Zout maken uit zand

banner

Lepraapril 2008

Zout maken uit zand

“Eerst vond ik het niet leuk om hier te wonen, tussen al die zieke mensen. Nu ben ik er aan gewend,” zegt Chantal.

Chantal (10) en haar vriendin Vanilisoa (10) lopen door Ambika, een dorp voor lepra-patiënten op het Afrikaanse eiland Madagaskar.
Chantal: “Toen mijn vader ziek werd, zijn we hier komen wonen. Hier kon hij behandeld worden. Hij is nu beter, maar ze vroegen of hij wilde blijven om dorpshoofd te worden. En ik ga hier naar school. Die is goed en ik wil graag leren lezen en schrijven. Dan kan ik mijn ouders helpen met brieven schrijven. Ik ga wel elke vakantie naar mijn geboortedorp. Niet om te spelen, maar om mijn oom te helpen met de oogst.”

Gecontroleerd

Vanilisoa: “Ik woon niet in Ambika, maar zit hier wel op school. Mijn moeder wil niet dat ik naar de school in mijn eigen dorp ga. Dan moet ik iedere dag de grote brug over en ze is bang dat ik daar af val. De mensen hier hebben lepra, maar dat vind ik niet erg. Zuster Paul kwam bij ons in de klas en vertelde dat de patiënten niet besmettelijk zijn, omdat ze medicijnen krijgen.”

Zout

Buiten het dorpje liggen allemaal huisjes van mensen die lepra hadden. Ze zijn genezen, maar niet naar hun geboortedorpen terug gegaan. Ze zijn bang daar met de nek te worden aangekeken. Nu maken ze zout. Dat zout halen ze uit zand. Eerst gooien ze het zand op een mat, die boven een bak hangt. Daarna doen ze water bij het zand. Op die manier lost het zout op. Het zoute water wordt in de bak opgevangen. Tenslotte koken de mensen het water net zo lang tot het is verdampt en er zout over blijft.

Chantal (rechts) en Vanilisoa kunnen ook zout maken.

Chantal (rechts) en Vanilisoa kunnen ook zout maken.

Ons vee is gepikt.

In de streek waar Chantal woont, wordt rijkdom gemeten in aantallen bultrunderen die je bezit.

In de streek waar Chantal woont, wordt rijkdom gemeten in aantallen bultrunderen die je bezit.

Koeiendieven
In de streek waar Chantal woont, zijn zebu’s (koeien) erg
belangrijk. Iedere keer als rijke mensen geld verdienen, kopen ze zebu’s. Geen auto, geen groot huis, maar nog meer zebu's.
Chantal: “Wij verzorgen zebu’s. Niet van ons zelf, maar voor anderen. Vroeger hadden we wel vee. Twee zebu’s. Maar die zijn gestolen. Door dahalo, koeienrovers.”

Fluitende dieven
Dahalo vallen ’s nachts een dorp aan en stelen wat ze kunnen. Je hoort ze aankomen, want ze fluiten. De mensen zijn bang om met de dahalo te vechten, omdat de dieven geweren hebben. Soms vallen koeienrovers elkaar aan. Dan krijg je een echte grote vechtpartij.

Jong geleerd
Dahalo zijn vaak de rijkste mannen in hun dorp. Omdat ze geld en wapens hebben en belangrijk zijn in hun dorp, durft zelfs de politie niets te doen. Er zijn veel jongens die dahalo willen worden. Zij gaan al op jonge leeftijd bij een koeienrover werken. Als hulpje voor klusjes in en om het huis. Spelenderwijs kijken ze het ‘vak’ af van hun baas.