinderen moeten vertrouwen hebben in hun ouders, anders kunnen ze zich niet aan hen hechten. Een kind dat niet op de zorg van zijn ouders kan rekenen, kan gedragsproblemen krijgen: woedeaanvallen of driftbuien, zoals Marillio. Ook later kunnen kinderen die in hun jeugd verwaarloosd zijn, moeite hebben om vriendschappen of relaties met anderen aan te gaan.

 

Marillio en Kiki spelen 'paardje rijden' op de bank
Marillio wordt niet snel boos op Kiki.

Kiki en Marillio samen aan het paardrijden

Ik ben het wel eens zat om het steeds te moeten uitleggen.

Streng maar lief

Veilig opgroeien betekent ook dat ouders duidelijke afspraken met hun kinderen maken en dat ze zich daaraan houden. Als je de ene keer iets wel mag en de andere keer niet, dan kan dat heel verwarrend zijn. Je kunt er onzeker van worden omdat je nooit weet waar je aan toe bent. Kiki vertelt: “Onze moeder is heel duidelijk, nee is bij haar ook echt nee. Tegelijkertijd is ze ook heel erg lief.” Dan fronst Kiki haar wenkbrauwen: “Wat een lastige vraag, of ik zelf later pleegkinderen wil. Ik weet wel zeker dat ik later kinderen wil en ik vind het ook heel goed dat er pleeggezinnen zijn. Ik weet ook zeker dat je van pleegkinderen 
net zoveel houdt als van je echte kinderen. Maar het lijkt me zo leuk dat je kinderen krijgt die op je lijken, dan is het net alsof je in een spiegel kijkt.“ Kiki grinnikt. 
“Toch lijkt Marillio’s karakter best op dat van onze moeder. Ik kijk meer de kat uit de boom, maar hij gaat overal op af en doet eerst. Daarna denkt hij pas na, net als mama. Misschien wil ik later wel ook allebei: echte kinderen én pleegkinderen. Net als mama.”