Overslaan en naar de inhoud gaan
Informatie

Gezinnen in alle vormen en maten

De meeste kinderen in Nederland groeien op met een vader en moeder in één huis. Maar gezinnen kunnen er ook heel anders uitzien.

Als mannen en vrouwen trouwen of samenleven, dan komen er vaak ook baby’s. En zo ontstaan nieuwe gezinnen: volwassenen die samenleven met (hun) kinderen. Vroeger waren er niet veel manieren om zwangerschappen te voorkomen. De gezinnen waren dan ook vaak giga. Zo’n vijfenzeventig jaar geleden was het in Nederland heel gewoon om zes tot negen kinderen te krijgen.

Aantal kinderen

Gemiddeld krijgt de Nederlandse vrouw nu 1,6 kinderen. Acht jaar geleden waren dat er nog 1,8. Er worden dus minder kinderen geboren. In veel landen zie je deze daling in het geboortecijfer. Dat betekent niet dat mensen kinderen nu minder grappig of gezellig vinden. Het is gewoon minder belangrijk om veel nakomelingen te krijgen, omdat er meer kinderen blijven leven door betere gezondheidszorg, hygiëne en minder armoede. Ongeveer één op de vijf gezinnen in Nederland bestaat uit één ouder, meestal een moeder. 

Ook in Nederland kiezen sommige families ervoor om veel kinderen te krijgen.
In Nederland kiezen sommige families er wel voor om veel kinderen te krijgen. Felix Kalkman

Regenbooggezinnen

De meeste gezinnen bestaan uit een man, een vrouw en kinderen. Maar er zijn ook samenwonende lesbische stellen en homokoppels met kinderen. Er wordt geschat dat het gaat om 25% van de lesbische paren en om 2% van de homo setjes. Deze gezinnen worden ook wel roze gezinnen genoemd, of regenbooggezinnen. Er zijn verschillende manieren om als homo of lesbienne een kind te krijgen. Als homo kun je een vrouw zoeken die jouw kind wil dragen. Je kunt dan bijvoorbeeld officieel afspreken dat je samen de opvoeding doet. Als je lesbisch bent, kun je een man zoeken: een zaaddonor. Dat kan een man zijn die je goed kent, bijvoorbeeld een homo die ook een kinderwens heeft. Je kunt ook zaad krijgen bij een spermabank, waar een donor z’n zaad heeft ingeleverd.

Bejaardenhuizen

Vroeger stierven er veel kinderen aan bijvoorbeeld kinderziektes of ondervoeding. Hoe meer baby’s je kreeg, hoe groter de kans dat er genoeg over zouden blijven om later voor jou als ouders te kunnen zorgen. In veel landen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika wordt dat trouwens nog steeds van kinderen verwacht: eerst zorgen je ouders voor jou en als je volwassen bent dan is het jouw beurt om voor hen te zorgen. In West-Europa neemt de regering die taak vaak over doordat mensen boven een bepaalde leeftijd geld krijgen van de overheid en omdat er bejaardenhuizen zijn waar senioren terecht kunnen.

Samenleven

In het westen bestaan de meeste gezinnen uit een vrouw, haar partner en hun kinderen. Maar in heel veel landen is het heel gewoon dat er ook tantes, ooms, neefjes, nichtjes of grootouders in huis wonen. Of dat je met verschillende gezinnen samen op een erf woont of een woning deelt. Er zijn ook plekken waar een man met verschillende vrouwen mag trouwen. Dat heet polygamie. Officieel mag dat alleen als de eerste vrouw het ook goed vindt én als de man genoeg geld heeft om voor iedereen goed te kunnen zorgen. In de praktijk zorgt het nogal eens voor problemen.

Zorgen

Het is de bedoeling dat volwassenen voor hun kinderen zorgen. Maar soms lukt dat niet, bijvoorbeeld als de ouders ziek zijn, een beperking hebben of de taal in een nieuw land niet spreken. Dan nemen de kinderen taken over van hun ouders of ze helpen hun ouders met dingen waar ze eigenlijk nog te jong voor zijn, zoals meegaan naar de huisarts als vertaler.

Veilig

Als je geluk hebt, dan is het bij jou thuis gezellig en veilig. Maar dat is helaas lang niet altijd zo. Juist in huis gebeuren nogal eens dingen die niet door de beugel kunnen. Er zijn ouders die hun kinderen bijvoorbeeld uitschelden, slaan of seksueel misbruiken. Is er bij jou zoiets aan de hand? Of denk je dat het speelt bij een vriend(in) thuis? Vertel het dan tegen iemand die je vertrouwt of trek aan de bel bij de Kindertelefoon.

Globy als gezin

Iemand anders

De meeste gezinsleden delen hun genen: ze zijn biologisch familie van elkaar. Maar je kunt ook kinderen adopteren of pleegouder worden. Dan zorg je dus voor de kinderen van iemand anders. In 2018 werden er 156 kinderen uit het buitenland door Nederlandse gezinnen geadopteerd. De meeste kinderen kwamen uit China (28). Uit Hongarije kwamen er 24 en uit Amerika 23.

Eigen keuze

Er zijn natuurlijk ook volwassenen die geen gezin beginnen. Soms kiezen ze daar zelf voor, omdat ze bijvoorbeeld hun carrière belangrijker vinden. Of omdat ze denken dat kinderen zorgen voor meer klimaatverandering en de wereldbevolking al groot genoeg is. Maar er zijn ook mensen bij wie het niet is gelukt omdat ze bijvoorbeeld geen liefde vonden of omdat het medisch niet kon. Die vinden dat dan meestal heel verdrietig.

Woongroep

Er zijn mensen die ervoor kiezen om juist met niet-familie samen te leven. Dat is vaak uit idealisme, omdat ze het bijvoorbeeld fijn vinden om spullen en woonruimte met elkaar te delen en om samen verantwoordelijk te zijn voor de kinderen. Een voorbeeld is de kibboets in Israël: een soort grote boerderij. Vroeger waren de regels hier streng: kinderen waren zo'n vijf uur per dag bij hun ouders en woonden de rest van de tijd in de gemeenschappelijke kinderverblijven. Ook in Nederland zijn woongroepen. 

Een zoon en zijn vader in de Chinese stad Shanghai.
Tian Yi: "Ik heb niets speciaals gedaan voor Vaderdag." Yilan Yuen

Eén kind

Lange tijd mochten Chinezen maar één kind krijgen. Zo probeerde de regering de enorme bevolkingsgroei in het land te stoppen. Dat klinkt best positief, maar er bleken juist flink wat nadelen aan te zitten. Omdat de meesten het liefst een zoon wilden, werden dochters gedood of slecht behandeld. Vijf jaar geleden werd de wet trouwens afgeschaft. Chinezen mogen nu twee kinderen krijgen.

Plaats als eerste een reactie