Wie wil op mijn paard rijden?

banner

Voedselapril 2010

Wie wil op mijn paard rijden?

"Ik rijd al paard sinds mijn zevende", vertelt de Ethiopische Haftamou. "In het weekend loop ik mee met toeristen die te paard naar het meer gaan. Ik ben altijd vriendelijk tegen buitenlanders. Ze geven ons geld."

Wonen

Haftamou woont in een prachtig groen gebied op de Ethiopische hoogvlakte. Het ruikt er fris naar eucalyptus. Heggen van gele mimosastruiken sieren de velden. Je merkt dat het hier kortgeleden nog heeft geregend.

Houtkap

Soms, op zondag, vaart Haftamou naar het eilandje in het meer, waar tussen de hoge bomen een oude kerk staat. Op die heilige grond mag nog geen takje gekapt worden. Elders in de hooglanden worden de hellingen steeds kaler; mensen gebruiken de bomen voor hun houtvuren. De houtkap is slecht voor de landbouw, want het zorgt ervoor dat vruchtbare grond wegspoelt als de regens vallen (= erosie).

Haftamou en zijn paard.

Makkelijk winnen op 't grootste paard, Haftamou!

De beste?

Even later komen de jongens in galop dehelling af. Als ridders te paard met een lans in de aanslag. Bruk wordt als eerste geraakt.
Haftamou stapt bezweet van zijn paard. “Ik ben de beste,” roept hij naar Bruk, “en ik kan ook beter Engels spreken dan jij.” “Niet waar,” bromt Bruk, “laat die buitenlander iets in het Engels aan je vragen. Eens kijken of je niet met je mondvol tanden staat…. ”

Haftamou en zijn paard. Hij vraagt toeristen of ze een ritje willen maken. Hij verdient daar geld mee.

 "Eén keer zakte mijn paard door de knieën, toen hij een toerist van 100 kilo de berg op moest dragen?

Boos

Haftamou hoeft zijn ouders nooit te helpen met ploegen, zaaien of oogsten. Hun landje is niet zo groot. Ze verbouwen er koffie, graan en maïs. Net genoeg voor eigen verbruik. Haftamou heeft andere klussen: hij moet elke dag bij de bron, een kwartier verderop, de jerrycans vullen met water. “Dat is geen probleem”, zegt Haftamou. Hij is wel altijd boos op zijn vader als hij in de vroege ochtend het vee moet laten grazen. “Dan ben ik te laat voor school en geeft de meester slaag. Mijn vader is niet hoger gekomen dan de zesde klas. Ik wil verder! Ik kan beter leren dan hij.” Eén ding moet Haftamou toegeven: “Mijn vader kan wel beter paardrijden …”

Schamele oogsten

In Ethiopië wonen 80 miljoen mensen. Voor al die monden moet voedsel worden verbouwd. Dat lukt niet omdat de landbouw afhankelijk is van regen. Valt die te laat of helemaal niet, dan groeit er geen teff of maïs. Irrigatie bestaat nauwelijks. Omdat kleine boeren geen eigen land mogen bezitten, doen ze niet veel moeite om hun grond te verbeteren en zo een grotere oogst te krijgen. Overschotten zouden ze kunnen verkopen aan mensen in droge gebieden. De meeste boeren vinden het genoeg als ze hun eigen familie kunnen voeden.

Paardenraces

De vrienden van Haftamou zijn dol op paardenraces. Tijdens elk festival in de streek wordt wel een race gehouden waaraan ze mee doen. Ze dragen dan een speciale mantel waarop een grote leeuw is genaaid. “Zullen we voordoen hoe we racen?” vraagt Haftamou. “Zo … je houdt met één hand de teugels vast. Met een stok of lange rietstengel in je andere hand probeer je een ruiter te steken. Wie geraakt wordt, is af.” Plots rent Haftamou naar het weiland waar de paarden grazen. Hij wil het grootste dier pakken omdat hij daarmee sneller kan rijden. Triomfantelijk kijkt hij zijn vrienden Berhanu en Bruk aan: “Ik ga op deze!”