Overslaan en naar de inhoud gaan
Advertorial

Kind in de oorlog

Op 4 mei 1940 werd Nederland bezet door de nazi’s. Na een aantal dagen probeerden de meeste Nederlanders het gewone leven weer op te pakken. Toch veranderde er veel, ook voor kinderen. Hoe was het om jong te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog?

​​​​​​​Naar school in de oorlog

Tijdens de oorlog moesten alle kinderen naar school. Toch was dat anders dan voor de oorlog. Iedereen kreeg Duitse les en sommige meesters en juffen werden vervangen omdat ze niet enthousiast waren over de Duitsers. Voor de Joodse kinderen veranderde er veel. Ze kregen te maken met steeds strengere regels. Zo moesten ze naar een speciale Joodse school. Daar zaten ze in de klas met andere Joodse kinderen en kregen ze les van Joodse juffen en meesters.

Ontdek hoe het was voor Betty en Maria om naar school te gaan tijdens de oorlog

Steeds meer regels

De Duitse bezetters waren in het begin van de oorlog nog aardig tegen de Nederlanders. Ze hoopten dat de Nederlanders ook de kant van Duitsland zouden kiezen. Maar al snel veranderde dit en werden er steeds meer regels ingevoerd. Radio’s werden verboden en fietsen moesten worden ingeleverd. Sommige ouders werden ontslagen, omdat ze niet wilden werken voor de Duitsers. 

Kijk een filmpje over wat Henk, Truke en Jack vonden van de strenge regels. 

Verzet en verraad

Sommige mensen kozen de kant van de nazi’s tijdens de bezetting. Ze werden lid van de NSB, een politieke partij met dezelfde ideeën als Hitler. Andere kinderen wilden soms niet spelen met kinderen van NSB-ouders, ze werden gezien als verraders.

Er waren ook ouders die in verzet kwamen tegen de Duitse bezetting. Ze hielpen bijvoorbeeld Joden met onderduiken of drukten stiekem kranten. Soms deden ook kinderen mee met het verzet, omdat niemand hen verdacht. Ze brachten verboden kranten rond of gaven geheime berichten door. Verzetswerk was erg gevaarlijk en soms moesten verzetsmensen met hun kinderen onderduiken. 

Mirjam en Jeanne vertellen over de keuzes die hun ouders maakten en wat zij daarvan merkten. Bekijk de video.

7 weetjes over onderduiken

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er mensen die zich verstopten voor de nazi’s omdat ze niet veilig waren. Onderduiken heet dat. Dit kon op verschillende manieren, bijvoorbeeld op het platteland, in schuurtjes of zolderkamers. Het Achterhuis in Amsterdam is de bekendste onderduikplaats in Nederland. Hier zat Anne Frank ondergedoken, samen met haar familie en vier anderen.   

1. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren Joden niet veilig. Om niet gepakt te worden, probeerden ze onder te duiken. Niet iedereen kon of wilde dat. Van de 140.000 Joden die voor de oorlog in Nederland woonden, doken er ongeveer 28.000 onder. Niemand wist van tevoren hoe lang het zou duren.
2. In totaal zaten er in Nederland ongeveer 330.000 mensen ondergedoken. De meeste onderduikers waren mannen. In 1943 moesten die zich melden bij de Duitsers om te gaan werken in Duitsland. Veel mannen probeerden hier onderuit te komen door onder te duiken.
3. Het was niet voor iedereen mogelijk om onder te duiken. Het was gevaarlijk, maar soms ook erg duur. Een zolderkamertje kon wel 1.000 gulden per maand kosten. Omgerekend is dat nu ongeveer 6.000 euro!
4. Kinderen zaten soms zonder hun ouders ondergedoken. Ze kregen een andere naam en waren zogenaamd ‘een nichtje’ van de mensen bij wie ze woonden. Sommige kinderen wisten na de oorlog hun eigen naam niet meer.
5. Hulp bieden aan onderduikers was erg gevaarlijk. Er stonden zware straffen op. Veel mensen durfden het daarom niet aan.
6. In Amsterdam was een hele bijzondere onderduikplek: in dierentuin Artis. Op de hooizolder bij de leeuwen en in de apenrots doken jonge mannen onder die niet wilden werken in Duitsland.
7. In de bossen bij Diever, Holten en Vierhouten waren onderduikhutten gebouwd. Hier zaten leden van het verzet, Joden, geallieerde soldaten en mannen die waren opgeroepen om te werken in Duitsland. De hutten lagen verscholen in de bossen, grotendeels onder de grond. Een aantal onderduikers overleefde de oorlog, maar de meesten werden ontdekt en opgepakt. 

betty

Betty maakte het mee

Op de foto zie je rechts Betty. Ze is 7 jaar wanneer de oorlog uitbreekt. Ze woont in Amsterdam. Betty is Joods en daarom niet veilig. Samen met haar zusje moet ze onderduiken, zonder hun ouders. Ze komen terecht in bij een gezin in Middelburg, maar wanneer het gevaarlijk wordt, moeten de zusjes naar een andere onderduikplaats in Friesland. Daar krijgen ze een nieuwe naam en gaan ze naar school. 

Bekijk hier het verhaal van Betty en van Maria over onderduiken in de oorlog. 

Plaats als eerste een reactie