“Opa, waarom noemen ze u Kid Charol?”

banner

Cuba: dromenseptember 2008

“Opa, waarom noemen ze u Kid Charol?”

Cubaanse jongens dromen van bokscarrière

De opa van Wily woont in het Cubaanse plaatsje Florída. Hij was vroeger een beroemde bokser.
Wily interviewde haar opa, omdat boksen nog steeds één van de meest populaire sporten op het eiland is.

Opa: “Ik heet natuurlijk Pablo Silveira Cardenas, maar in het begin van mijn boksloopbaan noemden de mesnen me Baby Charolito. Pas later werd ik Kid Charol genoemd. Het was een koosnaam.
'Charol' betekent namelijk 'glimmend zwart' en kijk eens naar mijn huid ... die heeft de kleur van mooi gepoetste zwarte lakschoenen.

'Charol' betekent 'glimmend zwart'

 

Knock-out

“Ik heb 402 keer als amateur en prof gevochten en slechts 7 keer verloren. Op mijn veertiende vocht ik al voor geld. Om peso’s te verdienen voor mijn familie. Ik oefende in de buitenlucht en was een weltergewicht. Dat is de groep voor jongens die niet meer wegen dan 69 kilo.
Mijn gewicht schommelde rond de 64. Ik was dus altijd in het nadeel. Het eerste wat je tegenstander probeert, is je neus te breken. Dat is ze bij mij nooit gelukt! Ik sloeg ze bijna allemaal knock-out. In een paar seconden."

Op Cuba zijn hanengevechten verboden, maar in de bergen gebeurt het nog steeds.

De buurman hoopt dat zijn haan net zo succesvol wordt als Kid Charol.

Opa Cardenas vertelt Wily verhalen uit zijn jeugd

Opa Cardenas vertelt Wily verhalen uit zijn jeugd.

Gokken

"In die tijd had je niks te eisen. Als profbokser ben je in dienst van de overheid. De regering leent je handschoenen en geeft je loon. Maar niet veel. Ik kreeg gelukkig hulp van supporters. Ze brachten me bonen en een slager gaf me vlees. Daar word je sterk van. Daarom durfde hij op mij te wedden. Gokken mag eigenlijk niet van de regering, maar het gebeurt wel. Scheidsrechters werden ook steeds vaker omgekocht. Het ging niet meer eerlijk. Daarom gooide ik mijn handdoek in de ring.”

Bescherming

“Ik ben nu 22 jaar santeríapriester. Als jonge bokser voelde ik al dat Ogún mijn beschermheilige was. Hij staat voor kracht en strijd. Ik heb veel overwinningen aan hem te danken. Daarom draag ik een ketting met rode kralen. Die ketting verwijst naar mijn beschermheilige, die trouwens bij voodoo aanhangers als god wordt gezien.

Verboden

Hanengevechten oftewel ‘campos’, zijn op Cuba al heel oud, maar wel illegaal. Toch is het niet moeilijk om zo'n gevecht bij te wonen. Rondom de arena waar de hanen strijden, zitten ontelbare, schreeuwende Cubanen. Het schreeuwen is vooral bedoeld voor de mannen die weddenschappen bijhouden. In een hoek zit een groep mannen met hanen op schoot. Het zijn de trainers van de peperdure hanen. Eén van hen houdt een haan voor zijn mond en blaast lucht in zijn kont. Daarvan schijnen de beesten boos te worden. Andere trainers binden kleine holle mesjes aan de poten van de beesten. De een gebruikt daarvoor rood touw, de ander groen, waardoor het publiek een goed onderscheid kan maken tussen de kemphanen. Het gevecht zelf is vaak kort, heel bloederig en gewelddadig.