Overslaan en naar de inhoud gaan
Reportage

Wat doe jij voor vrede?

Terwijl Samuel filmt, vraagt Claudia voorbijgangers wat zij voor de vrede doen.

Stel je woont in Colombia: in een buurt daar waar je niet veilig buiten kunt spelen omdat drugsbendes er de macht hebben. Hoe word je dan niet depri? Door toneel, film en muziek!

Claudia (12), Tití (11) en Juan-David (11) spelen toneel in het Gele Huis, een buurtcentrum. “We maken onze toneelstukken zelf,” vertelt Claudia. Ze gaan altijd over iets dat wíj belangrijk vinden. Laatst speelden we het verhaal van een prins die uit drie meisjes een prinses mag kiezen. Hij kan niet kiezen en geeft alle drie daarom een zaadje. Het meisje dat het mooiste plantje kweekt, mag met hem trouwen. Het lukt geen van de drie. Twee meisje besluiten te liegen. De één plukt een bloem uit eigen tuin, de andere koopt een orchidee. Alleen het boerenmeisje bekent dat het niet gelukt is. De prins trouwt met haar, want zij was eerlijk geweest. Hij had als test onvruchtbare zaadjes uitgedeeld.”

Filmploeg

Waar ligt de oplossing voor pesterijen en geweld? Claudia, Tití en Juan-David gaan met wat vrienden op onderzoek uit. Ze filmen met kleine camera’s wat mensen op straat zeggen over vrede. Juan-David rent wat al te enthousiast op de voorbijgangers af. Ze schrikken. Niet iedereen heeft zin om antwoord te geven op zijn vraag: Wat doet ú voor de vrede? Claudia pakt het voorzichtiger aan. Sommige mensen praten liever over anderen dan over zichzelf. Ze vraagt: Wat kúnnen ménsen doen voor vrede? Bekijk het filmpje.

Pesten

Eerlijkheid is ook een gespreksonderwerp op hun school. Net als veiligheid en pesten. Maar wat doen de kinderen zélf tegen onrecht en geweld? Claudia: “Ik zeg altijd tegen kinderen die gepest worden dat ze niet moeten zwijgen. Door angst wordt alles erger! Op het schoolplein zijn elke dag wel een paar relletjes.” Juan-David: “Ik haal vechtende kinderen uit elkaar. En we zeggen tegen de juffen en meesters: straf helpt niet, dat geeft alleen maar wrok.”

Het veilige dak

Tití krijgt zijn einddiploma van de basisschool en heeft nu eindelijk vakantie. Lekker met zijn vrienden hangen. Dat moet dan wel op het dak van het huis waar Tití woont, want de straten van de stad worden onveilig gemaakt door allerlei bendes. Bekijk het filmpje.

Ruzie thuis

Na de interviews komen de kinderen bij elkaar in het buurthuis. Claudia: “Een mevrouw zei: je moet kinderen goed opvoeden. Als je vader je moeder slaat, leer je als kind ook geweld te gebruiken.”
“Ja,” valt de tweeling Caren en Carol haar bij.  “Alles begint met ruzie thuis. Dat vond een mevrouw bij de winkel ook.” Juan-David is teleurgesteld: “Een paar mensen reageerden heel grof. Eén man zei dat ze de guerrilla moesten afmaken.” Samuel knikt: “Sommigen wilden niks zeggen, maar anderen zeiden dat we vertrouwen moeten hebben en in vrede moeten blijven geloven. Het beste is om vrienden te maken, niet met geld en drugs, maar in het theater of met muziek.”

Spoken

Omdat de kinderen zoveel geweld om zich heen zien, kunnen ze enge verhalen vertellen. Over mannen op motoren die met mitrailleurs schieten. Over lijken op straat. In één adem vertellen ze over spoken, zwarte katten, duivels en vampiers. Samuel: “Ik ben niet bang voor de spoken in ons huis, want het zijn de geesten van gestorven ooms en neven, en die zijn familie van me.” Spookverhalen zijn spannend, maar liever zouden de kinderen zonder angst de straat opgaan. Tití: “Gelukkig kunnen we overdag voetballen en vliegeren op het dakterras.” Bekijk hoe Tití speelt in het filmpje hierboven.

De basisschool in Colombia duurt vijf jaar. Er wordt les gegeven in het Spaans. Kinderen dragen een uniform omdat je dan minder goed kunt zien wie uit een arm of rijk gezin komt. De verschillen tussen arm en rijk zijn in Colombia heel groot. Rijke kinderen gaan vaak naar een particuliere school waar ze ook les krijgen in het Engels.(Bekijk het filmpje 'Tití krijgt vakantie') Tití (10) laat vol trots zijn diploma zien

In het Gele Huis zorgt War Child (een organisatie voor kinderen in oorlogsgebieden) dat kinderen theater- en muziekles krijgen.

Op het dakterras kunnen Tití, Samuel en Juan-David veilig voetballen. Moet je de bal natuurlijk niet over de muur schieten.

“Een vlieger maken is heel makkelijk!” zegt Titi. Samuel : “Je hebt alleen een plastic zak nodig, twee stokjes en wat pleisters. En een veilige plek om de vlieger op te laten."(bekijk filmpje)Tití draait z’n hand niet om voor een zelfgemaakte vlieger.

Vlieger mee met Tití op samsam.net.

Tití en Samuel spelen het liefst PES 2013, de UEFA kampioenschappen die ze zelf verzinnen op de Playstation. “Ronaldinho vind ik nog steeds de beste,” zegt Tití. Binnen spelen de jongens graag op de Playstation

“Kijk wat ik kan op m’n skatebord” Tití oefent dit liever op het platte dak van zijn huis dan op straat. Het dak is lekker plat en de wijk is erg heuvelachtig. Voordat hij op zo'n steile helling kan remmen, moet hij eerst nog flink oefenen! De wijk waar Tití woont is heuvelachtig.

Dit is de eerste keer dat Tití op een ezel zit. In hun wijk verzorgt één man wel tien paarden en ezels van buurtbewoners die vroeger op het platteland woonden. Als de buurman met de dieren gaat rijden, moeten ze door de keuken en huiskamer naar de straat. Best hoog, lacht Tití .

Op straat spelen is gevaarlijk. Drugsbendes vechten met elkaar. Om het leuker én veiliger te maken in de buurt kwam er een kinderpanel. Tití deed daar ook aan mee. Ze bedachten dingen zoals een boekenuitleen en een tuintje voor het buurttheater. Een speeltuin heeft deze wijk nog niet. Gelukkig wel een klimboom.

In het kort:

• Vanwege gevaarlijke drugsbendes spelen kinderen weinig op straat
• Met toneel en muziek laten kinderen zien dat ze vrede willen

"Ik zeg tegen kinderen die gepest worden dat ze niet moeten zwijgen."

"Het begint met ruzie thuis"

Plaats als eerste een reactie