Overslaan en naar de inhoud gaan
Interview

Interview met minister Ploumen

Minister Ploumen was tot 2017 minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Als er iemand is die vindt dat de positie van meisjes en vrouwen in de wereld verbetert moet worden, dan is zij het wel.

Waren er bij u vroeger thuis verschillen tussen jongens en meisjes?

“Iedereen moest bij ons thuis met alles helpen. Mijn broertje deed ook de afwas. En wij hielpen buiten. Mijn moeder mocht niet verder leren en dat vond ze heel oneerlijk, dus ze had zich voorgenomen om haar eigen kinderen in alles gelijk te behandelen.”

Wat wilt u veranderen voor meisjes en vrouwen?

“Dat alle meisjes naar school kunnen. In veel landen kunnen of mogen meisjes niet naar school of ze worden gedwongen om te trouwen als ze nog maar twaalf zijn. Meisjes hebben vaak ook minder rechten voor de wet. Ze mogen geen land of geld erven van hun ouders. Ze mogen geen eigen bedrijf beginnen of een baan zoeken. Terwijl je als je zelf geld verdient, kunt zeggen: ‘Ik ga doen wat ik zelf wil, wat jullie ook van me denken’.”

Dus onderwijs is het belangrijkste?

“Ja, daar leer je zelf nadenken en een eigen mening vormen. Maar het  is ook heel belangrijk dat er iemand in de buurt is, je moeder, je grote zus of tante die zegt: ‘gewoon doen’. Maar dan moeten er dus wel genoeg vrouwen zijn die deze rol voor meisjes kunnen vervullen. Soms doen we iets voor één vrouw. Aan haar kunnen andere vrouwen dan een voorbeeld nemen. Soms helpen we door de wet in een bepaald land te veranderen. Zoals in Uganda, daar hebben vrouwen en mannen nu gelijke rechten. We steunen ook burgemeesters, rechters en politiemensen die moeten zorgen dat iedereen zich aan de wet houdt. Zodat vrouwen zich ook veilig voelen.”

Tijdens een bezoek aan Marokko doet minister Ploumen de aftrap voor een voetbalwedstrijd tussen meidenteams.
Tijdens een bezoek aan Marokko doet minister Ploumen de aftrap voor een voetbalwedstrijd tussen meidenteams. Ton Koene
In Bangladesh sprak minister Ploumen over kindhuwelijken.
In Bangladesh sprak minister Ploumen over kindhuwelijken.

Helpt het dat kinderen in Nederland zich met meisjesrechten bezighouden?

“Als je geïnteresseerd bent in de ander en weet waarom dingen zo gebeuren, dan oordeel je minder snel. Je zou kunnen denken dat ouders die hun dochter verkopen, niet van haar houden, maar dat is niet zo. Die ouders zijn wanhopig, ze weten niet hoe het anders moet. Ik wil snappen hoe dat komt. Dan kan ik ze beter helpen.”

Wist u toen al dat u iets wilde doen voor een betere wereld?

“Ik wist zeker dat ik iets wilde doen in verre landen. Ik zamelde geld in en verkocht lootjes aan de deuren voor goede doelen. Ons werd thuis geleerd dat als je het goed hebt, maar dat niet deelt met anderen, het dan niet veel waard is. We kregen ook brieven van tantes en ooms die werkten in Chili en Kenia en dat vond ik heel spannend.”

Welk meisje maakte tijdens uw werkreizen indruk?

 “Laatst was ik in een vluchtelingenkamp in Noord-Irak. Ik sprak een moeder die met haar vijf dochters gevlucht was voor het geweld van IS. De grote droom van een van die meisjes was lerares worden. We hebben samen gepraat, over hoe ze dat zou kunnen doen. Nu geeft ze in het kamp les aan de andere kinderen.”

In welk land hebben meisjes de minste kansen? En wat zou u doen als u daar de baas was?

“In Zuid-Sudan vinden vaders koeien meer waard dan hun dochters. Er woedt ook een burgeroorlog. Als ik daar de baas was zou ik zorgen dat ze stoppen met ruziemaken. Maar het allerbelangrijkste is: scholen bouwen voor meisjes en zorgen dat ze veilig naar school kunnen. Ik zou graag de baas van Zuid-Sudan zijn, want daar is héél veel te doen voor meisjes.”

Plaats als eerste een reactie