Overslaan en naar de inhoud gaan
Reportage

Altijd zwoegen in een goudmijn

De hele dag in een waterpoel zware bakken met zand en water filteren is zwaar en ongezond werk.
Foto: Jan-Joseph Stok

In de goudmijnen in het Afrikaanse land Mali werken veel kinderen. Het werk is zwaar en gevaarlijk. Ntekouma (10) vertelt erover.

Kleine stad

Duizenden tentjes staan in rijen naast elkaar. Ze zijn gemaakt van plastic en houten palen. Sommige tenten dienen als slaapplek. Anderen zijn ingericht als winkeltje waar eten, kookpotten en kleding worden verkocht. 
In het tentenkamp wonen goudzoekers die geld willen verdienen in de goudmijn vlakbij. Het kamp is net zo groot als een kleine stad.

Reizen

In één van de kleine tenten woont Ntekouma. Samen met haar moeder Kani en vijf andere vrouwen. Dat is best krap, maar Ntekouma vindt altijd wel een plekje. 
Het dorp waar ze vandaan komt ligt ver weg. Meer dan een dag reizen. 
Het liefste zou Ntekouma meteen terug naar huis gaan, maar dat kan voorlopig niet. Haar moeder moet eerst geld verdienen.

Soms helpt Ntekouma nog met goud zoeken.
Soms helpt Ntekouma nog met goud zoeken.
Het goudzoekerskamp bestaat uit duizenden tentjes en afdakjes.
Het goudzoekerskamp bestaat uit duizenden tentjes en afdakjes.

Geld

Ntekouma komt uit een arme familie. Ze heeft vier zussen en vijf broers. 
Op een dag kwam ze uit school en zag haar moeder huilen. Eén van haar zusjes was ziek geworden en overleden. Daarna werd ook haar moeder ziek. Ze kon niet meer werken. Ntekouma moest van school, omdat er niet genoeg geld was.
“Toen mijn moeder beter was, zei mijn vader dat we in de goudmijn moesten gaan werken,” zegt ze. “Hij bleef in ons dorp om op het land te werken.”

Ntekouma en haar vriendin Aminata gaan niet naar school.
Ntekouma en haar vriendin Aminata gaan niet naar school. Foto: Jan-Joseph Stok

Verboden

Volgens het VN-Kinderrechtenverdrag is kinderarbeid verboden. Toch moeten miljoenen kinderen over de hele wereld werken. Omdat hun ouders arm zijn, helpen ze met geld verdienen.
Ook in Mali werken kinderen op het land, als hulp in huis of in fabrieken en mijnen. 
In de goudmijn naast het kamp waar Ntekouma woont, werken wel vijfhonderd kinderen. Ze zijn niet vrij om te spelen en om naar school te gaan.

Aarde wassen

De jongens scheppen aarde uit gaten in de grond. De meisjes wassen de aarde om er goudkorreltjes uit te halen.
Dat deed Ntekouma ook. Van zeven uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds stond ze met een grote schaal in een modderpoel. 
Eerst het zand erin, dan draaien. Het bovenste laagje eruit scheppen, en weer draaien. 
“Dat was niet moeilijk, maar ik was alleen blij als ik goud vond,” zegt ze. Het goud gaf ze aan haar moeder.

Ntekouma en Aminata werken als keukenhulp in het restaurantje van Aminata's vader.
Ntekouma en Aminata werken als keukenhulp in het restaurantje van Aminata's vader.
Water voor de afwas komt uit deze bak. Je kunt het niet drinken.
Water voor de afwas komt uit deze bak. Je kunt het niet drinken.

Vechten

Maar goud vinden is zeldzaam. En ook gevaarlijk. 
“Mensen vechten om het goud,” vertelt haar moeder. “Ze pakken het af als je niet sterk genoeg bent.” 
Omdat ze bang is dat haar dochter iets overkomt, mag Ntekouma niet meer in de mijn werken. Daarom wast ze nu zes dagen per week potten en pannen in een restaurant in het kamp. Samen met Aminata (9), de dochter van de baas van het restaurant.

Bescherming

Met afwassen verdient Ntekouma vijftig cent per dag. Het geld geeft ze aan haar moeder, die nog steeds in goudmijn werkt. 
Ntekouma is blij met haar nieuwe taak. In het restaurant krijgt ze in ieder geval genoeg te eten. En de baas beschermt haar tegen agressieve of dronken mannen.
“Voor vechtende mannen ben ik bang,” vertelt Ntekouma. “Maar bij Aminata en haar vader voel ik mij altijd veilig.”

Aminata en Ntekouma doen soms boodschappen voor het restaurant van Aminata's vader.
Aminata en Ntekouma doen soms boodschappen voor het restaurant van Aminata's vader. Foto: Jan-Joseph Stok

Vriendin

Ntekouma heeft meer vrijheid dan toen ze in de mijn werkte. 
“Soms speel ik met Aminata.” 
In het kamp is geen school en voor kinderen is er niets te doen.
“Maar we verzinnen altijd iets. Soms zijn we ondeugend,” giechelt Ntekouma. “Een keer smeerden we de saus uit een omgevallen pot over de grond. De baas werd boos en stuurde ons weg uit het restaurant. Gelukkig kon hij er later om lachen.”

 

Door: Valeska Hovener

Plaats als eerste een reactie