Spelen om te vergeten

banner

Congo: geweldoktober 2008

Spelen om te vergeten

Mwavita (12) speelt met een balletje. Ze gooit haar benen hoog in de lucht en behendig stuitert ze de bal er tussen door. ‘Kaloke’ heet het spel: ‘kleine bal’. Mwavita's vriendinnen kijken toe. Ze joelen aanmoedigingen en wachten tot zij aan de beurt zijn. In twee grote tenten achter de meiden, is nog meer lawaai. Daar zitten kleine kinderen met zwart potlood te tekenen. Ze maken opvallend veel poppetjes met geweren. Maar ook veel huizen. Die herinneren ze zich van vroeger. Van de dorpen waar ze eerst woonden. In het vluchtelingenkamp waar Mwavita woont, staan geen huizen. Alleen maar hutten.

Het veld waar Mwavita en haar vriendinnen spelen, is gemaakt door buitenlanders. Het is het enige vlakke terrein in de buurt. Erachter ligt land met scherpe stenen. Het zijn brokken lava, afkomstig van een nog altijd rokende vulkaan verderop. Daartussen staan honderden hutten, gemaakt van takken en bananenbladeren. Een gewoon huis is nergens te zien.

De hutjes in het vluchtelingenkamp zijn allemaal bedekt met plastic, zodat de bewoners niet nat worden.

De hutjes in het vluchtelingenkamp zijn allemaal bedekt met plastic, zodat de bewoners niet nat worden.

Heimwee

In haar hutje maakt Mwavita een vuurtje. Ze heeft eigenlijk maar één wens, vertelt ze: terug naar haar dorp. Daar werkte ze en ging niet naar school. Net als in het kamp. Haar ouders maakten houtskool. Mwavita droeg die naar de markt om te verkopen. “Kingi is geen mooi dorp. Toch hadden we altijd te eten,” zucht ze. “Maar we kunnen niet terug. Hier in het kamp zijn we veilig, daar niet!”

Examen

Rafiki (13) woont in een ander vluchtelingenkamp dan Mwavita. Hij gaat wel naar school. Een kwartiertje lopen van het kamp. Vandaag oefent de klas voor de test om toegelaten te worden tot de middelbare school. "Zet de vijf namen die het leger van Congo heeft gehad sinds de onafhankelijkheid in de juiste volgorde", is één van de vragen die de meester op het bord heeft geschreven. 'Als een toerist in Congo zebra's wil zien, naar welk nationale park moet hij dan?' is een andere.

Patrick (rechts) en Rafiki zijn dikke vrienden

Patrick (rechts) en Rafiki zijn dikke vrienden.

Spelen in een vluchtelingenkamp in Congo

Om hun nare herinneringen even te vergeten, spelen de vriendinnen graag kaloke.

Afleiding

Mwavita speelt graag kaloke. “Om niet aan de nare dingen te denken,” zegt ze. Ruim zes maanden geleden ontvluchtte ze met haar moeder en broer hun dorp Kingi toen dat werd aangevallen. Haar vader heeft ze sindsdien niet meer gezien. Vermoord, denkt ze. Ze kijkt strak voor zich uit.

Gevaarlijk

Met haar vriendinnen loopt Mwavita door het kamp op weg naar haar hut. Op haar hoofd draagt ze hout. Dat is om op te koken. Drie, vier keer per week gaan de meiden ver buiten het kamp hout zoeken. Dat is gevaarlijk, want er zijn misdadigers in de buurt. Om niet verkracht of gedood te worden, gaan de meisjes altijd met andere vrouwen uit het kamp op pad.

Rafiki zit op een dorpsschool vlakbij het kamp waar hij woont

Rafiki zit op een dorpsschool vlakbij het kamp waar hij woont.

Wens

Meer dan de helft van de kinderen in de klas woont in een kamp. Net als Rafiki. Alweer negen maanden geleden werd zijn dorp Kimuku aangevallen. Samen met zijn moeder, broer en vier zussen, vluchtte Rafiki. Kimuku is nu vernield. De huizen zijn verbrand. “Later word ik president. Dan zorg ik dat er vrede komt,” zegt Rafiki.

Vriendschap

In het kamp helpt Rafiki zijn moeder met koken en water halen. Hij maakt elke dag huiswerk. Als hij even kan, gaat hij voetballen. Met zijn grote vriend Patrick, die verderop in een hutje woont. Patrick is een jaar ouder en heeft al een vriendinnetje. Rafiki weet precies hoe het zit, want Patrick vertelt hem alles. Het vriendinnetje heet Aline. Ze is mooi en lief. “We houden elkaars hand vast,” vertelt Patrick. “Maar alleen als het donker is en niemand het ziet.”

003 (6_7)
De meiden verlaten het kamp alleen in groepen.

Vluchtelingenkamp in Congo

Mwavita verkoopt brandhout op de markt.

Mwavita verkoopt brandhout op de markt.

In het kort

- Vluchtelingen zijn veilig in kampen, daarbuiten niet
- Om te kunnen koken, moeten vluchtelingen brandhout buiten het kamp zoeken

 

Het speelterrein in het kamp waar Mwavita leeft, is gemaakt door buitenlanders.