Overslaan en naar de inhoud gaan
Onderwijs tip

Zo voer je een debat

Debatteren hoort echt bij een democratie. Tijdens een debat ben je bijvoorbeeld voor of tegen een stelling. Je probeert anderen ervan te overtuigen dat je gelijk hebt. Samsam geeft tips over hoe je een goed debat kunt houden in de klas. Lees samen met de klas de onderstaande tekst.
Shutterstock

Wat is een debat?

Bij een debat staan twee partijen tegenover elkaar. Beide partijen proberen de debatleider te overtuigen van hun standpunt. Dat doen ze met argumenten. De debatleider let erop dat de deelnemers zich aan de regels houden. Hij of zij zorgt ervoor dat de voor- en tegenstanders even vaak aan het woord komen. Aan het eind beslist de debatleider wie de beste argumenten had, wie het best reageerde op de ander en wie het meest overtuigde. Dat is de winnaar het debat!  

Een stelling verzinnen 

Hoe verzin je een stelling? Een goede stelling klinkt stellig. Ze is niet te ingewikkeld en je kunt er duidelijk voor of tegen zijn. Bijvoorbeeld: vlees eten moet verboden worden. Of: kinderen moeten altijd luisteren naar volwassenen. 

Argumenten zoeken

Bij een debat zijn er voor- en tegenstanders van een stelling. Voorstanders zoeken argumenten die de stelling bewijzen. De tegenstanders zoeken juist argumenten tegen de stelling. Argumenten vind je door je te verdiepen in het onderwerp. Lees erover (op internet), of houd een brainstorm met je groepje.    

De spelregels van een debat

  • Luister goed en laat elkaar uitpraten
  • Leg met voorbeelden uit waarom je iets vindt
  • Durf ook toe te geven 
  • Val nooit iemand persoonlijk aan, maar altijd zijn boodschap
  • Leg je neer bij de beslissing van de debatleider

Of je écht voor of tegen bent maakt niet uit. Je leert juist veel van het zoeken naar argumenten waar je het stiekem niet mee eens bent! 

Aan de slag

Dit is een voorbeeld van hoe je een debat in de klas kunt organiseren. Verdeel de klas in vier groepjes. Het eerste groepje is de debatleider. Het tweede groepje verzint een stelling. Het derde groepje is voorstander van de stelling en het vierde groepje is tegen. 

  1. Het stellinggroepje krijgt vijf minuten om een goede stelling te verzinnen.
  2. De voor- en tegenstanders krijgen een kwartier om argumenten te bedenken. 
  3. De voor- en tegenstanders zitten tegenover elkaar op stoelen, de debatleider staat in het midden.
  4. De debatleider trapt het debat af. Eerst geeft hij een voorstander de beurt, die vertelt waarom zijn groepje voor is. 
  5. De debatleider geeft nu een tegenstander de beurt, die vertelt waarom zijn groepje tegen is. 
  6. Voor- of tegenstanders die iets willen zeggen gaan staan. De debatleider kiest wie de beurt krijgt.
  7. De debatleider houdt de tijd bij en zorgt ervoor dat beide partijen even vaak aan het woord komen.  
  8. Na een kwartier rond de debatleider het debat af. Hij geeft beide partijen nog een laatste beurt. 
  9. De debatleiders bespreken wie de beste argumenten had, wie het best reageerde op de anderen wie het meest overtuigde. Dat is de winnaar. 

Plaats als eerste een reactie

**Bold** _italic_
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.