Overslaan en naar de inhoud gaan
Reportage

Wonen in een tentenkamp voor Rohingya

Na vijftien dagen lopen door de heuvels vond Sohana (11) uit Myanmar onderdak in een vluchtelingenkamp met zo'n 50.000 andere Rohingya. "In ons dorp was het fijner."
Sohana woont in een opvangkamp voor Rohingya in Bangladesh.
Saikat Mojumder

Discriminatie

Vroeger woonden we in een groot huis, naast de rivier Mayu. Mijn drie zussen, m’n broer en ik: we hadden allemaal een eigen kamer, we hadden koeien en kippen en ik had veel vrienden met wie ik knikkerde”, herinnert Sohana zich nog goed. In haar dorp leefde iedereen samen: de Chakma, de Rakhine en zij als Rohingya. “We gingen naar dezelfde school en dezelfde winkels. Alleen ons eten was anders.”
In Myanmar leven veel verschillende volken. De meesten zijn boeddhist, maar de Rohingya niet. Zij zijn moslim en worden al jarenlang onderdrukt. “Ze zien ons als indringers en ze willen ons land aan anderen geven.” Rohingya zijn zelfs geen officiële inwoners van het land en hebben geen rechten. Die discriminatie merkte Sohana op verschillende manieren. Zo mochten de meisjes en vrouwen bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen en jongens en mannen mochten niet naar de moskee.

Moordpartij

In de zomer van 2017 kwam de haat tegen hen tot een grote uitbarsting. Een groep Rohingya- activisten had aanslagen gepleegd op politie-posten en militaire doelwitten. Hun eis: gelijke rechten. Sommigen zien hen als vrijheidsstrijders, anderen als terroristen, maar duidelijk is dat het leven van Sohana daarna drastisch verandert. “We mochten niet meer bij de Rakhine- kinderen spelen na school en er werden zelfs kippen van ons gestolen.” Voor het leger van Myanmar waren de aanslagen reden voor een grote moordpartij op duizenden Rohingya. Ze sloegen het dorp van Sohana niet over. Sohana was pas zeven, maar ze weet nog precies wat de soldaten van het leger deden. De vrouwen moesten allemaal naar binnen en hun sieraden en andere kostbaarheden verzamelen en afgeven. De mannen werden vastgebonden en neergeschoten. “Alleen mijn vader wist te ontkomen. De tuin was veranderd in één grote poel van bloed. Mijn zus rent nog steeds weg als ze iemand in uniform ziet.”

In het begin dat Sohana in het Rohingya vluchtelingenkamp in Bangladesh woonde, was er niks.
Nu zijn er allerlei voorzieningen in het vluchtelingenkamp. Saikat Mojumder
In het Rohingya vluchtelingenkamp zijn de huizen zelfgemaakt.
In het Rohingya vluchtelingenkamp zijn de huizen zelfgemaakt. Saikat Mojumder
In het Rohingya vluchtelingenkamp in Bangladesh wonen alle vluchtelingen dicht op elkaar.
In het vluchtelingenkamp wonen alle Rohingya dicht op elkaar. Saikat Mojumder

Tentenkamp

Hun huis werd platgebrand en de familie sloeg op de vlucht. Ze waren niet de enigen: zo’n half miljoen mensen zocht een veiligere plek. “We liepen vijftien lange dagen door de heuvels tot we bij de grens met Bangladesh kwamen. Onderweg leefden we van wat we toegestopt kregen.” Na een paar dagen wachten bij de grens mochten ze het land in en belandden op de heuvel waar nu een gigantisch tentenkamp is. “Aan het begin was er niets. Geen wc’s, geen trappen, geen wegen. Niets.” De familie bouwde zelf hun huis van zeildoek, riet en bamboe. En nu wonen er zo’n 50.000 vluchtelingen, hutje mutje op elkaar. Er zijn scholen, ziekenhuizen en verschillende hulporganisaties die bijvoorbeeld zorgen dat kinderen worden ingeënt tegen besmettelijke ziektes en dat er schoon drinkwater is. “We kregen ook hulp van ‘oom’ Hossain uit een dorpje hier twaalf kilometer verderop. We hadden hem daar leren kennen en hij hield van ons als van zijn eigen kinderen. Toen er nog geen hulpverleners waren, bracht hij melk, kip en vis.”

Bewaking

Sohana is niet ondankbaar, maar haar leven in het kamp is niet makkelijk. De vluchtelingen worden bewaakt en zijn niet vrij om te gaan en staan waar ze willen. Aan de ene kant is dat bescherming tegen het leger van Myanmar, aan de andere kant wil de regering van Bangladesh ook niet dat de vluchtelingen ergens anders in het land gaan wonen. Sommige vluchtelingen lukt het om wat geld te verdienen als hulpverlener, zoals de moeder van Sohana. En haar vader verkoopt thee. Maar verder zijn ze vooral afankelijk van wat ze krijgen, bijvoorbeeld van de Wereldvoedselorganisatie die elke maand grote zakken rijst uitdeelt. Zelf kiezen wat ze willen eten, is er niet bij. Voor Sohana als pubermeisje is het nu nog moeilijker geworden. In haar cultuur worden meisjes vanaf die leeftijd vooral binnengehouden. Als haar familie dat niet zou doen, zou er flink geroddeld worden en zou het bijvoorbeeld moeilijker voor haar worden om later te trouwen. “Ik ga nog wel naar school en dat is maar goed ook, want ik wil lerares worden.” Of dat gaat lukken, is maar zeer de vraag. Er is geen middelbaar onderwijs in het kamp en dan zijn er nog de culturele regels waar ze zich aan moet houden. Ondanks de discriminatie en de slechte herinneringen wil Sohana terug naar Myanmar. “In ons dorp was het fijner! Maar zolang er geen nieuwe wetten komen waarin onze rechten staan, is het er niet veilig voor ons.”

In het Rohingya opvangkamp in Bangladesh gaat Sohana naar school.
Sohana gaat naar school in het vluchtelingenkamp. Saikat Mojumder

Met dank aan: Shatabdi Khastagir

Plaats als eerste een reactie