Boeddha en kungfu in Malawi

banner

Boeddha en kungfu in Malawi

In het Afrikaanse land Malawi staat een weeshuis waar kinderen vloeiend Chinees leren spreken. En dat is niet het enige. Ze mediteren, eten met stokjes - altijd vegetarisch - en leren acrobatisch vechten.

Ongewoon

Het is half zes in de ochtend en nog aardedonker. In de tempel staan tweehonderdvijftig jongens en meisjes in rijen achter meditatiekussens. Ze hebben hun handen voor de borst gevouwen en zingen Chinese liederen. Wie gaapt of zijn handen niet rechthoudt, krijgt een voorzichtige por van een oudere jongen. Een tempel waar boeddhistische gebeden klinken: het is een ongewoon beeld in Malawi, een land waar de meeste mensen christen of
moslim zijn.

Stephana slaat op een holle houten goudvis om de kinderen naar de ceremonie te roepen

Stephana (12) slaat het ritme op een houten goudvis, terwijl de andere kinderen Chinese liedjes zingen.

Elke maand familiedag

Omdat Maganiza elke dag kungfulws krijgt kan hij nu heeeel hoog springen

Omdat Maganiza (11) elke dag kungfu oefeningen doet, kan hij nu heeeel hoog springen.

Weeshuis

De tempel hoort bij het Amitofo weeshuis: een boeddhistisch opvanghuis voor kinderen. De oprichter was een monnik uit Taiwan, een land dat ooit bij China hoorde. Hij reisde door Afrika en zag veel kinderen die hun ouders verloren hadden. Hij besloot geld in te zamelen voor hun onderdak, eten en scholing. In twee andere Afrikaanse landen staan ook van dit soort opvanghuizen.

Familiedag

Je hoeft niet per se wees te zijn om in het weeshuis
 te mogen wonen. De moeder van Albert (13) leeft nog. Hij vertelt: “Mijn vader ging een paar jaar geleden dood, en mijn moeder bleef met vier kinderen achter. Ze had niet genoeg geld om ons allemaal te verzorgen. Toen hoorden we dat ik hier terecht kon.” Mc Donald (15), die al vijf jaar in het weeshuis woont, heeft ook nog een moeder. “Eén keer per jaar ga ik naar haar toe. Soms komt ze hier. Elke maand is er een familiedag. Dan krijgen we veel bezoek.”

Vechtsport

De jongens vinden het fijn in het tehuis, ondanks alle regels. “We leren veel over  Boeddha is een woord uit het Sanskriet. Deze naam gaf prins Siddharta Gautama uit Nepal zichzelf toen hij 'verlicht' werd.Boeddha (de stichter van het boeddhistische geloof). We proberen zijn voorbeeld te volgen,” vertelt Albert. Dat betekent dat de kinderen bidden, mediteren en vredig proberen te leven. “En we sporten veel,” gaat Albert door. Vooral de dagelijkse lessen in Kung Fu, een vechtsport uit China, vinden de jongens machtig. Ze geven wel eens demonstraties, ook in het buitenland. “Ik ben al in Hongkong, Maleisië en Amerika geweest”, zegt Mc Donald trots.

Zo'n 250 weeskinderen in Malawi wonen in een Chinees boeddhistisch klooster

Wie lenig genoeg is, zit in de lotushouding. Een soort kleermakerszit, waarbij je voeten op je dijbenen liggen.

Ndaipanji kan al goed met stokjes eten

Ndaipanji (12) kan goed met stokjes eten, iets anders dan eten met je handen, zoals ze in haar dorp gewend zijn.

Kelvin helpt met koken

Sommige kungfu oefeningen lijken nogal pijnlijk

Watson (12 helpt Maganiza (11) met kungfu. De oefening lijkt nogal pijnlijk!

Boeddhist én christen

Geen vlees

De jongens laten zien dat de tempel twee zalen heeft. In elke zaal staan drie grote gouden Boeddhabeelden. Vanuit de tempel zie je dat de andere gebouwen op het terrein ook in Chinese stijl zijn gebouwd. De uiteinden van de daken krullen sierlijk naar boven. Vindt hun familie het niet gek; mediteren, vegetarisch eten en over  Boeddha is een woord uit het Sanskriet. Deze naam gaf prins Siddharta Gautama uit Nepal zichzelf toen hij 'verlicht' werd.Boeddha leren? Voor Mc Donald is het geen probleem: “Hier ben ik boeddhist en eet ik vegetarisch, in mijn dorp ben ik christen.”

Chinees voor later

Dat de kinderen in dit weeshuis Chinees leren, kan handig zijn voor hun toekomst. Wie weet krijgen ze een baan bij een Chinees bedrijf in Malawi. In de hoofdstad bouwen Chinese arbeiders nu bijvoorbeeld een gigantisch super-de-luxe hotel. Ook in andere Afrikaanse landen zijn veel bedrijven uit China aan het werk. Ze leggen bijvoorbeeld wegen of spoorlijnen aan. In ruil daarvoor leveren de Afrikaanse landen olie, koper of andere metalen aan China.

 

 

 

Kelvin (13) helpt met koken. Alle jongens en meisjes doen dat om de beurt. Ook hun kleren wassen de kinderen zelf.